Ynske schrijft

Ynske Boersma +31645192530

blancodesign

Santiago wordt wakker

Het Frankfurt van Zuid-Amerika, zo stond Santiago de Chile lange tijd bekend. Economisch ging het lekker met de Chileense hoofdstad, maar op het gebied van cultuur was er weinig te beleven; saai, degelijk en provinciaals. 'Voor eeuwig in slaap', zo noemde de Chileense dichter Pablo Neruda zijn stad.

Maar sinds enkele jaren doet Santiago verwoede pogingen van dat duffe imago af te komen. In de aanloop naar het feestjaar 2010, toen het land tweehonderd jaar onafhankelijkheid vierde, onderging de stad een culturele metamorfose. Moderne cultuur-centra en musea werden uit de grond gestampt, stadsparken opgeknapt en buurten gepimpt, die prompt bohémien heetten te zijn. 

We laten ons rondleiden door de Amerikaanse Mac Mitchell van Bicicleta Verde, een bedrijfje met originele tours door Santiago en de verderop gelegen havenstad Valparaíso. De rondleidingen zijn te voet én op de fiets, want de metropool blijkt onverwachts een heuse fietsstad te zijn. 

En zo trappen wij even later ook door de straten van Santiago, op groene fietsen die met hun stalen boodschappenmandjes en onwaarschijnlijk brede sturen er tamelijk koddig uitzien. De gebruikelijke helm heeft Mitchell achterwege gelaten; als Nederlanders worden we geacht fatsoenlijk te kunnen fietsen. 

Enigszins onwennig - de drukke stromen verkeer van Santiago zijn toch net even anders dan we gewend zijn, volgen we Mitchell naar Bellas Artes en Lastarria, twee recent opgeknapte barrios in de stad. Eens werden de prachtige art-decogebouwen in deze buurt bevolkt door de beter gesitueerden, tot die aan het einde van de militaire dictatuur op de vlucht sloegen uit angst voor wraakzuchtige socialisten. 

Nu wonen er jonge gezinnen, kunstenaars en hipsters, kortom, de usual suspects van een buurt-in-opkomst. Je vindt ze in de verkeersvrije klinkerstraatjes van Lastarria, een gemoedelijke stadsoase omringd door twee parken, waar in het weekend de stoepen worden overgenomen door zingende en jonglerende straatartiesten. Ook fijn is het Plaza Mulato de Gil, een pleintje met daaraan het Museo Nacional de Artes Visuales en het Museo Archeológico, een cafeetje en een paar winkeltjes. 

In Bellas Artes, vernoemd naar het gelijknamige museum, houdt Mitchell halt en wijst naar een statig, lichtroze herenhuis aan de overkant van de straat. 'Ooit woonde daar één gezin, kun je je dat voorstellen?' Hij vertelt hoe na vele jaren van leegstand het satirische politieke magazine The Clinic het gebouw kraakte om er zijn redactie te huisvesten. 

Inmiddels heeft The Clinic het pand gekocht en getransformeerd in een alternatieve culturele verzamelplaats, met een cocktailbar, een filmhuis, expositieruimte en een vintagewinkel en als klap op de vuurpijl een seksshop voor vrouwen, bedoeld om het vrouwelijk schoon uit het conservatieve Chileense keurslijf te krijgen. En oh ja, je kunt in het gebouw ook je fiets laten repareren. 

Iets verderop huist het Centro Cultural Gabriela Mistral (GAM), vernoemd naar de Chileense dichteres Gabriela Mistral, de eerste Latijns-Amerikaanse schrijfster die de Nobelprijs voor de Literatuur won. Het dertienduizend vierkante meter tellende complex, in 1972 gebouwd door de socialistische president Allende, werd kort na de staatsgreep door Pinochet gebombardeerd tot het nieuwe regeringsgebouw en vernoemd naar de conservatieve staatsman Diego Portales - een postume belediging van Allende. 

