Ynske schrijft

Ynske Boersma +31645192530

blancodesign

'Onze kinderen willen werken'

Het centrum van La Paz, rond negen uur. Een meisje, gekleed in een lichtroze donsjack, is in slaap gedommeld, leunend tegen het geïmproviseerde kraampje met snoep, kauwgom en zakdoekjes. Naast haar ligt een handvol munten. Ze schrikt wakker, een klant. "Uno cinquenta," zegt ze geroutineerd, "heb je er tien cent bij?"
 
Michele heet de verkoopster, elf jaar oud. Elke dag na school en in het weekend bemant ze dit kraampje, langs een drukke weg in La Paz. Tot tien uur 's avonds, alleen. "Mijn mama heeft geld nodig," antwoordt ze op de vraag waarom ze werkt. "En papa zit in de gevangenis." 
 
Michele is geen uitzondering in Bolivia. Geschat wordt dat ongeveer 850.000 Boliviaanse kinderen tussen de vijf en zeventien jaar regelmatig werken - 28 procent van alle kinderen en 35 procent van de totale werkzame bevolking, volgens cijfers van de regering en Unicef. Je ziet ze overal - als straatverkoper, in het restaurant van de familie, als sjouwer op de markt. Minder zichtbaar zijn de vele kinderen die onder gevaarlijker omstandigheden werken, zoals in de mijnen, op suikerrietplantages en in de nachtelijke uren. 
 
Ruim de helft van hen is onder de veertien jaar, tot voor kort de minimumleeftijd om te werken in Bolivia. Maar afgelopen zomer tekende Boliviaanse president Evo Morales een hervorming van de kinderarbeidswet waarmee ook kinderen onder de veertien legaal aan de slag kunnen - vanaf twaalf jaar in loondienst, en vanaf tien als zelfstandig ondernemer. Daarmee is Bolivia het enige land ter wereld dat kinderen zo jong toestaat om te werken.
 
"De realiteit is dat veel kinderen werken," zegt Isbel Flores, coördinator bij Sarantañani, een educatiecentrum voor werkende kinderen in La Paz. De organisatie is niet tegen kinderarbeid op zich, maar wel tegen uitbuiting van kinderen.  "Werken is voor ons een waardevol onderdeel van onze cultuur. Door het te verbieden ontneem je de kinderen hun rechtsbescherming en drijf je ze de illegaliteit in, waar ze ten prooi vallen aan de uitbuiting door volwassenen. Beter is het om te zorgen voor betere arbeidsomstandigheden en de kinderen het respect te geven dat ze verdienen." 
 
"Daarbij zijn niet alle werkende kinderen zielig," benadrukt Flores. "Kinderen in Bolivia werken ook omdat ze het willen. Omdat ze mooie schoenen willen kopen, een mobiele telefoon, of boeken voor school. Vroeger werkten kinderen puur om te overleven. Maar die motieven zijn aan het veranderen. Kinderen willen nu werken om hun leven beter te maken." 
 
De wetshervorming was een initiatief van de Union de Niños y Adolescentes Trabajadores de Bolivia (Unatsbo), de vakbond voor werkende kinderen. De organisatie vertegenwoordigt duizenden kinderen in zeven van de negen departementen in Bolivia en strijdt voor hogere lonen, betere werkomstandigheden en goed onderwijs.
 
December vorig jaar trok de organisatie door de straten van La Paz om hun grootste wens te af te dwingen: een opheffing van het verbod om te werken onder de veertien jaar. Nu zijn vakbondsdemonstraties aan de orde van de dag in Bolivia, net als het geweld waarmee de politie het protest beëindigde. Alleen ging het dit keer om kinderen, en de verontwaardiging over het geweld haalde de nationale pers, waarna president Morales de vakbondsleiders uitnodigde om hun eisen te bespreken.  "De president vertelde ons dat hij zelf op zijn zevende is begonnen met werken," memoreert vakbondsleider Hector Condori (18). "Daarom begreep hij waar we het over hadden en beloofde hij ons te steunen." 
 
