Ynske schrijft

Ynske Boersma +31645192530

blancodesign

Deze gevangenis lijkt zoveel mogelijk op de buitenwereld (en dat werkt)

Hett is spitsuur in de bakkerij. Broodjes gaan over de toonbank, terwijl het bijbehorende eetzaaltje zich vult met families voor de lunch. Bakker Fabián Rodríguez (40) loopt ondertussen af en aan met flessen cola, terwijl zijn vrouw de bestellingen opneemt. Een kind zeurt om een ijsje.

Niets doet vermoeden dat we hier in een gevangenis zijn.

Waarom we daar zijn? Omdat het leven binnen deze Punta de Rieles-gevangenis in de Uruguayaanse hoofdstad Montevideo zo veel mogelijk op het leven in een doodgewoon dorp lijkt.

Dus hebben de ruim 500 gevangenen overdag alle vrijheid om te gaan en staan waar ze willen. Zijn cellen alleen om te slapen - en blijven die in de meeste gevallen nog open ook. Een misdadiger is een product van zijn omstandigheden, is de filosofie daarachter. Wat levert deze filosofie concreet op?

De gevangenis die een dorp is

‘Mijn missie is een omgeving creëren waarin de waardigheid van de gevangene wordt gerespecteerd,’ zegt Luis Parodi (65), sinds een jaar directeur van Punta de Rieles en een van de twee bedenkers van het gevangenisdorp. ‘Dat, en de mogelijkheid om te werken, studeren en andere activiteiten te ontplooien, genereert nieuwe perspectieven.’

Parodi vindt contact met de buitenwereld namelijk heel belangrijk. ‘Ik geloof dat een gevangenisomgeving zo veel mogelijk op de buitenwereld moet lijken, met zowel haar goede als slechte aspecten. Conflicten horen daar ook bij, de uitdaging is om ze op te leren lossen. Want één ding is zeker, deze mensen komen ooit een keer vrij, of we dat nu willen of niet. Hier bereiden we ze daarop voor, in een omgeving die zo veel mogelijk op een leven in vrijheid lijkt.’Zo kunnen de gevangenen - van jonge veelplegers tot veroordeelden voor moord - binnen de muren van het ‘dorp’ werken, boodschappen doen, een potje voetballen, naar school of te kerk gaan, of gewoon een paar matés drinken met hun medegevangenen of familieleden. Ook heeft het ‘dorp’ een eigen radiozender, een ongecensureerde gedetineerdenkrant en bezit elke gevangene een telefoon met beperkt toegang tot internet.

Waarom Parodi zo vooruitstrevend kan zijn? Voor een antwoord op die vraag moeten we even terug in de tijd.

Na het uitkomen van een vernietigend VN-rapport Lees hier meer over dat VN-rapport. over de onmenselijke omstandigheden in de Uruguayaanse gevangenissen in 2009 - zo schreef de rapporteur over overbevolkte gevangenissen waar veroordeelden tot 24 uur opgesloten zaten en veelal gewelddadig werden onderdrukt door gevangenisbewakers - gaf de Uruguayaanse overheid in 2010 het startschot tot een grootscheepse hervorming gericht op resocialisatie en humanisering van het gevangeniswezen.

Inmiddels zijn alle 29 gevangenissen ondergebracht bij een nieuw opgericht Nationaal Instituut voor Rehabilitatie. Het hervormde gevangenisbeleid voorziet nu in mogelijkheden om te werken en te studeren voor de gevangenen, programma’s voor de mentale gezondheid van de gedetineerden, een speciale eenheid voor moeders met kinderen en taakstraffen.

In het kader van datzelfde beleid kregen Parodi en zijn voorganger Rolando Arbesun in 2012 de vrijheid om binnen de muren van Punta de Rieles te pionieren met het model van een gevangenisdorp dat ze voor ogen hadden – een uitvloeisel van vele jaren ervaring in het werken met delinquente adolescenten, in het geval van Parodi. Ook elders in het land wordt geëxperimenteerd met meer vrijheden voor gedetineerden. Zo functioneren een paar gevangenissen als boerenbedrijven, met gevangenen die vrij op het land werken.

De gevangenis waar je een bedrijf op kan zetten

Terug naar Punta de Rieles. Waar de gevangenen zelf werkgelegenheid creëren: 32 van de 36 ondernemingen binnen de muren zijn eigendom van de gedetineerden. Zo zijn er een kruidenier, een bakker, enkele eethuisjes, een kapper, koffietent en zelfs een tattooshop. Wie iets nieuws wil beginnen, dient een ondernemingsplan in, waarna de (renteloze) gevangenisbank al dan niet een lening verstrekt en de ondernemer van start kan.

En dat is een bijzondere transformatie, als je bedenkt dat het voor het gros van de gevangenen hun eerste werkervaring is. Want die vertellen allemaal hetzelfde verhaal. Opgegroeid in een marginale buurt of sloppenwijk, school voortijdig afgebroken, omringd door werkloosheid, criminaliteit en vooral, uitzichtloosheid. Tsja, wat doe je dan?

