Ynske schrijft

Ynske Boersma +31645192530

blancodesign

En weer wint olie het van de natuur

Natuurbeschermers strijden vergeefs voor het behoud van een bijzonder stuk regenwoud in het Amazonegebied. De Ecuadoraanse regering geeft de olie-industrie vrij baan.

'Señor Presidente,' staat op het spandoek dat een tiental Ecuadoranen op het centrale plein van Quito met zich meedraagt. 'Wij zijn vóór oliewinning in Yasuní, omdat we betere wegen, onderwijs en gezondheid ervoor terugkrijgen.' 

Het plein in de hoofdstad is volgestroomd met de aanhangers van president Rafael Correa, die hier eens per week het volk toewuift vanaf het presidentiële bordes. Geheel volgens traditie is het na de ceremonie tijd voor protesten.

'Behoud de rijkdom onder én boven de grond', protesteert een groepje indianen, pal naast hun opposanten. Onderwerp van discussie is het natuurreservaat Yasuní, een bijzonder stuk regenwoud in het Amazonegebied van Ecuador. Het park telt niet alleen het grootste aantal dier- en plantensoorten ter wereld, maar ook enkele indianenstammen die nog altijd zonder contact met de buitenwereld leven. Helaas voor hen is ook de ondergrondse rijkdom groot. Het park ligt bovenop Ecuadors grootste bron van inkomsten: aardolie. 

Hoewel al sinds de jaren zeventig olie wordt gewonnen in het park, werd het oostelijk deel van Yasuní, rond de rivieren Ishpingo, Tambococha en Tiputini (ITT), tot nog toe ongemoeid gelaten. Niet alleen is dit het meest afgelegen en ongerepte deel van het Ecuadoraanse regenwoud - met per hectare meer plantensoorten dan in de VS en Canada bij elkaar - ook ligt hier de grootste nog onaangebroken olievoorraad van Ecuador opgeslagen. Naar schatting liggen er 850 miljoen vaten olie verstopt, goed voor twintig procent van het totaal. 

In augustus vorig jaar kondigde Correa aan ook ITT te gaan exploiteren. Een opvallend besluit, want de afgelopen jaren voerde de president juist fervent campagne om dit bijzondere stuk regenwoud te behouden. 

In 2007 bedacht zijn regering een opmerkelijk plan. In ruil voor 3,6 miljard dollar (2,7 miljard euro) aan donaties van de internationale gemeenschap - de helft van wat de oliewinning volgens de regering zou opleveren - zou de olie van ITT ondergronds blijven. Daarmee was het voortbestaan van het park gegarandeerd en zou het leefgebied van de ongeveer drieduizend indianen in het reservaat niet verder worden ingeperkt. 

Natuurorganisaties reageerden enthousiast, regeringen iets terughoudender. Chantage, oordeelde Denemarken. Andere betwijfelden de geloofwaardigheid van de Ecuadoraanse regering en wilden meer inbreng in de besteding van het geld. Zodoende viel de opbrengst tegen: in 2013 stond de teller pas op dertien miljoen dollar en nog eens honderd miljoen aan toezeggingen. 

Te weinig, oordeelde Correa bij zijn aankondiging het ITT-initiatief voortijdig af te blazen - aanvankelijk was dertien jaar uitgetrokken om het geld binnen te halen. "De wereld heeft ons in de steek gelaten," aldus de president, die de internationale gemeenschap beschuldigde van hypocrisie - ze zouden zelf de grootste vervuilers zijn, maar niet bereid zijn daarvoor te betalen. 

Hoewel Ecuador relatief weinig olie produceert, zo'n 500.000 vaten per dag, is het land sterk afhankelijk van zijn olie-inkomsten. Het zwarte goud is goed voor meer dan de helft van de export en een derde van het nationale inkomen. De verwachte opbrengst van het olieveld onder ITT, ongeveer achttien miljard dollar, is volgens Correa hard nodig voor de ontwikkeling van Ecuador, waar ongeveer de helft van de bevolking op de armoedegrens leeft. 

"Het ontbreekt de regering aan creativiteit," vindt natuuractivist Jorge Espinosa van Yasunidos, een collectief van natuur- en mensenrechtenorganisaties. "De focus op olie heeft ons de laatste decennia meer kwaad dan goed gedaan. Daarbij is er alleen al zes miljard nodig om te kunnen beginnen met boren, terwijl de inkomsten nog jaren op zich laten wachten. De werkelijke opbrengst is dus relatief klein." 

Het collectief verzamelde in het afgelopen half jaar bijna 760.000 handtekeningen om een referendum over het behoud van het nationaal park af te dwingen. Volgens de Ecuadoraanse wet zijn daar 584.000 handtekeningen voor nodig, vijf procent van het aantal kiesgerechtigden. Meer dan genoeg handtekeningen dus, ware het niet dat de nationale kiesraad van Ecuador (CNE) begin mei bekendmaakte er ruim 400.000 af te keuren, waarmee de volksraadpleging van de baan is. "Een monumentale flop," noemde Correa het initiatief van Yasunidos in de Ecuadoraanse krant El Tiempo. 

