Ynske schrijft

Ynske Boersma +31645192530

blancodesign

Argentijnse burgers stoppen de bouw van Monsanto's maiszaadfabriek

Met een illegale vergunning begon Monsanto aan de bouw van wat de grootste GMO-maiszaadfabriek ter wereld moest worden, in het Argentijnse stadje Malvinas. Maar op verzet van de bewoners hadden ze niet gerekend. Al twee jaar ligt de bouw stil.

ACHTERGROND – “Fuera Monsanto!” “Weg met Monsanto uit Malvinas, uit Argentinië, uit Latijns-Amerika, weg uit de hele wereld”, besluit de zangeres haar optreden op het derde Lente zonder Monsanto festival afgelopen zaterdag in Malvinas, een stadje zo'n 700 kilometer ten noordwesten van de hoofdstad Buenos Aires. “Fuera!” antwoordt een plein vol festivalgangers in koor, met gebalde vuisten in de lucht. 

In juni 2012 presenteerde de Amerikaanse agrochemische, biotech-multinational Monsanto zijn plannen voor de bouw van de grootste fabriek voor genetisch gemodificeerde maiszaden ter wereld in Malvinas, een slaperig voorstadje van provinciehoofdstad Córdoba.

Argentinië is het land met relatief de grootste oppervlakte transgene gewassen ter wereld, waarvan het overgrote deel geïntroduceerd door Monsanto. Veel onkruidverdelgers waarmee de pesticide resistente gewassen worden besproeid, komen uit de koker van dezelfde biotech-gigant.

Voor de bewoners van Malvinas kwam de aankondiging echter als een totale verrassing. “We hoorden erover op het landelijke nieuws, in een verklaring van de presidente”, zegt bewoonster Vanesa Sartori (29), die nog steeds verontwaardigd is. “Tot op dat moment wisten we van niets, terwijl de gemeente de vergunning om te beginnen met de werkzaamheden al had afgegeven.”

Milieurisico's

Maar met wat daarna gebeurde hadden noch Monsanto, noch de autoriteiten rekening gehouden: de bewoners verzetten zich. Ze vroegen lokale milieuorganisatie FUNAM om de milieueffecten van de toekomstige fabriek te analyseren. De uitkomsten van dat onderzoek maakten de onrust alleen maar groter: de onderzoekers vonden elf mogelijke milieurisico’s, waarvan Monsanto geen of onvoldoende melding had gemaakt bij zijn kennisgeving over het project.

Zo worden de maiszaden behandeld met een bad van pesticiden, waarvan het gebruik bij volledige productiecapaciteit kan oplopen tot 1750 duizend liter per jaar. Een gedegen plan voor de afvoer van die pesticiden ontbrak echter. Ook van de giftige stoffen die bij het drogen van de met pesticiden bewerkte zaden naar het dorp kunnen waaien, op 700 meter afstand van de fabriek, werd geen melding gemaakt door Monsanto.

Risico’s die de autoriteiten hadden moeten evalueren voordat ze de vestiging van de fabriek goedkeurden, volgens de nationale Algemene Milieuwet. Daarbij had de gemeente nagelaten de bewoners te raadplegen over de komst van de fabriek, een tweede voorwaarde van dezelfde wet bij projecten die mogelijk de gezondheid van de omwonenden kunnen schaden.

Nu zijn dergelijke slordigheden doorgaans geen bezwaar in Argentinië, waar belangen van multinationals, landbouwproducenten en de nationale schatkist in de regel zwaarder wegen dan de gezondheid van  zijn inwoners of het milieu. Maar dit keer lagen de kaarten anders. De aankondiging viel samen met een geruchtmakende rechtszaak tegen een producent van genetische gemodificeerde soja tien kilometer verderop in Ituzaingó, een buitenwijk van Córdoba waarvan de bewoners claimden ziek te worden van de vele pesticiden waarmee de velden rondom hun buurt bespoten werden. 

Kortom, voor Monsanto had de timing niet slechter kunnen zijn. In navolging van de protestbeweging van Ituzaingó richtten de bewoners van Malvinas in juli 2012 de bewonersraad Asamblea Malvinas Lucha por la Vida op. Naast het organiseren van protestmarsen en bijeenkomsten begon de bewonersraad een rechtszaak tegen de gemeente Malvinas, die volgens hen Monsanto een illegale vergunning had verstrekt voor het beginnen van de werkzaamheden. “We voelden ons verraden door onze eigen burgemeester”, aldus raadslid Sartori.

