Ynske schrijft

Ynske Boersma +31645192530

blancodesign

Voor de kunstenaars was geen plaats meer

Vijftien jaar geleden begonnen kunstenaars te bouwen aan Kunststad, Europa's grootste broedplaats. Op de NDSM-werf - nu dé plek voor hoofdkantoren, festivals, hippe horeca. Voor de kunstenaars zelf was steeds minder plaats. En geld

Een busje, een tang en een haspel - meer heeft metaalkunstenaar Ward Kreykamp niet als hij vijftien jaar geleden aankomt in de Scheepsbouwloods, op de NDSM-werf in Noord. De voormalige scheepswerf is dan nog een echte rafelrand: een verlaten, industrieel gebied aan de overkant van het IJ waar, sinds halverwege de jaren tachtig het laatste schip de helling afrolde, eigenlijk niemand meer iets te zoeken heeft.

Op een paar krakers en kunstenaars na. Ze voelen zich verdreven uit de stad, waar hun vrijplaatsen in de oude loodsen en silo's aan de zuidoever van het IJ moeten plaatsmaken voor de bouw van luxe appartementen en kantoren. De kunstenaars luiden de noodklok: de gemeente moet zorgen voor goedkope werkruimten voor de kunstenaars, vinden zij. Het is het begin van het Amsterdamse Broedplaatsenbeleid: door de gemeente gesubsidieerde werkplaatsen waar creatieven voor weinig geld een atelier kunnen huren.

De monumentale Scheepsbouwloods, met een oppervlakte van zo'n drie voetbalvelden het grootste gebouw op de werf, is een van de plekken die in aanmerking komen als werkgebouw voor de Amsterdamse kunstenaars. ,,Het was een ruïne", zegt Eva de Klerk, initiatiefneemster van de broedplaats in de loods. ,,We hebben een plan gemaakt en daarvoor miljoenen aan leningen en subsidies binnengehaald. Daarmee wilden we met de huurders, als collectief, de loods opknappen en beheren."

Rond de eeuwwisseling beginnen de kunstenaars met de bouw van wat de grootste broedplaats van Europa zal worden: de Kunststad. Een dorp voor kunstenaars, ambachtslieden en ontwerpers, die onder het dak van de oude scheepsbouwloods naast en boven elkaar hun eigen ateliers bouwen. De loods wordt gerenoveerd en er wordt een casco geplaatst voor de ateliers. De bouw van de werkplekken betalen de kunstenaars zelf, in ruil voor een lage huur.

Ook Ward Kreykamp zoekt zijn heil in de Kunststad, waar hij zijn metaalbewerkingsbedrijf het Knutselparadijs wil vestigen. Hij tekent in voor een van de zogeheten vrije kavels aan de zuidkant van de loods. Anders dan in de rest van de Kunststad bouwen de kunstenaars hier zelf het casco, en vragen daarvoor zelf subsidie aan bij Bureau Broedplaatsen, dat voor de gemeente de subsidies beheert en toekent. In 2006 krijgt hij zijn bouwvergunning, en een toezegging voor een subsidie van ongeveer 170.000 euro.

Maar in datzelfde jaar verandert de situatie binnen de broedplaats. Stichting Kinetisch Noord, die namens de kunstenaars de loods beheert en onderverhuurt, is in ernstige financiële problemen geraakt. Vertraging bij de renovatie van de loods, uitblijven van huurinkomsten door leegstand van een deel van de loods en een opeenvolging van directeuren die te veel geld uitgeven zijn daarvan de voornaamste oorzaken.

Om een faillissement te voorkomen schiet stadsdeel Noord te hulp met een voorschot van 450.000 euro, subsidiegeld dat bij Bureau Broedplaatsen is gereserveerd voor de bebouwing van de vrije kavels, onder andere voor Kreykamp. Het voortbestaan van de stichting is daarmee voorlopig veiliggesteld, maar voor Kreykamp en de andere huurders van de vrije kavels is het nu afwachten wanneer zij het beloofde bedrag voor hun ateliers wel krijgen. Ze besluiten te wachten met bouwen, en betalen in de tussentijd een zeer bescheiden huur.

