Ynske schrijft

Ynske Boersma +31645192530

blancodesign

De zeebonken zijn gebleven

Een dorpsstraatje uit de jaren vijftig, daar lijkt de Via Cavana in het oude centrum van Triëst nog het meest op. Zo een waar de salumeria en de farmacia zijn aangeduid met van die aandoenlijke groene gevelletters en de groenteman zijn wilde perziken en courgettebloemen heeft uitgestald op rood-witgeblokte tafelkleden.

Aan het eind van de middag vult het verkeersvrije straatje zich met een stoet Italianen voor de dagelijkse passeggiata. Bij ijs- en chocoladewinkel Chocolat is het een komen en gaan van buurtbewoners die de Corriere della Sera lezen aan de grote houten tafel buiten op straat, af en toe opkijkend om iemand te groeten of een praatje te maken. 

Wie toe is aan een borrel, bestelt een drankje bij het café op de hoek, bijvoorbeeld zo'n feloranje Aperol-spritzer, waarbij je met een beetje geluk ook een aperitiefhapje krijgt. Het café ligt tegenover een klein park, waar de plaatselijke oudjes hun dagen slijten op een bankje en ouders spelen met hun kinderen. 

Het ging er weleens minder lieflijk aan toe hier in Città Vecchia, het oude stadscentrum van Triëst, in het noordoosten van Italië. De wijk lag pal naast de haven van de stad, die tot een eeuw geleden nog deel uitmaakte van Oostenrijk-Hongarije, en was daarmee een verzamelplaats voor zeelui, handelaars en schurken uit alle windstreken. 

De dichtbevolkte stadswijk was berucht om zijn tientallen bordelen en talloze goedkope cafés, trattoria en drinklokalen waar rond de klok zeemannen en andere dronkenlappen hun dagelijkse shot absint haalden. 

Ook allerhande illuster schrijversvolk, van James Joyce tot Italo Svevo, voelde zich aangetrokken tot de schimmigheid van Città Vecchia, waar de steegjes zo smal zijn dat je slechts door je hoofd in de nek te leggen een glimp daglicht kan opvangen. Naar verluidt was Joyce een veel geziene gast in het bordeel aan de Via Pescheria, midden in het oude Joodse getto. 

Maar met de inlijving van Triëst bij fascistisch Italië kwam ook de sloopkogel die een deel van de wijk met de grond gelijkmaakte, om plaats te maken voor een paar moderne, zielloze gebouwen waar ambtenaren nu hun dagen slijten. De rest van de eens zo roemruchte volksbuurt raakte in verval tot alleen de lichtekooien van weleer waren overgebleven. 

Hoe het hier tien jaar geleden was? De barman met de onheilspellende naam Fausto begint te lachen. 'Brutto, brutto', zegt bij. Slecht, dus. Alleen eenzame zeelui waagden zich nog in de smalle en donkere straatjes van Città Vecchia, op weg naar een dame van plezier in een casa de toleranza. Dat is een mooi Italiaans woord voor bordeel. 

Toch besloot Fausto hier zijn bar Knulp te openen - midden in Cavana, het meest verloederde deel van het oude centrum. Het stadsbestuur had besloten tot een grootscheepse opknapbeurt van Città Vecchia, dat vanaf de waterkant omhoogklimt naar het kasteel San Giusto. 

Het verjoeg de hoeren uit hun huizen van tolerantie en gaf de vervallen en dichtgemetselde huizen en palazzi een grondige opknapbeurt. Daarbij werden de smalle en soms steile straatjes verkeersvrij gemaakt. 

Het resultaat? Wel, de hoeren en zeelui zijn er nog steeds, zij het respectievelijk tippelend op een verlaten straathoek en weemoedig zwijgend met een biertje aan de bar van Fausto in Knulp, omringd door blokkende studenten en buurtbewoners. 

In de schimmige straatjes van voorheen staan de luiken van de geel, blauw en roze geschilderde huizen weer open en ruikt het naar drogend wasgoed. Waar eens de bordelen zaten, struikel je nu over restaurantjes, koffietentjes, gelateria, galeries en de onvermijdelijke vintagewinkels. En musea, zoals die gewijd aan de schrijvers Svevo en Joyce. 

