Ynske schrijft

Ynske Boersma +31645192530

blancodesign

Te veel vlees

De stad was uitgestorven, de lucht zwaar van de hitte en de geur van gloeiend houtskool. We reden de smeltende stadsjungle van Córdoba uit, de omringende sierra in. Aan de oever van de rivier waar we een half uur later aankwamen, stond het al blauw van de rook, elke stenen campingtafel bezet door een voltallige Argentijnse familie, wachtend tot de pater familias de eerste chori van het rooster haalt.
 
"Hoy es un día peronista," zegt mijn vriendje plechtig op zulke zonovergoten zomerdagen, doorgebracht met vrienden en familie en het roosteren van enorme hoeveelheden vlees. Het ware geluk, aldus Péron. En daar had de oude generaal een punt, want veel meer is er niet voor nodig om een Argentijn gelukkig te maken. Op een scorende Messi na dan. 
 
Het was in december, het begin van mijn eerste Argentijnse zomer. De feestdagen kwamen eraan, en aldus werd ik meegesleept van het ene naar het andere eetfestijn. Wat in Argentinië synoniem is voor asado - oftewel een barbecue, maar noem het vooral niet zo - en een asado is geen asado als er geen halve kilo vlees de man op het vuur gaat, weggespoeld met literpullen cola gemixt met Fernet Branca. Dat smaakt als cola met hoestdrank, maar begin ook daar niet over. 
 
Mijn integratie verliep aldus vlotjes, maar na drie van die geheel identieke carnivore schranspartijen in één week was ik er wel een beetje klaar mee. Of ze dan nooit iets anders willen eten, vroeg ik voorzichtig aan mijn Argentijn. "We hebben het beste vlees ter wereld, dus waarom zouden we," antwoordde hij gepikeerd. En daarmee was de kous af. 
 
Mijn redding kwam op 2 januari, de dag dat de Argentijnen massaal de vaca gaan. Vroeger gingen ze daarvoor graag naar het buitenland, zeker in de jaren negentig - toen de peso nog een dollar waard was en de Argentijnen de koning te rijk waren buiten de grenzen. Maar toen knapte de bubbel en sindsdien is de vakantie in eigen land weer en vogue. Of in de eigen provincie, in het geval van de Cordobeses, die simpelweg hun klapstoel opzetten aan een rivier in de eerdergenoemde sierra. 
 
Enfin, binnen een paar dagen stroomde de stad leeg en was het daarbinnen dus gedaan met de asado's. En zelfs de man leek zijn portie wel gehad te hebben. "Mami, het is al de derde asado deze week, het wordt me wat te veel," hoor ik hem tegen zijn moeder zeggen. "Laten we ook wat groenten roosteren."
 
Foto Federico Cabrera
08-08-2015, Zomercolumn Het Parool