Ynske schrijft

Ynske Boersma +31645192530

blancodesign

Snacken op wielen

'Wanneer heeft ú voor het laatst gelachen?" vraagt de clown aan een bus vol Ecuadoranen. Meewarige blikken zijn het antwoord. Onverstoorbaar praat de clown verder - een beetje weerstand hoort erbij. Een minuut of tien later reikt hij naar het bagagerek, en tovert daar een doos chocoladerepen tevoorschijn. "U lacht, nu moet u chocola kopen," zegt hij streng tegen een passagier voor in de bus. Vertwijfeld diept die maar wat kleingeld op.
 
Ecuadoranen zijn een handelslustig volkje. Rondom de bussen, hét vervoermiddel in Ecuador, bestaat een grote grijze economie van wandelende eenmanszaakjes. Je vindt ze bij het busstation of gewoon in de bus, en ze verkopen nagenoeg alles - van chips en cola tot nep-Rolexen en potjes met Chinese wondermiddeltjes. Eens zag ik zelfs een man twee puppy's verhandelen. 
 
Het avontuur begint op het busstation van Quito. Tientallen ticketverkopers overschreeuwen elkaar met hun bestemmingen, houden je staande en vragen: "Waar wil je heen, mi amor? Ik breng je ernaartoe! Vamos, vamos!" Met vele concurrerende maatschappijen is het dan zaak een kaartje te kopen voor de snelst vertrekkende bus. Een wijze les: ahorita, een verkleinwoord van het Spaanse 'nu', betekent ongeveer hetzelfde als 'reken er maar niet op dat ik binnen een half uur vertrek'.
 
Potjes pillen uit de dokterstas
 
Gelukkig is het wachten een waar culinair festival. Bij de vertrekplatforms staat een bataljon straatverkopers klaar om wat dan ook aan de man te brengen. Zoete en hartige empanadas, vers geblende fruitshakes en alle mogelijke soorten snoep, zoete broodjes en chips van cassave of bakbanaan - alles voor hooguit een dollar. 
 
Ook de reis zelf kost weinig, ongeveer één dollar per uur reistijd. Daarvoor krijg je een meestal verrassend comfortabele stoel en extraatjes als constant pompende reggaeton en nagesynchroniseerde schietfilms op vol volume. Toegegeven, de airconditioning doet het zelden en de wc nagenoeg nooit, maar het uitzicht op de Andes en de eerder genoemde service on board maken veel goed. 
 
De verkoopmethoden van deze constante stroom mobiele verkopers loopt uiteen. De één rent al 'helado helado helado' schreeuwend door het gangpad, verkoopt twee ijsjes en stapt dan snel weer uit, op naar de volgende rijdende afzetmarkt. Anderen houden gerust een half uur durend betoog over de heilzame werking van ginseng, waarna met veel vertoon potjes pillen uit een dokterstas tevoorschijn worden gehaald. "Slechts vijf dollar mevrouw, maar alleen omdat u het bent." 
 
Maar de echte verrassingen komen uit de rieten manden en koelboxen waarmee om de paar kilometer een nieuw legertje straatverkopers de bus instapt. Ze verkopen vele soorten zelfgemaakte zoetigheden en hartige snacks, en zijn per regio weer anders. Kortom, voor de beste culinaire ervaring van Ecuador hoef je slechts achterover te leunen in de bus - het eten komt naar je toe. 
 
Publiekslieveling is pan de yuca, de hartige en als je geluk hebt nog warme broodjes van kaas en yucameel die zo'n beetje elke reis voorbijkomen, à 25 cent per stuk. Ook altijd goed is helado de paila, het traditionele ijs uit de Sierra: vers fruitsap en geslagen eiwitten worden vermengd in een bronzen schaal die op een bergje gletsjerijs staat. Toegegeven, tegenwoordig komt dat ijs gewoon uit de vriezer, maar het smaakt er niet minder lekker om. 
 
"Cevichocho, cevichocho, ceviche de chochoooos," klinkt het monotone stemgeluid van de volgende handelsreiziger. Het blijkt de vegetarische versie van ceviche, met de in de Andes veel gegeten lupinebonen, in plaats van rauw gemarineerde vis. Een klassieker in Ecuador, zowel op straat als in de sterrenrestaurants. De salade komt in plastic zakjes gevuld met de bonen, stukjes tomaat, rode ui en aji, de in Ecuador alomtegenwoordige dressing van rode pepers, en wordt afgemaakt met een flinke kneep limoensap, geroosterde mais en bananenchips.
 
Slapen tot de bestemming
 
Bestemming van deze reis is Cuenca, de derde en wellicht mooiste stad van Ecuador, 450 kilometer ten zuiden van Quito. De rit over de Panamericana voert door een honderden kilometers lange vallei tussen twee uitlopers van de Andes, en wordt vanwege de tientallen al dan niet uitgedoofde vulkanen ook wel de Avenida de los Volcanos genoemd. De landschappen zijn dramatisch: van ruige páramo tot mystieke nevelwouden, met hier en daar een met gletsjers bedekte vulkaantop. 
 
Mijn reisgenoten, merendeels inheemse indianen gehuld in poncho's of felgekleurde omslagdoeken, vinden de blonde gringa wat interessant. "Holanda?" vraagt een dikke vrouw die zich genoeglijk in de halve plek tussen mij, de rugzak en het raam heeft genesteld. "Ligt dat in de Verenigde Staten? Kun je daar veel geld verdienen?" Na nog enkele vragen over mijn burgerlijke staat - een ongetrouwde gringa van over de dertig roept hier veel vragen op - legt ze haar hoofd op mijn schouder en ze valt in een diepe slaap. 
 
Ook de rest van de passagiers brengt de reis grotendeels slapend door. Wellicht ligt dat aan de doorgaans tergend trage bus, die zelfs over de snelweg nog geen vijftig kilometer per uur aflegt. Hij stopt overal waar maar iemand zijn hand opsteekt, waarna de assistent uit de bus springt om bagage in het laadruim te kieperen. Maar de bus houdt evengoed halt om de assistent een tros bananen te laten kopen of om hem even een kruisje te laten slaan bij een Mariabeeld. 
 
Op de ritten die daardoor zo tien uur kunnen duren, zijn de troepen ambulante verkopers vaak de enige voedselvoorziening. Populaire snacks in de Andes zijn mote con chicharrón, een bergje zompige, witte mais met daarop gefrituurde varkenshuid; fritada van stukjes geroosterd varkensvlees; en papas con cuero, van alweer varkenshuid, maar dan met gebakken aardappels - zwaar, koolhydraatrijk eten, waar inheemse boeren in de Andes lang op kunnen teren. Ik hou het bij papipollo, de Ecuadoraanse versie van een patatje mét: gefrituurde kip en aardappels, met aji en ketchup. Muy rico. 
 
Een iets grotere culinaire uitdaging wacht bij een overstap in Ambato, een provinciestad op vier uur rijden van Quito. Op een paar meter afstand van de snelweg staat een kleine indiaanse verwoed aan een spit met cavia's te draaien. Ze veegt het zweet van haar voorhoofd, en kwast de knaagdieren nog eens in met een onbestemd mengsel van vet en kruiden. Vorsend bekijk ik mijn voormalige huisdieren, die opeens wel twee keer zo groot lijken. Misschien een volgende keer.
10-01-2015, Het Parool