Ynske schrijft

Ynske Boersma +31645192530

blancodesign

Farid leert problemen op te lossen

'Jij bent de man van het huis, Farid. Je moeder kan niet alles in haar eentje. Ook jij kunt voor je broertjes zorgen, en je moet de briefjes die komen, wel lezen - niet laten liggen. En als je iets niet snapt, dan vraag je het aan mij."

Farid B. (20) knikt. De vermanende woorden komen van Moustapha Aemarouch, hulpverlener van het team van 'Samen doen in de buurt', in de Kolenkitbuurt. Dit buurtteam van sociale hulpverleners bezorgt hulp aan huis bij mensen met een opeenstapeling van problemen van wie gebleken is dat ze er zelf niet uitkomen.

Anders dan voorheen zien zij nog maar één hulpverlener, als vast aanspreekpunt voor al wat er mis is. Het team werd een jaar geleden in het leven geroepen als 'frontlijnteam,' naar het voorbeeld van Rotterdam, waar al langer op deze manier gewerkt wordt, maar dat deed de initiatiefnemers toch wat te veel aan oorlog denken. 

Samen doen, dus. Sinds een paar maanden komt Aemarouch bij het gezin B. over de vloer. Wat hij daar aantrof, was niet best. Hun kleine huis was 'een beetje vies', het gezin zat diep in de schulden, moeder spreekt alleen Marokkaans en zoon Farid heeft geen werk of opleiding - en is vermoedelijk laagbegaafd. 

Toen Aemarouch voor het eerst aanbelde bij het gezin, lag Farid nog te slapen. Toch liet hij de hulpverlener binnen. Dat Aemarouch dezelfde etnische achtergrond heeft als het gezin, is geen toeval. Het team heeft speciaal voor de traditionele gezinnen, waar het doorgaans moeilijk binnenkomen is, Marokkaanse en Turkse raadsheren van Streetcornerwork aangesteld. Aemarouch spreekt dezelfde taal en begrijpt de cultuur van de moeder van Farid, die na een half leven in Nederland nog steeds nauwelijks geïntegreerd is. 

Geen onwil, maar het is voor een analfabete vrouw die lange tijd werd binnengehouden door haar man nu eenmaal lastig 'de weg te vinden', benadrukt Aemarouch. De man vertrok een jaar of tien geleden, het gezin berooid achterlatend. 

Nu, een paar maanden later, is er al een hoop verbeterd. Waar mogelijk worden oplossingen gezocht in hun eigen netwerk. Zo hielp een neef met het opknappen van het huis. Nieuw behang, wat kleedjes over de doorgezakte banken, net genoeg om het weer leefbaar te maken. Al ontbreekt er nog steeds een hoop aan, maakt de moeder heftig gesticulerend duidelijk. Geen wasmachine, een kapotte koelkast, en ook haar bed, waar ze samen met de jongste van acht slaapt, heeft het begeven. 

Voor Farid heeft Aemarouch een baan weten te regelen. Hij werkt nu als beveiliger, en kan langzaamaan zijn schulden gaan afbetalen. Waar hij schulden heeft? Tja, waar niet eigenlijk. Zijn zorgverzekering, zijn telefoonprovider, de sportschool - allemaal willen ze geld van hem hebben. En dat heeft hij niet. 

Ook heeft Farid vorige week een iq-test gedaan. "Zodra we daar de uitslag van hebben, kunnen we kijken wat voor opleiding hij zou kunnen doen," zegt Aemarouch. "De middelbare school ging niet zo goed," zegt Farid. "De basisschool ook niet." 

Multiprobleemgezinnen als de familie B. komen veel voor in de Kolenkitbuurt. Velen zijn arm, leven met te veel mensen in de krappe naoorlogse portiekflats, hebben schulden, spreken geen Nederlands en hebben problemen met opvoeden. 

Voorheen kreeg dit soort gezinnen met uiteenlopende hulpverleningsinstanties te maken. Iemand van jeugdzorg voor de kinderen, een ander van de Dienst Werk en Inkomen voor de centen, en zo verder. Eenieder werkte strikt volgens zijn eigen protocol en was geneigd de overige problemen te negeren, in de hoop dat de volgende in de rij die zou aanpakken. 

De sociale hulpverlening was verworden tot een institutioneel doolhof. Niet het zorgaanbod, maar het 'praktische probleem van het gezin' moest het uitgangspunt vormen, aldus wethouder Lodewijk Asscher. 

En dat is precies wat het buurtteam doet. Het team, dat bestaat uit hulpverleners van uiteenlopende zorginstellingen, werkt 'achter de voordeur': bij de mensen thuis, aan de keukentafel. 

Hier bespreekt het teamlid met de verschillende gezinsleden wat hun problemen zijn, wat de oorzaak daarvan is en hoe ze daar uit kunnen komen. Bij voorkeur zelf, of met hulp van hun eigen netwerk. 

"We moeten ervoor zorgen dat mensen leren het weer zelf te doen," zegt projectleider Carolien de Jong. "Veel mensen hebben geen idee hoe ze hun geldzaken moeten regelen of hoe ze hun kinderen moeten opvoeden - dat het niet goed is wanneer die 's nachts nog op straat rondrennen." 

