Ynske schrijft

Ynske Boersma +31645192530

blancodesign

Hip en jong in de cultuurfabriek

Het is een bijna surrealistisch tafereel. Op een koord, gespannen tussen de stallen van een vervallen slachthuizencomplex in een buitenwijk van Casablanca, balanceert een hip uitziende jongeman, onderwijl verwikkeld in een geanimeerd telefoongesprek. Zijn gespierde bast is ontbloot, het petje op zijn hoofd staat achterstevoren en zijn baardje is precies lang genoeg, net als de opgerolde pijpen van zijn spijkerbroek.

Dan valt het oog op de openstaande deuren van het naastgelegen, met graffiti en muurschilderingen versierde gebouw. LABO, staat in grote, vrolijke letters op de okergele art-decogevel. Uit het gebouw klinkt popmuziek. Hier gebeurt iets, zoveel is duidelijk. 

Binnen kijkt een groepje Marokkaanse twintigers naar een geïmproviseerd podium, waar een al even hippe jongeling achtereenvolgens als een ware balletdanser heen en weer springt, verleidt als een revuedanseres en charmeert als een jonge uitvoering van Charlie Chaplin. Hij besluit met een kleine buiging en werpt nonchalant een sigaret in zijn mond. Voorstelling over. 

We zijn in Les Abattoirs Anciens, de oude slachthuizen in de wijk Hay Mohammedi in Casablanca. Het is een in 1922 door de Fransen gebouwd 5 hectare groot complex met onder meer koelhuizen, een leerlooierij en administratieve gebouwen. Tien jaar geleden werden de slachthuizen verplaatst naar een modernere locatie elders in de metropool. 

In 2008 sloegen culturele stichtingen, kunstenaars en de gemeente Casablanca de handen ineen om het leegstaande monumentale complex te transformeren tot een 'cultuurfabriek' voor jonge Marokkanen. De gemeente Amsterdam, die eerder het Westergasfabriekterrein een dergelijke herbestemming had gegeven, bood een helpende hand bij het maken van de plannen. 

La Fabrique Culturelle, zoals het cultuurcomplex werd gedoopt, wordt beheerd door zeventien culturele stichtingen, variërend van een skaterscollectief tot jazzmuzikanten, filmfanaten, kunstenaars en hiphoppers. De vele gebouwen van het uitgestrekte complex doen dienst als ruimtes voor exposities, filmvertoningen, muziekrepetities en theater, en op de grote binnenplaatsen vinden festivals plaats. 

Daarmee is La Fabrique de grootste onafhankelijke cultuurruimte van Casablanca, of misschien wel van heel Marokko. En, aangezien alle activiteiten gratis zijn, ook de meest toegankelijke voor de doorgaans niet zo kapitaalkrachtige jonge Marokkaan. 'Er bestaan in Casablanca geen plekken als deze', zegt kunststudente Chaimaâ (21). 'Hier hebben we de ruimte om te maken wat we mooi vinden in het leven', vult Abdelilah (27) haar aan. 'Om het verschil te maken.' 

De twee zijn lid van Colokolo, een collectief voor circusartiesten en straatkunstenaars. In hun 500 vierkante meter grote 'Labo' organiseren ze onder andere circuslessen voor kinderen, artist-in-residence-plekken voor circusstudenten en kunstenaars uit andere steden, en voorstellingen. 

Er is één probleem: dezelfde gemeente die aanvankelijk enthousiast was over de herbestemming tot cultuurterrein, weigert nu deze herbestemming te formaliseren. Gevreesd wordt dat ze het complex, gelegen vlak bij het belangrijkste treinstation van Casablanca, alsnog aan een commerciële ontwikkelaar wil verkopen. 

Is dat omdat sommige activiteiten, van rap- en breakdance-battles tot zelfs een hackersworkshop van een collectief voor een 'open Marokkaanse cultuur', toch niet zo heel goed in het cultuurplaatje van de overheid passen? 'De gemeente heeft geen controle op wat we doen, dat zit ze dwars', zegt Chaimaâ. 'Maar wij gaan door, we laten ons deze plek niet meer afpakken.'

La Fabrique Culturelle

Avenue Jaafar Barmaki, Quartier Hay Mohammedi, Casablanca. 

abattoirs-casablanca.org 

METAMORFOSE

Volgende maand verschijnt een boek over de geschiedenis van het slachthuizencomplex - van de bouw in 1922 door twee Franse architecten tot de sluiting begin deze eeuw en de daaropvolgende metamorfose tot cultuurterrein. Het boek werd gefinancierd door de gemeenten Casablanca en Amsterdam; een student van de Rietveld Academie verzorgde het ontwerp. Voor wie het Arabisch niet machtig is, het is ook in het Frans en Engels verkrijgbaar.

Foto: Federico Cabrera

 
09-11-2013, Volkskrant