Ynske schrijft

Ynske Boersma +31645192530

blancodesign

'We komen helpen, niet straffen'

Voor de buitenstaander is het een verwarrend tafereel. Dertig in zwart leer gestoken motorrijders kijken ontroerd naar een medebiker die in een diep gesprek lijkt te zijn met een knuffelbeer. Dan drukt hij een kus op het berenhoofd en geeft de knuffel met een plechtig gebaar door aan de motormuis naast hem.

Vele natte kussen later overhandigt biker Job (58) de beer aan Kim (11). "Deze beer is nu gevuld met bikerliefde," zegt de kolossale motorrijder tegen het meisje. "En als de beer leeg is, dan komen we hem gewoon weer vullen." Het meisje pakt het speelgoeddier stevig vast en laat het niet meer los. 

We zijn op pad met de Bikers Against Child Abuse (Baca). Motorrijders die, de naam zegt het al, opkomen voor kinderen die slachtoffer zijn van misbruik of mishandeling. De bikers maken motorritjes met de kinderen, maar staan ook paraat wanneer een kind zich bedreigd voelt. Hun motto staat op de achterkant van op hun motorjacks, 'No child should live in fear'. 

Vandaag worden Kim en haar broer Wesley (13) symbolisch lid gemaakt van de bikersfamilie. De twee zijn misbruikt door hun vader, die daarvoor nu nog in voorarrest zit. Via via hoorde hun moeder over de activiteiten van Baca en ze besloot haar kinderen aan te melden. 

Ongeveer dertig motorrijders, de twee kinderen en hun familie hebben zich verzameld voor het 'adoptieritueel,' in een bowlingcentrum in Hoorn. 

Job neemt het woord. "Vandaag krijgt onze motorfamilie twee nieuwe leden." Voor beide kinderen haalt hij een motorjack tevoorschijn met daarop het Baca-embleem en hun zelfgekozen roadnames: Deaf Micky en Big B. Ten slotte leert hij ze de bikergroet, waarmee ze officieel lid worden gemaakt van de familie. 

Dan gaat de hele groep naar buiten, waar blinkende motoren al klaar staan voor het allerleukste onderdeel: de rit achterop. Even later glijdt een colonne van dertig motoren door het stadje, de kinderen aan kop. Motorrijders in gele hesjes regelen het verkeer, zodat de stoet de gehele tocht bij elkaar blijft. "Gaaf," aldus Big B. 

Ook krijgen Kim en Wesley twee buddy's toegewezen, die af en toe langsgaan bij de kinderen en altijd hun telefoon aan laten voor het geval er iets aan de hand is. Moose en Muis heten hun nieuwe maatjes. In het echte leven gaat dit stel door het leven als Bert en Ria (beiden 53), vrachtwagenchauffeur en thuiszorgwerkster uit Hoorn. 

Voorafgaand aan de adoptie verzamelen de Baca-leden bij een tankstation langs de snelweg. Ria, gezeten aan een picknicktafel, rolt nerveus een shagje. Met haar kleine postuur en zachte gezicht is ze een opvallende verschijning tussen de ruige bikers. Motorrijden doet ze al dertig jaar, voor Baca sinds een paar jaar. Nu wordt ze voor het eerst ook buddy van een kind. 

Afgelopen tijd gingen zij en haar man al een paar keer langs bij het gezin. "Het klikte meteen," zegt ze. Waar ze over praatten met de kinderen? "Over school, hun hobby's, en of ze het eng vonden om te gaan motorrijden." 

Het misbruik bleef tot nog toe onbesproken. "Daar praten we alleen over als de kinderen er zelf over beginnen. Nu gaat het erom dat ze een beschermd gevoel krijgen." 

Of het helpt? "Bij alles wat van belang was voor de kinderen, waren ze erbij," zegt hun moeder. "Sinds hij contact heeft met zijn buddy's, slaapt Wesley weer 's nachts." De motorhelm die hij kreeg, hing hij aan zijn bed. "Hij voelt zich niet meer alleen." 

Ook bij de rechtszaak tegen haar ex-man waren de bikers present. "Toen ik aan de beurt was, konden zij Wesley opvangen. Zo hoefde hij er niet bij stil te staan dat ik daarbinnen was." 

Ria is in haar jeugd ook misbruikt. Andere tijden, zegt ze. "Toen werd dit soort dingen in de doofpot gestopt." Ze is blij dat kinderen nu wel gehoord worden. 

Muis is niet de enige met 'een verleden' onder de bikers. Voor menigeen zijn ervaringen met ontucht een belangrijke reden om lid te worden. In het geval van Job (niet zijn echte naam, vanwege bedreigingen in het verleden) was dat het misbruik binnen zijn schoonfamilie. "Ik ben ermee getrouwd," zegt hij, wijzend op zijn vrouw. 

De namen Kim en Wesley zijn om privacyredenen gefingeerd

Baca werd in de jaren negentig opgericht door de Amerikaanse psycholoog en motorrijder John Paul Lilly. Als achtjarig en misbruikt jongetje was Lilly bevriend geraakt met een groep bikers, die hem in bescherming namen. Toen Lilly merkte dat zijn gesprekken de angst van een misbruikt jongetje niet weg konden halen, besloot hij weer de hulp van motorrijders in te roepen. 

Sindsdien groeide Baca uit tot een internationale organisatie met ruim dertigduizend leden, verdeeld over chapters in zeven landen. De Nederlandse tak, opgericht in 2008, telt zo'n 170 leden, die meer dan zeventig kinderen onder hun hoede hebben. 

De kinderen vinden hun weg naar Baca via kennissen, maar ook via politie en hulpverleningsinstanties. 

Na een aanmelding wordt eerst gecheckt of het kind wel in aanmerking komt: is het inderdaad misbruikt dan wel mishandeld en is aangifte gedaan tegen de dader? "Wij willen niet in een vechtscheiding terechtkomen," zegt voorzitter Johan Jong, aka Condor. 

Rijden voor Baca is weliswaar vrijwillig, maar bepaald geen vrijblijvende bezigheid, aldus de bikers. Alle kosten komen voor rekening van de motorrijders, en de full members worden geacht bij tachtig procent van alle activiteiten aanwezig te zijn. Ook moeten ze regelmatig een verklaring omtrent het gedrag overleggen. 

"Het is een zware opgave, waar je honderd procent achter moet staan," zegt Jong (60). De voormalige metaalbewerker stopt naar eigen zeggen tot tachtig uur per week in Baca. Maar het is het waard, vindt Jong. "Je ziet de kinderen opknappen en meer zelfvertrouwen krijgen. Daar doe je het voor." 

De leden spelen niet voor eigen rechter. "We zijn er om de kinderen te helpen, niet om de daders te straffen," zegt Job. Maar haalt een ontuchtpleger het in zijn hoofd een kind lastig te vallen, dan kan hij wel een delegatie bikers tegenover zich verwachten. Zoals een dader die zich tegenover het huis van zijn slachtoffer had opgesteld. "Hij doet niets, zei de politie," vertelt Job. "Dus toen zijn wij ertussen gaan staan, om ook niets te doen." Net zolang tot de stalker zijn nietsdoen staakt.

Foto Maarten Brante

01-06-2013, Het Parool