Ynske schrijft

Ynske Boersma +31645192530

blancodesign

'Daarna hebben ze er gepoept'

Hebe Kohlbrugge (98) en Ruth Wallage-Binheim (87) zitten in een hoekje van de kamer voor de open haard. Tussen hen in staat een klein tafeltje met daarop twee glaasjes likeur. Af en toe staat Hebe op om nog een blok op het vuur te gooien, onder protest van Ruth. “Hebe! Zou je dat nou wel doen?” Daar trekt Hebe zich niets van aan. “Die laat zich niets uit handen nemen,” zegt Ruth. Ze pakt de hand van haar vriendin, en laat die niet meer los. 

Ruth en Hebe ontmoetten elkaar vele jaren geleden in de synagoge in Utrecht. Ze bleken allebei in het vrouwenkamp Ravensbrück te hebben gezeten. “Dan ga je praten,” zegt Hebe. “Als je allebei in een kamp bent geweest, dan is er een verstandhouding. Er zijn niet zoveel mensen die dat hebben meegemaakt en nog leven.”

De Utrechtse Hebe stak in 1936 de grens naar Duitsland over om het opkomende nationaalsocialisme van dichtbij te bestuderen. Ze raakte betrokken bij de protestantse verzetsbeweging. Tot 1944, toen de Gestapo haar vervalste persoonsbewijs doorzag, en ze de rest van de oorlog in een strafkamp moest doorbrengen. “Ze heeft Amerikaanse vliegeniers naar Zwitserland gesmokkeld,” vertelt Ruth, met onverholen trots.

“Na de oorlog heeft ze allemaal Amerikaanse onderscheidingen gekregen,” zegt Ruth over haar vriendin. “Zij is echt een belangrijk  mens, ik niet. Ik ben maar een slachtoffer van de Jodenvervolging. Als je haar naam intypt op Google dan krijg je zo’n verhaal.” Ter illustratie houdt ze haar handen een eind uit elkaar. “Zo interessant, en zo de moeite waard. En dat is mijn vriendinnetje geworden.” 

De Duitse Ruth groeide op in een joods gezin in Hannover, waar haar vader een manufacturenwinkel had. Dertien jaar oud was ze toen de verwoestende nacht plaatsvond, op 9 november in 1938. “Na de Kristallnacht hebben ze onze hele winkel vernield,” zegt Ruth. Wie goed luistert hoort nog steeds een heel licht Duits accent in haar stem. “Dat was voor mijn ouders het teken om ons drie kinderen- mijn twee jaar oudere broer, anderhalf jaar jongere zus en ik, op het laatste kindertransport naar Nederland te zetten. Het was de eerste keer dat ik mijn vader zag huilen. En we hebben elkaar nooit meer gezien.”

“Eigenlijk zouden we met het hele gezin naar Amerika emigreren,” zegt Ruth. Maar toen mijn ouders papieren aanvroegen om daarheen te kunnen,  was het al te laat. De wereld was niet meer zo happig om joden op te nemen”

“Mijn ouders zijn vermoord in Auschwitz. Mijn broer is vermoord in Mauthausen. En weet je waarom? Omdat ze in de verkeerde wieg lagen. Omdat ze joden waren. En dat wil er bij mij nog steeds niet in. De haat was zo groot tegen de joden. Niemand mocht blijven leven.”

Ook Ruth en haar zusje Hanna belandden in Auschwitz. Van de duizend vrouwen waarmee ze naar het concentratiekamp werden gedeporteerd, overleefden er zes. Hanna woont nu in Californië, Ruth in Bosch en Duin.  Beiden hebben twee kinderen en vier kleinkinderen. “Nu zijn wij de gelukkigste vrouwen van de wereld,” zegt Ruth. “Ik zeg wel eens, als je nooit diepte hebt gekend, weet je ook niet wat het is om in de hoogte te leven.”

Dit jaar herdenkt ze de Kristallnacht door een krans te leggen bij de Hollandsche Schouwburg, samen met twee van haar kleinkinderen. “Het is voor het eerst dat ze erbij betrokken zijn. Dat is voor mij de reden om dit nog te willen doen. Er zijn al zoveel mensen die mijn verhaal kennen, dat ik het niet meer hoef te vertellen. Het staat nu in boeken, op video’s, en ik heb op heel veel scholen gesproken. Het is wel goed zo.”

Wat betekent de Kristallnacht voor haar (klein)kinderen? “Ik geloof niet dat hun leven daardoor beïnvloed is. Hier in huis heb ik bewust nooit over het kamp gesproken. Mijn jongste zoon zei laatst: ‘Mam, wat heb ik een heerlijke jeugd gehad. En wat was je een geweldige moeder. Dat mag toch een keer gezegd worden,’ zei hij.”

“Ik begrijp ook niet dat mensen hun kinderen en kleinkinderen meenemen naar Auschwitz, alleen omdat zij daar zelf geweest zijn. Dat hoeft voor mij niet. Ik heb wel op de school van mijn kleinkinderen mijn levensverhaal verteld. Ik zeg dan tegen mezelf, als twee van die dertig kinderen daar later nog eens aan terugdenken, dan heb ik mijn plicht gedaan.”

