Ynske schrijft

Ynske Boersma +31645192530

blancodesign

Drugs worden in Argentiniƫ ook normaal

De narcohandel wint terrein in Argentinië. Verarmde stedelijke zones worden overgenomen door drugsbendes, met toenemende criminaliteit, geweld en sociale problemen als gevolg.

'Ga er niet heen. Ze vermoorden je," waarschuwen de Cordobeses iedereen die een kijkje wil nemen in La Quinta, de beruchtste narcobuurt van het Argentijnse Córdoba, met anderhalf miljoen inwoners de tweede stad van Argentinië en het knooppunt voor cocaïnesmokkel vanuit Bolivia naar andere grote Argentijnse steden. 'Ze' zijn de narco's en hun netwerk van soldados: jargon voor het legertje buurtjongens dat voor de drugsbendes in La Quinta en een twintigtal vergelijkbare buurten in Córdoba werkt.

De veelal nog minderjarige jongens houden de wacht op straat, bezorgen drugs of bemannen de 'kiosken' van waaruit de drugs - cocaïne, marihuana en amfetaminen - worden verkocht. Conflicten, van bendeafrekeningen tot handelsruzies, worden in de regel opgelost met kogels. 

"Meestal schieten ze in het been, als waarschuwing," zegt buurtwerker Mariano Oberlin (41) tijdens een rondleiding door La Quinta, een troosteloze verzameling eenvoudige lage huisjes, uitgebrande autowrakken en hier en daar een krottenwijkje, naast clandestiene vuilnisbelten. "Maar geregeld valt er ook een dode. Soms wel drie in een maand." 

Drugshandel is een groeiend probleem in Argentinië. Vooral de laatste tien jaar nam zowel de export en verkoop als het gebruik van drugs sterk toe. Daarbij worden in toenemende mate drugs geproduceerd in zogenoemde cocinas, 'keukens', waar cocapasta wordt bewerkt tot cocaïne en crack. Een deel daarvan verdwijnt via de havens van Buenos Aires en Rosario naar Europa en de Verenigde Staten, de rest is voor eigen consumptie. 

Tot begin deze eeuw gold Argentinië vooral als doorvoerland voor buitenlandse drugskartels op de route naar Europa. In de jaren negentig nam ook de binnenlandse vraag naar cocaïne en marihuana toe. 

Het was echter pas na de crisis van 2001 dat de drugshandel tot volle bloei kwam. Mexicaanse en Colombiaanse drugskartels zagen zich door de harde aanpak van de narcohandel op eigen terrein genoodzaakt hun routes te verleggen, met name naar Brazilië en Argentinië - beide grenzend aan coca- en marihuanaproducerende landen, met grote internationale havens en een economische infrastructuur die geschikt is voor witwaspraktijken. 

Met het toenemen van de handel nam ook de aanwezigheid van buitenlandse drugsorganisaties toe. "De havens ten westen van Buenos Aires, inclusief Rosario, worden gecontroleerd door de Colombianen; Mexicanen zijn de baas in het noorden van Buenos Aires; de Bolivianen smokkelen vanuit het noorden en controleren Salta, en de Peruanen doen hetzelfde vanuit de provincie Jujuy, tot aan Bajo Flores in Buenos Aires," zegt Association Argentina Antidrogas-directeur Claudio Izaguirre in de Argentijnse krant Clarín. "En de tussenpersonen zijn vaak Argentijnen." 

Maar Argentinië dankt de opmars van de drugsbazen aan meer dan alleen geografie. In de praktijk blijken de narco's relatief ongestraft hun gang te kunnen gaan. Het onderzoek van justitie beperkt zich hoofdzakelijk tot gebruikers en de kleine dealers, de allerlaatste schakels in de drugsketen. Slechts zo'n drie procent van alle drugsgerelateerde onderzoeken was gericht op de narcohandelaren, blijkt uit recente cijfers van de Argentijnse justitie. 

"Alleen gebruikers en kleine verkopers van drugs worden opgepakt en veroordeeld. De rest van de drugsketen, waar de drugs vandaan komen en waar het geld heengaat, wordt niet onderzocht," zegt journalist Juan Federico, die een boek schreef over de narcohandel in Córdoba. "Zo is het sinds 1989 in slechts vijf witwaszaken tot een uitspraak gekomen." 

De opmars van de narcohandel is vooral zichtbaar in de steden, waar de drugsbendes zich installeren in arme, gemarginaliseerde wijken. In Córdoba worden inmiddels 23 van de 380 buurten beschouwd als 'gecontroleerd door narco's', volgens een onderzoek van het Observatorio Seguridad Ciudadana de Córdoba, een ngo (niet-gouvernementele organisatie) die de veiligheid in de provincie onderzoekt. In nog eens veertig buurten is de narcohandel in opkomst. 

De handel leidt ook tot grote sociale problemen. "Ik zie jongens van acht hun eerste joint roken," zegt Oberlin, die een werkplaats voor jongeren runt in Maldonado - één van de vijf buurten van La Quinta. 

