Ynske schrijft

Ynske Boersma +31645192530

blancodesign

Geile trollen en oereten

Een tak druipend van dauw slaat in mijn gezicht. In de verte klinkt een schor geluid. Als gehypnotiseerd zoek ik door het nachtelijke woud een weg in de richting van het geluid. Een gebocheld wezentje, met een mantel van stro, verspert me de weg. Op zijn hoofd prijkt een puntmutsje. 'Gggg…ggggg,' murmelt de trol nog maar eens, en fixeert me met zijn ogen. Ik voel me als getroffen door de bliksem, zoals in de boeken van Harlequin. Wild van verlangen ruk ik de kleren van mijn lijf en werp me aan zijn stompe trollenvoeten, waarna we de liefde bedrijven op het natte bladerdek. 
 
Een bruut geloei brengt me terug bij mijn positieven. Koeienbellen rinkelen, een haan kraait. Door de gordijnen schemert het daglicht. Verward denk ik terug aan mijn nachtelijke amourage. Dat was niet zomaar een droom. Het weerzinwekkende wezentje dat Trauco heet, heeft de reputatie van een ware womanizer op Chiloé, de eilandenarchipel in het noorden van Chileens Patagonië. Volgens de legende zou de trol het hebben voorzien op jonge maagden, om hen, betoverd door erotische dromen, van hun maagdelijkheid te beroven. 
 
En zo doen er nog heel wat andere legendes de ronde onder de Chilotes, zoals de eilanders bekend staan. Over het spookschip Caleuche, een lang geleden vergaan Hollands piratenschip dat op mistige dagen de kustwateren bevaart, met op het dek een koor van zingende heksen. Of Pincoya, de zeemeermin die eenzame zeemannen het hoofd op hol brengt door, gezeten op een rots, met bevallige traagheid haar lange haren te kammen, en wiens sensuele dansbewegingen al dan niet goede of slechte oogsten zouden voorspellen. 
 
Wij nuchtere Hollanders zien daar natuurlijk niets in. Maar toch, wie vanaf de pont het eiland oprijdt, begint prompt aan zichzelf te twijfelen. Grote delen van Chiloé zijn overdekt met dichte oerbossen, waar met het vallen van de avond een dichte mist over neerdaalt, te danken aan de eeuwige regen op het eiland. Diezelfde mist transformeert de honderden kleine, fjordachtige baaien langs de kusten van de 41 eilanden tot het ideale decor voor intriges van trollen, heksen en ander mystiek gespuis. 
 
De eilandengroep, waarvan het 190 kilometer lange Grande Isla de Chiloé de grootste is, was honderden jaren afgesloten van het vasteland. Na de komst van de Spanjaarden brak een opstand uit onder de Mapuche-indianen ten noorden van de archipel, waarna de veroveraars zich terugtrokken op Chiloé. Met de bouw van zo'n 150 houten kerkjes poogden ze de lokale Chonos en Huilliches tot vrome christenen te bekeren, maar die gaven zich niet zomaar gewonnen. Ze hielden vast aan hun eigen goden, mythes en bijgeloof. Pas in 1826 bliezen de Spanjaarden de aftocht, waarmee ze hun laatste buitenpost in Zuid-Amerika opgaven. Chiloé werd deel van Chili, maar bleef haar eigen cultuur behouden. 
 
En die cultuur beperkt zich niet tot verhalen over zingende heksen en bronstige trollen. De Chiloten zijn de trotse eigenaren van een eigen eetcultuur, met allerhande inventieve gerechten, bestaande uit alles wat op het eiland en in de oceaan te vinden is. In het dorp Tenaún stoppen we voor milcao en chochoca, twee lokale snacks met aardappel. Er groeien een vierhonderd aardappelsoorten op de archipel, in alle kleuren en maten. Dat maakt je creatief met piepers. Onze milcao bestaat uit geraspte rauwe aardappel gemengd met aardappelpuree, gevormd tot een plat broodje, met binnenin wat chicharron, in varkensvet gebakken stukjes varkensvlees. De chochoca is van hetzelfde deeg, maar in tegenstelling tot de in de oven of pan gebakken milcao, wordt het chochocadeeg om een stok gewikkeld en gegaard boven een vuur. 
 