Protestfestival

Op dat moment waren de bouwwerkzaamheden al in volle gang, tot frustratie van de bewoners. Terwijl de rechtszaak voortsleepte, besloot de bewonersraad  in september 2013 tot drastischer middelen over te gaan: een permanente blokkade van de fabriek met een kampement. Om de aandacht af te leiden organiseerden ze 19 september een festival voor de poorten van het fabrieksterrein: Het eerste Lente zonder Monsanto festival was geboren.

We konden natuurlijk niet zomaar een kamp neerzetten”, verklaart Sartori. “Dus bij het opbouwen van het festival zetten we ook een paar tenten op, zogenaamd ter bewaking. Na het festival bleven die tenten achter, samen met een honderdtal activisten. Dat was het begin van de blokkade.”

Sindsdien liggen de werkzaamheden op het terrein stil, tot grote ergernis van Monsanto en de gemeente. Ondanks diverse gewelddadige repressies door de politie kwam het nooit tot een ontruiming van het kamp, waar vandaag de dag nog altijd een dertigtal activisten bivakkeert.

Steun van beroemdheden

“De solidariteit met de blokkade was overweldigend”, zegt Sartori. “Elke repressieactie kwam als een boemerang weer terug voor Monsanto en de autoriteiten, met nog grotere steun voor het protest. We hebben bezoek gehad van beroemdheden als Manu Chau, Nobelprijswinnaar Adolfo Perez Esquivel en de Grootmoeders van Plaza de Mayo. Dat heeft veel geholpen om de beweging zichtbaar te maken.”

In januari 2014 behaalden de bewoners hun volgende overwinning. In hoger beroep verklaarde de lokale rechtbank de door de gemeente verleende vergunning aan Monsanto illegaal, en dwong Monsanto de werken stil te leggen tot aan alle voorwaarden van de milieuwet – het evalueren van een milieu-effectenstudie en het raadplegen van de bewoners – was voldaan.

Een maand later presenteerde Monsanto de gevraagde milieu-effectenstudie aan de provinciale regering. Het bleek de genadeklap voor Monsanto: het provinciale ministerie van Milieu wees het rapport af, waarmee de eerder afgegeven toestemming kwam te vervallen.

Geen plan B

Anderhalf jaar later geeft Monsanto zich nog altijd niet gewonnen. “Er is geen plan B. Monsanto is vastbesloten zich in Malvinas te vestigen”, aldus een woordvoerder van Monsanto. Het bedrijf kondigde aan eind dit jaar een nieuwe milieu-effectenstudie te zullen presenteren, ditmaal uitgevoerd met de 'vereiste technische grondigheid, en met raadpleging van de bewoners.'

Daarbij beklaagt het bedrijf zich over ‘het gebrek aan actie van de lokale autoriteiten’ tegen de ‘dertig fanatici’ die sinds twee jaar de toegang tot de fabriek blokkeren, aldus Fernando Giannoni, directeur Corporate Affairs voor Monsanto in Argentinië, in een gesprek met het lokale La Voz del Interior van deze maand. “Zorgwekkender dan het gedrag van die fanatici is de passiviteit van de autoriteiten, die geen enkele actie ondernemen om ervoor te zorgen dat we kunnen doorgaan met de bouw van onze fabriek.”

De autoriteiten houden de deur voorlopig op een kier. “Het woord is aan de bewoners”, stelde de nieuwe burgemeester van Malvinas, na het behalen van de verkiezingsoverwinning afgelopen juni. Maar de kans dat die ’ja’ zullen stemmen is gering. De resultaten van de laatste poll van wetenschappelijk onderzoeksinstituut CONICET waren als volgt: 65 procent van de bewoners is tegen de komst van de fabriek, 20 procent stemde voor de komst van Monsanto.

Bij een rondgang in het stadje stellen alle gevraagde bewoners tegen te zijn. “De banen die de fabriek oplevert zouden we goed kunnen gebruiken”, zegt een bewoner voor de ingang van de lokale kerk. “Maar aan werk dat ons vergiftigt hebben we niets.”

Dat Monsanto juist in Córdoba, de provincie met de aller slechtste milieuwetten en de meeste straffeloosheid van Argentinië, terrein verliest, is veelzeggend

“Wat Monsanto in deze zaak de nek heeft omgedraaid, is hun arrogantie”, zegt bioloog Raúl Montenegro van milieuorganisatie FUNAM. “Als ze vanaf het begin goede studies hadden geleverd, dan was een andere weg mogelijk geweest. Dat Monsanto juist in Córdoba, de provincie met de aller slechtste milieuwetten en de meeste straffeloosheid van Argentinië, terrein verliest, is veelzeggend.

Foto Federico Cabrera

 
22-09-2015, OneWorld