Maar Kinetisch Noord slaagt er ook na deze reddingsactie niet in om de financiën op orde te krijgen. Het stadsdeel wil van de loods af. ,,Een molensteen om onze nek", noemt een deelraadslid het aanvullen van de zoveelste financiële tegenvaller in 2010. De schuld van Kinetisch Noord aan het stadsdeel is dan al opgelopen tot ruim 1 miljoen euro. Ten einde raad maakt het stadsdeel plannen om de stichting op te heffen, en de loods dan maar zelf te beheren.

Commerciële bestemming

Wanneer Bouwe Olij begin 2011 aantreedt als interim-directeur van Kinetisch Noord, is de stichting op sterven na dood. Toch weet hij het stadsdeel te overtuigen de stichting nog één kans te geven om de loods financieel gezond te krijgen. Daarbij gaat Olij, in een vorig leven gemeenteraadslid en stadsdeelbestuurder voor de PvdA, voortvarend te werk: hij bedingt een huurverlaging bij het stadsdeel, en genereert meer inkomsten door de loods vaker te verhuren voor feesten en evenementen. Daarbij krijgt hij begin 2013 het stadsdeel zover om de huurschuld van 1,1 miljoen kwijt te schelden, als onderdeel van een ingewikkelde deal waarbij het voor Kinetisch Noord van belang is dat het eigendom van de loods overgaat van de gemeente naar de stichting. De stichting betaalt voortaan erfpacht aan de gemeente, voor een jaarlijks bedrag dat overeenkomt met de huidige huur voor de loods. Hiermee heeft de stichting de toekomst van de broedplaats in eigen hand, en hoeft de gemeente geen financiële tegenvallers meer te verwachten, aldus Olij.

Om de exploitatie van de Scheepsbouwloods rond te krijgen gaat Olij het nog ongebruikte deel van het enorme gebouw commercieel verhuren. Maar dat geldt ook voor de ruimte van de skatebaan - huurders van het eerste uur in de Scheepsbouwloods - en de nog onbebouwde vrije kavels krijgen een nieuwe, nog onbekende commerciële bestemming. De huurders van de loods, die niet betrokken zijn bij de overdracht van de loods naar de stichting, vrezen dat plekken van kunstenaars die vrijkomen, door Olij commercieel ingevuld zullen worden. Olij spreekt dat tegen: ,,Nu is ongeveer de helft van de broedplaats gevuld met goedkope ateliers. Deze blijven voor altijd beschikbaar voor de kunstenaars. Maar daarnaast zijn draagkrachtige huurders nodig om voldoende inkomsten binnen te krijgen, onder andere voor de verdere renovatie van de loods."

Maar Eva de Klerk, initiatiefneemster van Kunststad, bestrijdt dat. ,,Als de lege delen van de loods eerder waren ontwikkeld, zoals in mijn aanvankelijke plan stond, dan hadden nu nog veel meer mensen voor een lage prijs een atelier kunnen huren. Maar er is steeds weer een nieuwe directeur die de loods op zijn manier wil exploiteren. Die vertraging is de oorzaak dat het gebouw niet volledig wordt benut, waardoor niet genoeg inkomsten binnenkomen."

De Klerk is ervan overtuigd dat er simpelweg ,,flink geld verdiend moet worden met de loods". En niet alleen met de Scheepsbouwloods. ,,Het was ooit de bedoeling om alles maar te slopen op de werf, maar wij hebben erin geloofd. Nu staat het in de toptien van de hipste plekken op aarde, volgens The New York Times. En daar kan natuurlijk aan verdiend worden." Zo hebben de kunstenaars die op de vrijplaats van weleer afkwamen steeds meer commerciële festivals zien komen, een jachthaven, en hoofdkantoren van bedrijven die maar wat graag meeliften op het rauwe imago van de werf - maar dat daarmee ook steeds meer verdwijnt. Onlangs werd een driekamerhotel in een opgeknapte hijskraan geopend. Wie daar wil slapen, is minimaal 400 euro per nacht kwijt. De Klerk weet ook dat die ontwikkelingen moeilijk tegen te houden zijn. Maar de Scheepsbouwloods had als vrijplaats overeind moeten blijven, zoals de hele werf ooit was.