‘Dan ga je roven, net als de oudere jongens uit de buurt,’ zegt Matias (23), voor de cafetaria waar hij als keukenhulp werkt. Zijn ogen vanonder het witte Nike-petje kijken me vriendelijk aan. Mamá, leest de tatoeage op zijn onderarm. Op zijn negentiende werd hij veroordeeld tot zes jaar voor een overval. ‘Ik praat het niet goed, maar de criminaliteit was het enige voorbeeld dat ik had,’ zegt hij nu.

Arellano was drie jaar geleden met de opening van zijn kruidenierszaak de eerste gevangene om een onderneming te beginnen in Punta de Rieles. Zijn grootste trots zijn twee grote koelkasten, waarvoor hij een sponsorcontract met Coca-Cola wist binnen te halen. Met de inkomsten van de winkel ondersteunt hij zijn familie buiten de gevangenis.‘De realiteit in Uruguay is dat wanneer je opgroeit zonder onderwijs, je uiteindelijk in de cel eindigt,’ zegt ook Antonio Arellano (36), veroordeeld voor een gewelddadige overval. Vijf jaar geleden werd hij overgeplaatst naar Punta de Rieles. Net als Matias belandde hij voor zijn twintigste in de gevangenis.

‘In andere gevangenissen had ik nooit zo ver kunnen komen,’ stelt hij. ‘In Libertad [een zwaarbewaakte gevangenis in Montevideo, YB] zat ik 23 tot 24 uur per dag opgesloten en praatte ik met bijna niemand. Hier heb ik die sociale vaardigheden weer teruggewonnen, nieuwe aangeleerd en mijn middelbare school afgemaakt.’

De gevangenis waar geen bewakers zijn (maar sociaal werkers)

En dat geldt eigenlijk voor iedereen die ik tegenkom op mijn wandeling over het gevangenisterrein. Allen willen graag vertellen over hun ervaringen, niemand heeft problemen met een foto. Spanning is afwezig, de sfeer is vooral gemoedelijk, er worden grappen gemaakt. Wat nog meer opvalt: het gebrek aan geüniformeerde bewakers binnen de muren. Punta de Rieles was in 2012 de eerste gevangenis in Uruguay gerund door maatschappelijk werkers.

Het tweetal Parodi en Arbesun besloot bij hun aantreden in 2012 namelijk alle politiebewakers binnen de muren te vervangen door 110 civiele gevangenismedewerkers: maatschappelijk werkers, onderwijzers en psychologen, onder andere, waarvan 80 procent vrouw. Een deel van hen houdt de veiligheid in de gaten, terwijl anderen een educatieve of sociale functie hebben.

Al het personeel binnen de gevangenis is nu ongewapend. Alleen de legerbewakers op de wachttorens dragen een wapen, net als de politiemedewerkers bij de ingang. Wanneer een conflict dreigt tussen de gevangenen, proberen de medewerkers dat in eerste instantie op te lossen door te bemiddelen tussen de ruziemakers. Loopt het toch uit de hand, dan is de politie dichtbij.

De komst van de maatschappelijk werkers verbeterde niet alleen de relatie tussen de bewakers en de gevangenen – ‘de politie is er om ons te arresteren en te onderdrukken, niet om ons te resocialiseren,’ aldus eerdergenoemde Arellano – maar zorgde ook voor een aanzienlijke vermindering van corruptie binnen de gevangenis, een hardnekkig probleem binnen de Latijns-Amerikaanse politiestructuren. De invloed van ‘buiten,’ in de vorm van de civiele medewerkers, hielp dergelijke structuren open te breken.

En de gevangenis waar iedereen welkom is

In principe zijn alle soorten delinquenten welkom – minus plegers van seksuele delicten – op voorwaarde dat ze de regels respecteren en initiatief tonen tot het ontplooien van activiteiten. In de praktijk blijkt dat één op de vier moet worden teruggestuurd naar de gevangenis waar hij vandaan kwam. ‘Wie geweld gebruikt of drugs verhandelt, moet weg,’ zegt Parodi. Ook wie na een paar maanden nog geen enkel initiatief vertoont, moet vertrekken.

Hoewel agressie binnen de gevangenis weinig voorkomt, ging het ook hier een keer flink mis. Een jaar geleden vermoordde een veroordeelde een medegevangene, vermoedelijk om een openstaande drugsschuld. ‘Het rechtvaardigt het niet, maar we kunnen niet alles onder controle hebben. Bij een dorp hoort helaas ook een begraafplaats,’ zegt Parodi.

Hoe erg ook, het blijft een uitzondering. Wie een tijdje rondloopt over het terrein zal merken dat er een sfeer van respect heerst en dat de gevangenen er vooral iets van willen maken. Dat blijkt ook uit het recidivecijfer, dat na drie jaar vooralsnog blijft steken op 3 procent, tegen meer dan 50 procent gemiddeld in Uruguay.

Directeur Parodi bevestigt de veel lagere terugval, maar waarschuwt niet te vroeg te juichen. ‘Dat ze nog niet terug zijn, betekent niet dat ze aan het werk zijn. Ze kunnen nog zoveel leren hier, maar wanneer ze vrijkomen wacht hen vooralsnog weinig toekomstperspectief. Het ontbreekt in Uruguay nog aan rehabilitatieprogramma’s na de straf. Dan zijn het kleine dingen die hen weer kunnen laten ontsporen.’

07-01-2016, De Correspondent