Maar volgens het collectief zijn de resultaten gemanipuleerd. Zo zouden er identificatiebewijzen op mysterieuze wijze zijn verdwenen, waardoor een groot deel van de handtekeningen op voorhand werd gediskwalificeerd. Daarbij mochten slechts zestien toezichthouders naar binnen om tweehonderd tellers te controleren. 

"De verkeerde kleur inkt, een klein scheurtje in het papier, alles werd aangegrepen om de handtekeningen af te keuren," aldus Espinosa. Het collectief heeft bezwaar aangetekend tegen de uitslag en maakt zich op voor een gang naar de rechtbank. 

Niettemin bestaat veel weerstand tegen de plannen. Ruim zeventig procent van de Ecuadoranen is vóór een volksraadpleging over Correa's besluit tot exploitatie van Yasuní, blijkt uit een recente opiniepeiling. Met de regeringscampagne '0,01 procent voor een beter Ecuador' poogt Correa de Ecuadoranen nu te overtuigen van de noodzaak tot boren. Door de beste technieken te gebruiken wordt slechts één duizendste van het park aangetast, stelt de regering. 

"De schade is natuurlijk veel groter dan die 0,01 procent," zegt bioloog Kelly Swing. Hij is directeur van het Tiputini Onderzoeksstation in Yasuní en doet sinds 1994 onderzoek in het reservaat. "Er moet een hele nieuwe infrastructuur worden aangelegd, voor de aanleg van wegen, pijplijnen en huizen voor de oliewerkers. Hiervoor moet een groot gebied worden ontbost. De regering doet alsof je alleen maar een put hoeft te boren." 

Ter compensatie voor de oliewinning belooft de regering geld te stoppen in het verbeteren van de leefomstandigheden van de indianengemeenschappen in het park, zoals beter onderwijs en gezondheidszorg. Maar volgens Swing brengt de praktijk weinig vooruitgang voor de indianen. "Voor de inheemse gemeenschappen betekent de overgang naar de moderne wereld doorgaans dat ze vooral de slechte dingen meekrijgen. Prostitutie en alcoholmisbruik, maar ook vervuiling met olieafval van de rivier waar ze uit drinken en zich in wassen. Er wordt ze een rooskleurige toekomst voorspeld, maar de werkelijkheid is anders." 

Nu het referendum niet doorgaat, is de exploitatie van ITT een feit. Onlangs gaf het ministerie van Milieu officieel groen licht aan staatsbedrijf Petroamazonas om te beginnen met de voorbereidingen voor de oliewinning. Petroamazonas verwacht in maart 2016 de eerste vaten olie naar boven te halen. 

Volgens Swing zal met de exploitatie van ITT uiteindelijk het hele park verloren gaan. "Men schijnt te vergeten dat al sinds de jaren zeventig olie wordt gewonnen in Yasuní. Nu is ongeveer de helft van het park aangetast. ITT zal een springplank zijn om ook de overige delen van het reservaat te exploiteren. Hetzelfde is tussen de jaren zestig en negentig gebeurd in het noordoosten van Ecuador, waar Texaco olie won in een regenwoud met een waarschijnlijk nog grotere biodiversiteit dan in Yasuní. Daar is nu niets meer van over."

Bliksemafleider

De afgelopen jaren stond het behoud van Yasuní volop in de aandacht van internationale media en natuur- en mensenrechtenorganisaties. Maar wat haast onopgemerkt bleef, zijn Ecuadors plannen voor de exploitatie van de overige olievelden en andere natuurlijke bronnen van het land. 

Zo schreef de regering het afgelopen jaar concessies uit voor dertien nog te exploiteren olievelden in het zuidoosten van Ecuador, elk met een oppervlakte van zo'n tweehonderd hectare. Nog eens drie blokken werden toegewezen aan staatsbedrijf Petroamazonas. 

Daarbij hoopt de regering tweehonderd miljard dollar binnen te halen met de winning van koper en goud in andere delen van het land. Protesten van de lokale bevolking tegen de plannen worden hard neergeslagen - zo bepaalt in de Intagvallei in het noorden van het land sinds enkele weken het leger wie het gebied in en uit mag, als gevolg van protesten tegen koperwinning in de vallei. 

"Exploitatie is noodzakelijk voor een duurzame ontwikkeling van de economie van Ecuador," zei president Correa bij de aankondiging van de verdere exploitatie van Yasuní in het Ecuadoraanse parlement. "Het zou absurd zijn om onze natuurlijke bronnen niet te benutten, als bedelaars aan een kust van goud."

14-06-2014, Het Parool