Toch gaat de wijk niet aan hipheid ten onder, zoals maar al te vaak het lot is van de volksbuurt-in-verval na een rondje stadsvernieuwing. Wellicht komt dat doordat de wijk nog steeds deels in puin ligt - vooral op de heuvel San Giusto kom je menig dichtgemetseld palazzo tegen. 

Daarbij zijn de Triestini gewoon niet zo dol op verandering. 'Wij houden de dingen het liefst zoals ze zijn', verzucht de 60-jarige zeebonk Giorgio Gherlani aan de bar van Fausto. 

Dat blijkt. Zo eten de stadsbewoners al sinds de Habsburgse tijd bij voorkeur staand aan de bar van een zogeheten buffet. De populairste is Da Pepi (sinds 1897), om de hoek van Piazza Borsa. Om binnen te komen, worstel je je door een haag mannen met kroezen bier, waarna je terecht komt in een onooglijk eetlokaal dat nog het meeste wegheeft van een Oostenrijkse Stübe, compleet met lambrisering van houten planken, dito krukjes en een bar versierd met bierpullen van aardewerk. 

Achter die bar snijdt een blozende kastelein plakken vlees van een homp varkensgebraad, dat je eet met mosterd of mierikswortel en een bel doordrinkwijn à 1 euro, getapt uit een houten vaatje achter de bar. Net als in 1897, eigenlijk.

OVER HET PAD DAT NAPOLEON LIET UITHAKKEN

Neem ook een dag om de stad uit te gaan, want zowel bergen als zee zijn om de hoek. 

Triëst ligt ingeklemd tussen de Adriatische Zee en het Karstgebergte, het met dennenbossen, wijnranken en appelbomen overgroeide kalksteenplateau, dat zich uitstrekt tot in Slovenië en Kroatië. 

Het plateau staat bekend om zijn vele onderaardse riviertjes, gangen en grotten - waaronder de allergrootste voor toeristen toegankelijke grot ter wereld, met de toepasselijke naam Grotta Gigante. 

In de overwegend Sloveense dorpjes verspreid over het kalkplateau vind je vele agriturismi en osmize, de tijdelijke drinklokalen waar de boeren hun wijnoogst en zelfgemaakte hammen aan de man brengen. 

Op 20 kilometer van Triëst ligt het natuurgebied Val Rosandra, een beboste vallei omgeven door steile rotswanden. Neem een duik in een van de kleine meertjes of vergaap je aan een 30 meter hoge waterval. 

Je kunt daar naartoe fietsen over de pista ciclabile, een voormalige spoorweg tussen Triëst en Slovenië. Wandelen kan ook, bijvoorbeeld over het pad dat Napoleon liet uithakken in de steile kliffen langs de zee. Kijk zo ver als je kan over de Golf van Triëst - met helder weer reikt dat uitzicht tot in Kroatië. 

Naar een zandstrand is het door het rotsachtige landschap lang zoeken in Triëst, maar vanaf de rotsen duik je doorgaans zo de kalme zee in. De Triestini doen dat het liefst in Barcola, ongeveer 10 minuten rijden van het centrum van de stad.

JAMES JOYCE

Altijd al willen weten waar James Joyce een eeuw geleden zijn ontbijt haalde, in welke koffiehuizen hij graag rondhing en hoe zijn favoriete bordeel heette? Een route uitgezet door de universiteit van Triëst voert je langs een veertigtal plekken waar de Ierse schrijver tijdens zijn elf jaar lange verblijf in de stad te vinden was. Ook leuk voor wie het nooit verder schopte dan de openingszin van Ulysses, overigens, want de tocht is tegelijkertijd een ode aan de Oostenrijks-Hongaarse hoogtijdagen van Triëst. Bij de VVV op het Piazza dell'Unità d'Italia vind je het bijbehorende boekje met route en toelichtingen.

31-08-2013, Volkskrant