Ook Hebe was ten tijde van de Kristallnacht in Duitsland. “Maar ik zat in een stadje waar bijna geen joden woonden. Daar gebeurde dus niets. De dominee, die alles op de radio had gehoord, rende direct naar de enige Jood in dat stadje. Maar die had ook niets gemerkt.”

“Hebe is geen Jodin,” verduidelijkt Ruth. 

Hebe: “Toen gingen we naar Berlijn, de dominee en ik. We liepen over de Kürfurstendamm, een schitterende straat met allerlei joodse winkels, met van die hele grote kristallen ruiten. Álles lag over de straat, één ravage, één puin van kristal. Verbijsterd zijn we door die straat gelopen. Maar je bent dan nog te dom om te beseffen wat er werkelijk aan de hand is. Je vind het vreselijk, maar je kunt niet verder denken dan dat.”

“Maar Hebe, jullie hebben daarvoor al toch ook die toespraken van Hitler op de radio gehoord? Dat de Joden uitgeroeid moesten worden, dat ze stonken?” vraagt Ruth. “Maar natuurlijk,” antwoordt die. Ruth: “Wat ik bedoel, is dat ik niet wil geloven dat mensen het niet geweten hebben. Als je luisterde naar Hitler, alleen al naar het geluid van dat gebral, dan moet je dat geweten hebben.” Hebe: “Ik was nog jong, in de twintig. Ik kon niet beseffen dat het op iets als Auschwitz zou uitlopen.”

Ruth: “Wij woonden op een hoek, boven de winkel. Tijdens de nacht was er nog niets gebeurd bij ons. De dag erna liepen Hanna en ik naar onze joodse school. Halverwege kwamen we voorbij een joodse winkel met daarop een groot hakenkruis getekend, daar schrokken we heel erg van. Toen liepen we voorbij de winkel van een tante. Zij zei, ‘jullie moeten gauw terug naar huis want de synagoge staat in brand.’ Die nacht was haar man opgepakt en naar Buchenwald gestuurd, vertelde ze.”

“We keerden om. Vlakbij onze winkel stonden een paar mannen. ‘Bij de Jood Binheim zijn we nog niet geweest,’ hoorde ik één van hen zeggen. Hij blies op een fluitje, en in een ommezien kwam er een overvalwagen met van die bruinhemden die allemaal een bijl in de hand hadden, en die sloegen onze zaak kapot. Daarna hebben ze er gepoept.”

“Hanna en ik konden nog net naar boven komen. We zagen dat de mensen buiten zich niet verroerden. Ik dacht wel, waarom helpt niemand? Daarna werd er aan de deur gebeld, en werd ons gesommeerd om de rotzooi op te ruimen. We gingen met bezems aan de gang. Er stonden allemaal mensen omheen, en daar waren ook vast wel klanten van mijn vader bij. Maar niemand die een hand uitstak.”

“Verlamming,” volgens Hebe. “In plaats van woedend te raken, versteende je.” Ruth is niet overtuigd. “Ongeïnteresseerdheid,” zegt ze. 

Waarom ze toch nog over haar verleden wil praten? “Om te vertellen waartoe haat kan leiden. Die gruwelijkheden die door de meerderheid van de mensen getolereerd zijn. Ik ken geen haat. Niet om wat er gebeurd is. Dat voel ik alleen voor de mensen die mijn ouders en mijn broer vermoord hebben. Maar ik wil niet generaliseren, want het is niet allemaal zo zwart-wit.”

Maar vergeten zal ze het nooit. “Wij hebben levenslang. Ik praat niet er niet graag over, maar ik denk er vaak aan. Het blijft een trauma, en daar kunnen we niet van bevrijd worden. Dat neem je mee in het graf.”

Kader: 

Tijdens de Kristallnacht, in de nacht van 9 op 10 november 1938 in nazi-Duitsland, werden honderden synagogen en duizenden winkels en huizen van Joden in brand gestoken en geplunderd. 92 Joden werden vermoord. De golf van geweld wordt beschouwd als het voorportaal van de massale vervolging en vernietiging van Joden in Europa die in de jaren daarna zou volgen. 

In 1992 organiseerde Nederland Bekent Kleur de eerste herdenking van de Kristallnacht, bij het monument van het Joodse verzet naast het stadhuis. Ze wilden daarmee aandacht vragen voor de toename van racisme en discriminatie in Europa. Sinds 2003 herdenkt ook het Centraal Joods Overleg (CJO) de gebeurtenissen van de beruchte nacht. 

De herdenking van het CJO vond in verband met de sabbat gisteren al plaats. Onder anderen Job Cohen en Ruth Wallage Binheim hebben gesproken bij de bijeenkomst in de Portugese synagoge. 

Vanavond is de tweede herdenking, georganiseerd door het Platform tegen Racisme bij het stadhuis in Amsterdam. De herdenking begint om half acht. Sprekers zijn onder anderen Hedy d’Ancona, Abdelkader Benali en Lalla Weiss. 

foto Jean-Pierre Jans

09-11-2012, Het Parool