Ook Condori werkt sinds zijn zevende. Tot zijn veertiende hielp hij zijn moeder met het verkopen van knuffels op de markt, met ieder een eigen kraam. Sinds zijn veertiende verdient hij zijn geld als zebrita, de als zebra's verklede verkeersregelaars van La Paz. Daarbij werkte Condori vier jaar lang samen met andere Unatsbo-vertegenwoordigers aan de recente wetshervorming.  "Aanvankelijk wilde niemand naar ons luisteren. Als kinderarbeid legaal zou worden, zouden alle kinderen stoppen met school, zeiden de senatoren. Maar dat is een leugen, wij zijn juist heel gedisciplineerd. Ik ben de beste van mijn klas." 
 
Morales hield woord. Maandenlang onderhandelden de vertegenwoordigers van Unatsbo met de regering over de hervorming van de kinderarbeidswet. Grootste obstakel vormden de conventies van de Internationale Arbeidsorganisatie ILO, waarbij ook Bolivia is aangesloten, die bepalen dat kinderen in ontwikkelingslanden pas vanaf veertien jaar mogen werken. Overeengekomen werd om de minimumleeftijd op veertien jaar te houden, maar dat in 'uitzonderlijke sociaal-economische' gevallen ook jongere kinderen toestemming kunnen krijgen, op voorwaarde dat ze ook naar school gaan en uit vrije wil werken.  In de praktijk zijn die gevallen echter eerder regel dan uitzondering - hoewel de armoedecijfers de laatste jaren flink zijn gedaald, leefde in 2011 nog altijd 45 procent van de Boliviaanse bevolking onder de nationale armoedegrens. Voor veel families is kinderarbeid de enige manier om het hoofd boven water te houden. 
 
Tegenstanders van de wet, waaronder ngo's als Human Rights Watch, de Permanente Vergadering voor de Rechten van de Mens in Bolivia en de landelijke Kinderombudsman beschouwen de wet als een achteruitgang. "Met de nieuwe wet breekt Bolivia met de bestaande internationale conventies, opgericht ter bescherming van de kinderen. Door kinderen vanaf tien jaar toe te staan voor zichzelf te werken, lopen ze het risico te worden blootgesteld aan mishandeling en uitbuiting," zegt kinderombudsman Marcelo Claros. 
 
Maar volgens vakbondsleider Condori ziet de ombudsman daarmee de Boliviaanse realiteit over het hoofd. "Wij werken niet omdat we dat willen, maar omdat we dat moeten. Om onze familie te helpen en onze opleiding te betalen. Uiteindelijk zal kinderarbeid in Bolivia verdwijnen, maar zover zijn we nog lang niet. Daarom vragen wij erkenning van ons werk, met minimumlonen, sociale verzekeringen en pensioenopbouw. We willen dezelfde rechten als een volwassene."
 
Cijfers - 850.000 Boliviaanse kinderen tussen de 5-17 jaar werken, 35 procent van de totale werkzame bevolking.  - Kinderen onder dertien jaar verdienen gemiddeld 233 bolivianos per maand, zo'n 27 euro. Oudere kinderen krijgen meer, ongeveer 66 euro.  - 87 procent van het werk wordt beschouwd als gevaarlijk voor de fysieke of mentale gezondheid, zoals het werk in de mijnen, in de landbouw of als alcoholverkoper.  - 77 procent werkt voor de familie, zonder betaling. Negentien procent werkt voor zichzelf, vooral in de steden.  - 22.270 kinderen gaan vanwege hun werkzaamheden niet naar school.
 
Verkiezingen
 
Morgen gaan de Bolivianen naar de stembus voor de presidents- en parlementsverkiezingen. De uitkomst zal vermoedelijk weinig verrassend zijn: Evo Morales, sinds 2006 als eerste president van indiaanse afkomst aan de macht in Bolivia en nu in de running voor zijn derde termijn, geniet nog altijd grote steun onder de grotendeels inheemse en arme bevolking van Bolivia, net als zijn Beweging voor het Socialisme (MAS).  Zijn kandidaatstelling is omstreden, omdat volgens de nieuwe Boliviaanse grondwet uit 2010 een president maar twee termijnen mag dienen. Een vorig jaar goedgekeurde wet maakt een derde termijn alsnog mogelijk: volgens het Constitutioneel Hof zou zijn eerste termijn nog onder de oude grondwet vallen, en daardoor niet meetellen.
11-10-2014, Het Parool