Conflict

Ook Kreykamp en de overige huurders van de vrije kavels krijgen te maken met de dadendrang van de nieuwe directeur. Aanvankelijk is hij blij met de komst van Olij. ,,Ik dacht, eindelijk een directeur die iets van de loods gaat maken." Behalve Kreykamp wachten ook festivalorganisator Robodock en kunstenaarsvereniging A8 tot ze eindelijk kunnen beginnen met bouwen. Maar wanneer ze hun plannen indienen, worden die steevast afgewezen door de directeur. Volgens Olij omdat de plannen financieel niet haalbaar zijn: de subsidie waar de kunstenaars aanspraak op menen te maken bestaat niet meer, aldus Olij in een brief aan de huurders in juni 2011. Als ze alsnog een atelier willen bouwen, dan moeten ze maar een nieuwe subsidie-aanvraag indienen. Maar de kunstenaars zijn het daar niet mee eens. Zij verwijzen naar eerder gemaakte afspraken, zoals de gemeentelijke subsidiebeschikking uit oktober 2010, waarin staat dat er 450.000 euro beschikbaar blijft voor het realiseren van de vrije kavels.

Door de patstelling die ontstaat, verhardt de verhouding tussen Olij en de vrije kavelaars. Maik ter Veer van Robodock gooit in 2012 na een conflict met Olij de handdoek in de ring. Maar Van Baal en Kreykamp zetten door, tot aan de rechtszaal aan toe. Uiteindelijk kan Van Baal op de werf blijven en gaan bouwen. Zij had een contract waarin de subsidieafspraak stond vermeld. Kreykamp, die voor Olij's aantreden nooit een contract had, verliest zijn zaak, en moet alsnog weg.

Toch blijkt de 4,5 ton subsidie voor de vrije kavels nog wel degelijk beschikbaar te zijn. Dat blijkt uit een interne mailwisseling tussen Olij en Jaap Schoufour van Bureau Broedplaatsen, in het bezit van deze krant. Schoufour schrijft in maart 2013 aan Olij: ,,In jouw weergave van de situatie lijkt de afspraak over de 4,5 ton geheel verdwenen. Dat gereserveerde geld wacht op een plan van Kinetisch Noord om te besteden aan vrije kavelplannen. Ik heb tot nu toe wel die reservering ondanks verstreken deadlines aangehouden." Maar Olij herinnert Schoufour aan een eerdere afspraak die zij hebben gemaakt. En die afspraak draait om het voorschot van 4,5 ton dat Kinetisch Noord zeven jaar eerder ontving om het faillissement te voorkomen, maar bedoeld was voor de vrije kavels. Stadsdeel Noord, Bureau Broedplaatsen en Kinetisch Noord verdelen dat geld nu anders. Zij spreken af dat 150.000 euro vergoed wordt voor de wel gerealiseerde ateliers op de vrije kavelstrook. Maar de overige drie ton, waarmee de rest van de vrije strook bebouwd zou worden, wordt gebruikt om de schuld van Kinetisch Noord te verkleinen. Bureau Broedplaatsen besluit overigens wel om drie ton voor andere broedplaatsen in de stad te gebruiken. Een besluit waarmee verantwoordelijk wethouder Maarten van Poelgeest pas in augustus 2013 instemt.

Olij is zich van geen kwaad bewust. ,,Je moet naar het totaalverhaal kijken. Er was ruim een miljoen schuld toen ik aantrad. Dat moest worden gesaneerd. Met Schoufour heb ik afgesproken dat we 1,5 ton zouden krijgen voor de vrije kavel, en dan was dat afgehandeld. Ward heeft acht jaar de tijd gehad om te bouwen, dan is het ook een keer mooi geweest."

Desillusie

In januari van dit jaar moet Kreykamp de werf verlaten. Hij krijgt vier weken de tijd om zijn kavel te ontruimen. Met 23 zeecontainers en tonnen ander materiaal is dat nogal een opgave. Vijftig vrachtwagenritten zijn nodig om alles te verhuizen. Wat Kreykamp rest is boosheid, desillusie, een schadepost van een paar ton en duizenden kilo's oud ijzer. Die liggen nu weg te roesten op een gehuurd buitenterreintje. Maar ook Olij is boos. Want onbekenden hebben de loods beklad met leuzen als 'Bouwe= fraude' en 'Olij Leugenaar'. In de zandbak die na de ontruiming overblijft is een grafheuvel gemaakt, met de tekst 'hier rust Ward'.

De plek van Kreykamp zal binnenkort verhuurd worden. Tegen een commercieel tarief.

Tekst: Ynske Boersma en Joost Zonneveld

 
27-06-2014, NRC