Ynske schrijft

Ynske Boersma +31645192530

blancodesign

Gods marketingmensen slaan nieuwe wegen in

Een meisje bij de ingang van bioscoop Kriterion deelt dropveters uit. "Niet opeten!" zegt ze. "Het wordt je straks wel duidelijk waar het voor bedoeld is." 

Het is zondagochtend elf uur, Driekoningen. Rond de vijftig jonge Amsterdammers hebben zich verzameld voor de dienst van de geloofsgemeenschap Stroom. Hoewel die afkomstig zijn uit de vrijgemaakt gereformeerde kerk, een zeer orthodoxe hoek, is de manier waarop Stroom het geloof belijdt tamelijk onorthodox. De leden zijn zoekende, naar 'nieuwe manieren om de vrijheid van Jezus te leven'.

De dienst trapt af met de Grote Kerstquiz: een stoomcursus kerstverhaal in negen meerkeuzevragen. Met instinkers. Bij elk goed antwoord mag je een knoop in je veter leggen, de winnaars (met ieder zes goede antwoorden) krijgen een overgeschoten kerstkrans.

Ook de preek van theoloog Reinier Sonneveld is voor dit deel van christelijk Nederland enigszins onalledaags te noemen. De dienst staat in het teken van 'geloof en wetenschap'. Gaan die twee wel samen? Ja en nee. "Doen alsof de wereld pas zesduizend jaar oud is, en in zes dagen is geschapen, dat is natuurlijk evidente flauwekul," zegt hij. Uit de zaal klinkt gelach. 

Maar het geloof kan de wetenschap ook versterken, aldus Sonneveld. Zo acht hij de kans op de hand van God in de ordening van de wereld groter dan de kans dat die alleen maar berust op toeval. 

Hipsterchristendom noemt theoloog Martijn Horsman (35) het ook wel op zijn blog. Sinds vier jaar is hij voorganger van Stroom. "Het bijzondere aan Stroom is de manier waarop we invulling geven aan het christendom," zegt hij na afloop van de dienst. "In onze geseculariseerde cultuur is er een voortdurende spanning tussen het oude christelijke verhaal en de moderne stadscultuur. Bij Stroom proberen we een verbinding te leggen tussen die twee." 

Dat is ook wel nodig. Een eeuw geleden noemden bijna zeven op de tien Amsterdammers zichzelf christen. Vandaag voelt ongeveer één op zeven zich verwant met het christendom; nog maar één op de drieëndertig Amsterdammers is ook met regelmaat in de kerkbanken te vinden. 

Vooral de katholieke kerk heeft het zwaar te verduren. Haar aanhang is met acht procent nog relatief groot in Amsterdam, maar katholieken zijn de minst trouwe kerkbezoekers: slechts zeven procent van hen gaat wekelijks naar de dienst. 

En dat is te weinig om alle kerken in de stad overeind te kunnen houden. Een aantal sloot reeds zijn deuren - ze vonden een bestemming als tentoonstellingsruimte, kantoor of zelfs als moskee. Die ontwikkeling is voorlopig nog niet ten einde. 

Zo viel eind vorig jaar het doek voor de Magdalenakapel in de Spaarndammerstraat. Kerk De Liefde aan de Da Costakade gaat in de loop van dit jaar ook dicht. Een derde, de Augustinuskerk, heeft nog een paar jaar uitstel gekregen. Er zijn te weinig kerkgangers om de drie kerken open te houden, aldus het bisdom Haarlem-Amsterdam. 

Het bisdom wil de komende jaren ook parochies samenvoegen om zo de gemeenten weer levensvatbaar te maken. "Verdrietig, maar iedereen is vrij om zijn eigen weg te gaan," zegt woordvoerder Wim Peeters over de leegloop in de katholieke kerk. "Als dat betekent dat de kerk verdwijnt, dan is dat zo. Het enige wat we kunnen doen, is verkondigen waar we voor staan." 

De protestantse kerken zit eveneens in de verdrukking. Hun aanhang onder de Amsterdammers is de afgelopen twintig jaar gehalveerd en schommelt nu rond de vijf procent. Maar in plaats van de leegloop lijdzaam te aanschouwen, besloten de leden - zoals de vrijgemaakte broeders en zusters - te kijken hoe ze de godverlaten Amsterdammers terug in de kerk konden lokken. 

Zo besloten de noodlijdende Stadshartkerk en de Amstelgemeente (ook uit de orthodoxe hoek) het roer om te gooien en over te gaan op een zogeheten herplanting. Onder andere door de diensten laagdrempeliger te maken, wisten ze mensen van buiten de kerk te trekken en weer een bloeiende gemeenschap op te bouwen. 

Daarbij stichtten ze nieuwe, experimentele dochterkerken in (bijna) alle delen van de stad. Het voordeel van zo'n nieuwe gemeente is dat je niet vastzit aan voorschriften en vastgeroeste tradities. De laatste tien jaar zijn er rond de tien van zulke wijkkerken bijgekomen - kleine gemeenschappen van vijftig tot driehonderd leden. 