We volgen de onverharde weg langs de kust, slingerend over heuvels met akkers en bossen en langs dorpjes waar je volgens de reisgidsen wel vijftig jaar terug in de tijd wordt geworpen. Dat is overdreven, maar het leven is er wel zonder haast; winkelcentra of hamburgerketens zijn er niet en de wifi doet het nagenoeg nooit. De Chilotes lijken gewoon te doen wat ze al honderden jaren doen. De mannen voorzien hun gekleurde houten vissersbootjes van een lik verf, de vrouwen verkopen truien van dikke schapenwol op de markt, pal naast kraampjes met hoog opgetaste mosselen, dikke bundels zeewier en zakken vol rode, paarse en gele aardappelen. 
 
Ze houden van eten en als het even kan maken ze daar een feestje van. In Achao, een dorp op het kleinere eiland Quinchao, belanden we op het lokale Festival de la Papa, een tweedaags eetfestival ter ere van, jawel, de aardappel. Twee rijen houten gebouwtjes zijn omgetoverd tot een twintigtal eetstalletjes, waarin voltallige families in de weer zijn met het vullen van empanada's. Ze roeren in enorme stoofpotten en maken snacks met eerdergenoemde knollen. Alle lokale ingrediënten van het land en uit de zee komen in de pan terecht: varken en bonen zalm en heek, mosselen, kokkels en andere schelpdieren. Even verderop draait een lam aan het spit. Wanneer iets klaar is, gaat het linea recta naar de lange tafels. Alles wordt weggespoeld met blikken bier en literflessen met het venijnige drankje chicha de manzana.
 
Midden op het terrein stijgt rook op. In een gat in de grond brandt een stapel hout, ernaast staat een grote zak schelpdieren. Het zijn de voorbereidingen voor een curanto al hoyo, de fameuze stoofpot, gemaakt in een grondoven, met daarin zo'n beetje al het eetbare dat op en rond het eiland te vinden is. De curanto (mapuche voor steen verwarmd in de zon) is misschien wel het oudste gerecht ter wereld, met een bereidingswijze nagenoeg dezelfde als in de zesduizend jaar oude stoomoven die op Chiloé is aangetroffen, met daarin resten van vissen, vogels, schelpdieren en zelfs walvissen. 
 
Wanneer het vuur de stenen onderin het gat heeft verwarmd, keren twee mannen de jutezak met mosselen, kokkels en andere schelpdieren om boven het gat, gevolgd door hompen gerookt varken, dikke chorizoworsten, kippenpoten en brokken koe, afgedekt met een laag nalcabladeren, een lokale plant. Daar bovenop gaan hele aardappels en bonen, gevolgd door weer een laag bladeren en een verzameling milcaos en chapaleles, vergelijkbaar met milcaos maar dan gemaakt van aardappelpuree, bloem en chicharron. Tot slot gaat er een laatste laag bladeren over het geheel, waarna de prehistorische stoomoven een deksel krijgt van plastic. Plastic? Ja, ook de Chiloé gaat met zijn tijd mee. 
 
Anderhalf uur later, welbesteed met het eten van wel een dozijn empanada's, weggespoeld met veel bier en chicha, gaat het dak van de curanto. Alles wordt uit het gat geschept, over borden verdeeld en geserveerd met een stuk citroen en pebre, de salsa van fijngesneden tomaat, zout, ui, rode peper, en koriander. Onwennig nemen we een hap van de curieuze mix, onder het toeziend oog van opgewonden Chiloten. Het vlees is hartig en de schelpdieren een beetje taai door de lange kooktijd, maar het smaakt geweldig. Net als al die andere dingen die ze ons voorzetten, zoals de cazuela, een heldere soep met zacht gestoofd lam, pompoen, aardappel, mais en zeewier. Of de papa rellena, een gefrituurd deeg van aardappel, gevuld met kleingesneden zeevruchten. We eten zelfs een taart van aardappel, met een dikke laag chocola. 
Trol Trauco zou er zijn dikke vingers bij aflikken. 
 
zomer 2015, Bouillon Magazine