Ynske schrijft

Ynske Boersma +31645192530

blancodesign

Kweken mag, maar er is geen zaad

'Paradise Seeds Amsterdam' lonkt een stapel folders op de toonbank van growshop Urugrow, in het centrum van Montevideo. De brochures bevatten beschrijvingen van een dertigtal Nederlandse wietsoorten die de Uruguayanen sinds vorig jaar legaal thuis mogen telen. 

Alhoewel, legaal? "Als de inspectie langskomt, ben ik alles kwijt," verzucht growshophouder Juan Manuel Varela (26) terwijl hij aan een waterpijp lurkt. "Het kweken van wietplanten mag dan al een jaar zijn toegestaan, de overheid heeft nog steeds geen zaden goedgekeurd. Alles wat ik verkoop is illegaal."

Mei 2014 tekendede toenmalige president José Mujica de veelbesproken wietwet, waarmee Uruguay zowel de teelt als de verkoop van cannabis legaliseerde. De wet voorziet in drie manieren om legaal aan wiet te komen: na registratie bij de overheid mogen de Uruguayanen maximaal zes planten thuis kweken, of tot 99 planten in groepsverband, met een zogenoemde cannabisclub. Wie daar geen zin in heeft, kan bij de apotheek terecht, waar voor ongeveer een dollar per gram 'staatswiet' wordt verkocht. 

Ruim vijftien maanden na het tekenen van de wet is er echter nog geen staatswietzaadje de grond in gegaan. Bovendien is het zaaigoed voor eigen teelt nog altijd niet gereguleerd, waardoor growshops genoodzaakt zijn illegaal cannabiszaad te importeren. Procedures voor de registratie van de cannabisclubs verlopen moeizaam door een gebrek aan personeel en geld bij de nieuwe handhavingsinstantie Instituto de Regulación y Control del Cannabis (IRCCA). 

Zo zijn er van de twintig zogenoemde 'cannabisclubs' die zich aanmeldden pas drie goedgekeurd. Growshopeigenaar Varela is voorzitter van zo'n club. "Een maand nadat we ons hadden aangemeld, hadden we nog steeds geen antwoord. Ondertussen deed een buurman aangifte van illegale teelt, waarna de politie al onze tweehonderd planten in beslag heeft genomen. Uiteindelijk gaf de rechter ons gelijk, maar toen was alles al verpieterd." 

Martin Gaibisso, voorzitter van Cannabisclub El Piso, had meer succes. "In mei, na een maandenlang bureaucratisch proces, kregen we groen licht van het IRCCA." Sindsdien mogen de 45 leden van de club elke maand veertig gram wiet ophalen, meldt een tevreden Gaibisso. "Voorheen waren we veroordeeld tot de slechte illegale Paraguayaanse wiet die op straat wordt verkocht. Nu roken we topkwaliteit legale wiet. Zo goed dat we er dit jaar de Cannabiscup mee hebben gewonnen." 

"We hebben wat vertraging opgelopen," erkent een hooggeplaatste Uruguayaanse ambtenaar, die officieel geen interviews mag geven. "Uruguay is het eerste land ter wereld om alle aspecten van marihuanagebruik te reguleren. Dat is een complex proces, en bovendien moet de nieuwe regering ons budget nog vaststellen." 

"We zijn begonnen met registratie van de thuistelers, want die waren er al jaren. Inmiddels hebben 2800 kwekers zich ingeschreven, van de geschatte tienduizend in totaal." 

Wettelijk gezien kunnen die niet legaal aan wietzaadjes komen, bevestigt hij. "Het reguleren van de zaadverkoop is lastig, omdat we daarvoor zaaigoed willen verkrijgen dat alleen in Uruguay geteeld kan worden. Op die manier kunnen we wanneer de goedkope Uruguayaanse wiet de grens overgaat, de smokkelwaar traceren tot de bron. Maar een dergelijke genetische exclusiviteit is moeilijk te vinden - het Nederlandse Paradise Seeds vroeg een miljoen dollar voor zo'n zaadje." 

Ook voor de teelt van staatswiet heeft de overheid vooralsnog geen geschikte producenten kunnen vinden. Naar schatting zeventig procent van de Uruguayaanse gebruikers die niet zelf teelt, is daardoor nog altijd veroordeeld tot de illegale drugshandel - die de overheid met de wietwet juist wilde uitbannen. 

"Er is helaas weinig animo om voor een dollar per gram wiet te produceren, de prijs die we als overheid hebben vastgesteld voor de verkoop in apotheken. Aanvankelijk hadden we 22 geïnteresseerde private partijen, afkomstig uit zowel de illegale marihuanateelt als agrarische bedrijven. Maar inmiddels zijn er al twee termijnen verstreken om de benodigde documenten te leveren. 25 augustus loopt de laatste termijn voor registratie af. Wat we dan gaan doen? Dat is de million dollar question." 

Growshophouder Varela heeft er weinig vertrouwen in. "Het IRCCA heeft goede bedoelingen. Maar de wet stamt uit de tijd van Mujica. Nu hebben we een veel conservatievere regeringen en is er veel weerstand tegen marihuanagebruik." 

Toch is de wet een vooruitgang, vindt hij. "Vroeger moest je de gevangenis in als je werd betrapt op thuisteelt, nu nemen ze hooguit je planten in beslag als blijkt dat je niet bent ingeschreven."

 
22-08-2015, Het Parool