"Zeventig, tachtig procent van de jongeren gebruikt drugs. Maar nog schadelijker is de handel, die op zijn beurt criminaliteit en bendeoorlogen veroorzaakt. Wanneer de jongens daarbij betrokken raken, is het heel moeilijk daaruit te komen." 

In de zes jaar dat Oberlin in Maldonado werkt, heeft hij de drugsbendes geleidelijk de buurt zien overnemen. De armoede en werkloosheid in buurten als deze is sinds de Argentijnse schuldencrisis in 2001 hoog gebleven. Veel jongeren stoppen voortijdig met school. Oberlin: "De drugshandel is een uitweg." 

Daarbij voorzien de narco's in wat Oberlin 'sociale netwerken' noemt. "Ze paaien de bewoners met een feestje hier, een nieuw dak op het huis, shirts voor het voetbalteam. In feite betekenen ze meer voor de buurt dan de overheid." 

Sterker, volgens vele stemmen - buurtbewoners, journalisten, onderzoekers - is dezelfde overheid in sommige gevallen actief betrokken bij de handel. De corruptie varieert van politieagenten die steekpenningen aannemen tot directe financiering van politieke partijcampagnes met drugsgeld. 

Zo zouden in 2007 verschillende politieke campagnes, waaronder die van president Cristina Kirchner, zijn gesponsord door dezelfde farmaceuten die van efedrinehandel met Mexicaanse drugskartels worden verdacht. Een onderzoek loopt nog. 

In Córdoba is de link tussen narco's en de autoriteiten nog directer, onthulde het lokale onderzoeksjournalistiekprogramma ADN in een serie. Zo vertelde een voormalige informant van de lokale antidrugseenheid hoe de politie niet alleen samenspande met de narco's, maar ook delen van ingenomen drugs achterhield om door te verkopen. 

Kort daarna werden de chef van de eenheid en nog vijf agenten aangehouden. Aanvankelijk hield de provincieregering de politietop de hand boven het hoofd, maar de publieke verontwaardiging daarop was zo groot dat de chef van de politie en de provinciale minister van Veiligheid hun aftreden aankondigden. 

Maar waar de politie de klappen opvangt, gaat de politiek doorgaans vrijuit. In een vervolgaflevering van ADN zien we hoe oud-parlementslid en functionaris van regeringspartij Partido Justicialista Liliana Juncos een dubbelleven blijkt te leiden als drugsbazin. Undercovers voorzien van verborgen camera's presenteerden zich als dealers bij het huis van Juncos in La Quinta, die nietsvermoedend voor de camera onderhandelt over een cocaïnedeal. 

Het was niet de eerste keer dat Juncos, vertrouwelinge van provinciegouverneur José Manuel de la Sota, werd gelinkt aan drugshandel. Al voor haar aantreden als parlementslid in 2003 stond ze terecht voor betrokkenheid bij heroïnesmokkel. Daarbij staan haar ex-man, zoon en stiefzoon bekend als grote drugsdealers in Córdoba. In 2010 werd ze gelinkt aan de moord op een meisje (4) in dezelfde buurt, wier moeder drugs zou hebben verkocht voor Juncos. 

Maar tot een veroordeling kwam het nooit, ook niet nadat Juncos in 2007 werd betrapt op het uitdelen van choripan y porro (worstenbroodjes en marihuana) om stemmen te werven voor regeringspartij PJ in La Quinta. "Daar zie je de belangrijkste link tussen narco's en politiek," zegt journalist Federico. "De punteros vormen de schakel tussen de politieke macht, de buurt en de narco's. De puntero verzekert de partij van stemmen, met geld van de narco's. In ruil daarvoor kijkt de politiek de andere kant uit." 

"Alle instituties zijn betrokken, daar is geen twijfel over mogelijk," bevestigt Alejandra Oliva van het Observatorio de Seguridad Ciudadana en tot voor kort vervangend minister van Veiligheid. Een post die ze 'gedesillusioneerd' verliet. "Er is geen overheidsbeleid of onderzoek van de justitie om de handel aan te pakken. Drugshandel is de winstgevendste business ter wereld. Het komt niemand goed uit er iets aan te doen."

Exponentiële groei

De Argentijnse narcohandel is exponentieel gegroeid. Werd in 1998 negenhonderd kilo cocaïne onderschept aan de grens met Bolivia, in 2011 trof de marechaussee in één vrachtwagen al een ton aan. 

Volgens het jaarlijkse drugsrapport van de VN uit 2013 eindigde Argentinië tussen 2001-2010 op de derde plaats van herkomstlanden van onderschepte coke ter wereld, na Brazilië en Colombia. Daarbij groeide de binnenlandse consumptie van coke tussen 1999 en 2006 van 1,9 procent naar 2,6 procent van de bevolking. 

Ook werd tussen 1999 en 2010 55.900 kilo efedrine, voor de productie van methamfetaminen, geïmporteerd. Daarvan werd zeker 9800 kilo verscheept naar drugskartels in Mexico, bleek uit onderzoek van de Argentijnse justitie.

04-07-2015, Het Parool