De nieuwe stadskerken richten zich op specifieke doelgroepen - jonge, hoogopgeleide stedelingen, of juist wijkbewoners met uiteenlopende culturele achtergronden - en spelen daar handig op in. Zo organiseert het multiculturele Oase in Nieuw-West elke zondag een gratis buurtlunch, waar ook halal eten wordt geserveerd. Stroom, dochter van de Oosterparkkerk, koos ervoor de diensten te houden in een bioscoopzaal, om zo de drempel voor nieuwe gelovigen te verlagen. 

Ook het kerkenverband van de progressievere Protestantse Kerk Amsterdam (PKA) experimenteert met nieuwe vormen. De nadruk ligt op veelal op het vinden van zingeving en spiritualiteit - ofwel het 'ietsisme' dat nu in opkomst is onder de geseculariseerde stedelingen. Deze 'pioniersplekken' in West, Oost en Zuid hebben namen als Licht & Zinnig, Zingeving Zuidas en Heilig Vuur West. Een beetje misleidend is dat wel, want uiteindelijk blijken deze initiatieven toch vooral bedoeld om de Bijbelse boodschap aan de man te brengen. 

Daarbij opende een netwerk van Amsterdamse pastors begin dit jaar het Loket Levensvragen, waar eenieder die daar behoefte aan heeft, antwoord kan krijgen op prangende vragen over leven, dood, de liefde - wat dan ook. Ook rituelen als een trouwerij en een uitvaart zijn hier los verkrijgbaar, voor vijfhonderd euro. 

Het loket is bedoeld voor mensen die geen lid van de kerk zijn of willen worden, aldus pastor Arjette Kuipers. "Dit is iets wat we graag willen doen voor de mensen in de stad. Alle mensen hebben wel eens levensvragen. We hebben een groot netwerk van pastors, die goede gesprekken kunnen voeren." 

Zonder die mensen meteen te willen bekeren, benadrukt Kuipers. "Het loket is losgekoppeld van de kerk. Wie wil, kan vrijblijvend gebruikmaken van onze diensten. De eerste keer is dat gratis, de tweede keer vragen we om een gift." 

Het gaat overigens om een virtueel loket, met een website en een facebookpagina. Het initiatief wordt betaald uit het Durffonds van de PKA, een potje voor vernieuwende projecten binnen de kerk. 

Niet iedereen is even blij met deze vernieuwingsdrift. Zo luidde de aanvraag van Stroom tot aansluiting bij het kerkverband van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv) tot een golf van protest onder GKv-leden die Stroom niet vrijgemaakt-gereformeerd genoeg vonden. Bijvoorbeeld omdat Stroom wel vrouwen in de leiding toestaat. Uiteindelijk besloot Stroom de aanvraag in te trekken. 

Jammer, vindt Horsman. "Uiteindelijk zijn we wel christenen. En daarom willen we graag verbonden zijn." 

Gewenst of niet, Stroom lijkt er wel in te slagen zowel afvallige als nieuwe gelovigen voor het geloof te interesseren. "We hebben de seculiere cultuur omarmd en gekeken hoe we nu verder moeten," zegt Horsman. "Ongeveer de helft van alle christenen die naar Amsterdam verhuizen, breekt met de kerk. Wij bieden een alternatief."

 

Minder christenen, meer moslims

Zo'n vijfendertig procent van de Amsterdammers zegt zich verwant te voelen met een godsdienst of een andere levensbeschouwelijke stroming, volgens cijfers van het gemeentelijke onderzoeksbureau O+S. 

Met ongeveer één op de vijf gelovigen zijn de autochtone Amsterdammers het verst verwijderd van de kerk. Onder de Amsterdammers met een Turkse of Marokkaanse achtergrond is het omgekeerde het geval: onder hen is het aandeel gelovigen tachtig à negentig procent. 

De aanhang van de christelijke religies neemt al sinds de jaren zestig af. De islam daarentegen is sinds de jaren zeventig bezig aan een gestage opmars. Tussen 2008 en 2010 waren er ongeveer evenveel christenen als moslims in Amsterdam, rond de dertien procent. In 2000 was dit nog respectievelijk zeventien en tien procent. 

Verwantschap met een geloof is iets anders dan het geloof werkelijk praktiseren. Vooral de katholieken blijken slechts incidentele kerkgangers te zijn: zeven procent gaat wekelijks naar de dienst. Protestanten zijn iets trouwer in hun kerkbezoek. Van de moslims gaat zo'n veertig procent wekelijks naar de moskee. 

Daaronder scharen zich steeds meer jonge moslims, signaleerde het Sociaal en Cultureel Planbureau vorig jaar. 42 procent van de Amsterdammers van Turkse of Marokkaanse afkomst tussen 18 en 29 jaar gaat één keer of vaker per week naar de moskee. In 1998 was dat nog 28 procent. 

Het is onduidelijk waarom in een tijd van voortgaande ontkerkelijking deze jonge moslims juist vaker de moskee bezoeken dan voorheen. Aan de andere kant is het aantal moslims dat nooit naar de moskee gaat, ook toegenomen.

Foto Marc Driessen

26-01-2013, Het Parool