Doordat deze hulpverlener, in de aanpak ondersteuner genoemd, werkt namens alle instellingen in het team, heeft hij een breed mandaat om te handelen, zonder protocol. "We proberen eerst het vertrouwen te winnen. Omdat ze nu nog met maar één hulpverlener te maken hebben, gaat dat een stuk makkelijker dan eerst," zegt De Jong. Ook onorthodoxe oplossingen zijn geoorloofd, als het maar werkt. 

En dat werkt. 

De Jong vertelt over een vrouw die eigenlijk nooit buiten kwam en met niemand contact had. Dat ze geen woord Nederlands sprak, hielp ook niet echt. Haar buurvrouw, die vermoedde dat er meer speelde, meldde haar stiekem aan bij het buurtteam. Eén van de ondersteuners ging eropaf. 

De vrouw bleek een tiran van een man te hebben, die haar onderdrukte en financieel kaalplukte. De hulpverlener wist binnen te komen en haar ervan te overtuigen dat ze moest scheiden. Het uiteindelijke gesprek hierover met haar man voerde ze zelf. "Spannend," zegt De Jong, "want we wisten niet hoe hij zou reageren." De man stemde in met een scheiding. Haar kind kon de vrouw houden, ze heeft nu Nederlandse les en werkt als schoonmaakster. Dat alles heeft zich voltrokken in een half jaar. 

Nog een verschil met vroeger is dat het hulpverleningstraject niet meer eindig is. "Wij blijven tot het probleem is opgelost," zegt De Jong. Ook wanneer een gezin in rustiger vaarwater is, blijven de ondersteuners op de achtergrond aanwezig. Door af en toe een praatje te maken, of misschien eens aan te bellen, kunnen ze meteen actie ondernemen wanneer een gezin terugvalt in oude patronen. 

"Als het gaat om een enkelvoudig probleem, huisvesting bijvoorbeeld, verwijzen we ze gewoon door het sociaal loket. Want we willen ook niet te veel hulp inzetten." 

De doorgaans arme huishoudens worden veelal aangemeld door de Dienst Werk en Inkomen, maar ook door bezorgde buren of familie, of door henzelf. Zo werd één van de teamleden op straat gevolgd door een vrouw. Op een gegeven moment sprak ze hem aan. Ze bleek een moeilijk opvoedbaar kind te hebben en had geen idee wat ze daarmee aan moest. 

Ook het gezin B. zal ooit weer op eigen benen moeten staan. Aemarouch: "Ik zal ze wel blijven volgen, maar ze kunnen niet eeuwig hulp blijven krijgen. Kunnen ze iets niet zelf, dan kijken we of er in hun omgeving iemand is die kan helpen. Een familielid, of een buurman. Eigen verantwoordelijkheid, daar gaat het om. In Marokko zeggen we: je bent de enige die jouw rug kan kriebelen." 

De naam Farid is gefingeerd.

Het monster van Frankenstein

Veertig intakes, evenzoveel hulpverleners, twintig plannen van aanpak. In één gezin, in zes jaar tijd. Of de problemen daarmee verholpen waren? Helaas niet. Het inmiddels roemruchte onderzoek Systeem in beeld uit 2008 naar het geld in de jeugdzorg en het jongerenwelzijn in Amsterdam maakte pijnlijk duidelijk tot welke excessen de versnippering van de sociale hulpverlening had geleid. Het monster van Frankenstein, noemde wethouder Lodewijk Asscher het jeugdbeleid. "De Amsterdammer die hulp nodig heeft, komt terecht in een doolhof van organisaties en instellingen." 

Om het tij te keren, begon stadsdeel West een jaar geleden met de nieuwe aanpak. Ongeveer vijftien hulpverleners van uiteenlopende hulpverleningsinstanties werken samen in één team, met één zogenoemde regisseur per huishouden, en in de toekomst ook vanuit één budget. Efficiënter, want het voorkomt dat instellingen langs elkaar heen werken, en daarmee ook goedkoper. "Meer doen met minder geld," aldus teamleider Carolien de Jong. 

Een noodzaak, want er moet nu al 25 procent op de sociale hulpverlening worden bezuinigd. "Dan moet dat wat overblijft, wel beschikbaar zijn voor mensen die het echt niet zelf kunnen." 

Naar schatting veertien procent van de Amsterdamse huishoudens kan als kwetsbaar bestempeld worden. In de Kolenkitbuurt, in 2009 nog uitgeroepen tot de slechtste wijk van Nederland, zijn dat er meer. De laatste jaren is hier een wildgroei aan hulpverleningsprojecten ontstaan. Een deel daarvan is inmiddels geschrapt, wat wel werkt, wordt geïntegreerd in het Samen doen-team. 

Het project is begonnen als proef in de Kolenkitbuurt. En het lijkt te werken - reden voor de gemeente om ook in de rest van de stad zulke teams in te stellen. Eind dit jaar moet elk stadsdeel er twee hebben.

22-09-2012