Sinds 2010 heeft het complex weer zijn oude naam en functie terug. 'Allende wilde dat cultuur voor iedereen toegankelijk zou zijn, ook voor de arme boeren', vertelt Mitchell. En dus is, in de geest van de socialistische president, ook het nieuwe centrum gratis te bezoeken en zijn de prijzen voor de concerten, exposities en dans- en theatervoorstellingen vriendelijk. Behalve twee grote expositieruimten is er een grote, met kleurige glas-in-loodramen overdekte binnenplaats, waar je met een drankje op het terras van het café uitkijkt op coole kunstinstallaties. 

Voor een iets minder gepolijst stadsgezicht fietsen we naar Patronato, aan de andere kant van de Río Mapocho, de geelbruine rivier die Santiago in tweeën snijdt. 'El barrio commercial y cosmopolita' doopten een paar optimistische stadsvernieuwers deze buurt een paar jaar geleden. En nou ja, winkels zijn er inderdaad te over. Chinese vooral, hele blokken vol, met kleren die het naar verluidt precies één zomer uithouden. 

Maar laat je daardoor vooral niet afschrikken. Patronato, al eeuwenlang de immigrantenbuurt van Santiago, is een cultureel ratjetoe met precies de goeie rafelrand. Lange tijd was deze buurt de plek waar de outcasts van Santiago terecht-kwamen. Niet voor niets heet de deze kant van de rivier La Chimba - 'de overkant'. Eens waren dat de Inca's, later kwamen de Arabieren, Koreanen en Chinezen. 

Statige oude Moorse villa's, daar eens neergezet door vermogende Arabieren, worden afgewisseld met blokken verweerde maar kleurrijke arbeidershuisjes uit de vorige eeuw, hier en daar opgesierd met graffiti. Ga er eten bij een van de vele Koreaanse, Noord-Afrikaanse of Vietnamese eethuisjes en stort je in het gewoel van het licht-hysterische Chinatown. In dit stadsdeel is ongeveer alles, voor bijna niets te koop. 

Een paar straten verderop doemt een enorme, golfplaten markthal op. La Vega Central heet deze voedselmarkt, die zich uitstrekt over vijf stratenblokken. Menig toerist en rijke Chileen laat deze markt, in dit nog niet opgeknapte deel van het centrum, links liggen voor een bezoek aan de veel bekendere Mercado Central. Onterecht; La Vega is fantastisch. 

Het aanbod is ronduit overweldigend. Alle mogelijke soorten groenten en fruit, vers vlees en dito vis, kruiden en peulvruchten en zelfs een pad met hondenvoer. We zien de lichtgele, rode, en dieppaarse aardappels van het eiland Chiloé, vele bergen perfect rijpe avocado's, perziken, frambozen en glanzend oranje persimoenen. En pepers, in alle mogelijke kleuren, soorten en maten en van mild tot tongverschroeiend heet. 

Voorzichtig ruiken we aan een van de hoog opgetaste bergen merkén, de nationale specerij van Chili, gemaakt van zon-gedroogde en vervolgens gerookte chilipeper en zout. De Chilenen strooien het over hun geroosterde vlees of over de ceviche (visschotel) - eigenlijk maakt merkén alles lekker, als we de bejaarde peperverkoper achter de kraam mogen geloven. 

Dan stuiten we op een hal vol kleine restaurantjes, waar gezeten aan houten tafels met rood-witgeblokte tafelkleedjes, marktwerkers en buurtbewoners zich volstoppen met Chileense boerengerechten. Zoals cazuela, de traditionele Mapocho-stoof met kip, pompoen, wortel en mais. Een aanrader, want gemaakt met de verse producten van de markt en voor geen geld. 

Schrik overigens niet als er onder de tafel iets zachts langs je benen strijkt: La Vega is vergeven van de zwerfkatten. 'Ach', zegt Mitchell vergoelijkend: 'Dan zijn er in ieder geval geen ratten.'

Foto Jurriaan Teulings

 

 
12-04-2014, Volkskrant Magazine