Ynske schrijft

Ynske Boersma +31645192530

blancodesign
Opsluiten helpt probleemjeugd niet

26-07-2014, Het Parool

'Minderjarigen met complexe meervoudige problematiek worden opgesloten zonder adequate behandeling," oordeelde de kinderrechter onlangs over de plaatsing van de Amsterdamse 'Ferdi' in Almata, een gesloten jeugdzorginstelling in Den Dolder, gespecialiseerd in jongeren met een verstandelijke beperking. 

En daar schiet Ferdi weinig mee op, aldus de kinderrechter: Almata is vooral gericht op het creëren van een veilige omgeving voor jongeren met bijvoorbeeld agressieproblemen, maar biedt geen behandeling voor de ernstige psychische problemen waar Ferdi ook mee kampt. Aanvankelijk wordt hij daarom bezocht door een GGZ-behandelaar van buiten de instelling, maar bij het ontbreken van een reiskostenvergoeding is die genoodzaakt de behandeling te stoppen. 

De zaak is exemplarisch voor de kloof tussen jeugdzorg en GGZ, waardoor de behandeling van kinderen met problemen op meerdere gebieden - zoals psychische stoornissen, een verstandelijke beperking én gedragsproblemen - vaak ernstig tekortschiet. Neem een kind dat vanwege zijn agressieve gedrag in een gesloten jeugdzorginstelling (jeugdzorg-plus) wordt opgenomen. Maar het kind heeft ook een autistische stoornis, waarvoor hij in de GGZ beter op zijn plek zou zijn. Die kunnen hem echter niet de veiligheid bieden die zijn geval vereist. En zo belanden jongens als Ferdi geregeld tussen wal en schip. 

Jaarlijks krijgen ongeveer negenduizend kinderen in de Stadsregio Amsterdam een vorm van jeugdhulpverlening. Naar schatting heeft ongeveer een derde van hen ook psychiatrische zorg nodig. Dat percentage loopt op naarmate een kind langer in de jeugdzorg zit. Van de 3700 kinderen die in zowel 2010 en 2011 jeugdzorg kregen, ontving 61 procent ook een GGZ-behandeling. 

Die combinatie gaat niet altijd even goed samen. Vooral in de gesloten jeugdzorg, met plek voor 1300 kinderen in Nederland, blijkt de samenwerking tussen jeugdzorg en jeugd-GGZ vaak lastig te organiseren. Oorzaken daarvan zijn zowel een botsing van behandelculturen tussen beide instellingen als gescheiden financieringsstromen waardoor het onduidelijk is wie de behandeling van complexe gevallen als Ferdi moet betalen. 

"Jeugdzorg-plus ontbeert de deskundigheid en de middelen om deze groep minderjarigen op de korte termijn de behandeling te bieden die noodzakelijk is voor de lange termijn," meent de kinderrechter. "Dit leidt geregeld tot schrijnende situaties." 

Volgens de rechter is sprake van 'doorschuiven van het probleem in tijd' tot de jongeren achttien jaar zijn en de gesloten jeugdzorg moeten verlaten. "Vaak hebben ze dan nog steeds geen geschikte behandelplek, waardoor het probleem verergert en behandeling moeilijker en vooral duurder wordt." 

"Ik denk dat de rechter daar gelijk in heeft," zegt Rob Schuddemat, directeur Uitvoering Jeugdreclassering en Jeugdbescherming van de William Schrikker Groep (WSG), die namens Jeugdzorg Amsterdam het verzoek tot machtiging gesloten jeugdzorg voor Ferdi indiende. "De mensen in Almata doen hun uiterste best, maar dit soort jongeren heeft heel intensieve begeleiding nodig. Dat gaat veel verder dan, heel onelegant gezegd, iemand opsluiten." 

De reiskostenkwestie noemt hij een 'ordinair budgettair verhaal.' Kortetermijndenken, aldus Schuddemat. "Dat zien we helaas wel vaker gebeuren. We nemen zo het risico dat hij zonder behandeling weer terugkomt in de samenleving, en daar overlast zal veroorzaken. Dan kunnen we er beter alles aan gedaan hebben." 

'De psychiatrische zorg binnen de gesloten jeugdzorg kan inderdaad beter," erkent ook forensisch jeugdpsychiater Tijs Jambroes van de Bascule, het academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie in Amsterdam, dat namens de GGZ betrokken was bij de zaak van Ferdi. "De gesloten jeugdzorg is voor een groot deel gericht op veiligheid en het beheersen van risico's, meer dan op behandeling. De psychiatrie komt daarmee soms in het gedrang." 

Het kan ook anders: Jambroes werkte tot afgelopen jaar als jeugdpsychiater bij de gesloten jeugdzorginstelling De Koppeling in Amsterdam, waarbinnen De Bascule nauw samenwerkt met jeugdzorgaanbieder Spirit om de behandeling zo goed mogelijk af te stemmen op wat het kind nodig heeft. Met deze eigen GGZ-polikliniek is De Koppeling tamelijk uniek in Nederland. Bij de meeste instellingen komt alleen een paar keer in de week een GGZ-behandelaar langs voor consulten en medicatie, maar zijn geen eigen psychiaters in huis. 

Toch heeft het ook in De Koppeling nog wel eens gebotst tussen Spirit, jeugdzorgaanbieder binnen De Koppeling en de GGZ-behandelaars van De Bascule. Jambroes legt uit: "In de gesloten jeugdzorg wordt gewerkt met regels die voor iedereen hetzelfde zijn. Maar jongeren met psychiatrische problematiek hebben vaak juist meer baat bij een individueel begeleidingsplan." 

Jambroes geeft het voorbeeld van een jongen die door een depressie te laat opstaat om naar school te gaan. Volgens de regels van de jeugdzorginstelling zou hij dan de hele dag op zijn kamer moeten blijven. "Binnen de psychiatrie zouden we dan zeggen, deze jongen mag later opstaan want hij is te depressief om op tijd zijn bed uit te komen. Bij de jeugdzorg kon het gebeuren dat ze zeiden, je wil er gewoon niet uitkomen, zonder die depressie te zien." 

De oplossing ligt volgens Chaim Huyser, jeugdpsychiater en geneesheer-directeur van De Bascule, in betere 'ketenzorg,' waarbij de instellingen samen kijken wat er nodig is voor een kind en door wie dat wordt gedaan. Hij hoopt dan ook dat de transitie van de zorg komend jaar positieve verandering zal brengen in de situatie. "Plaatsing van een jongere in een gesloten instelling kan dan een deeltraject zijn, maar niet de behandeling op zich. Het idee dat je iemand daarheen stuurt om te worden gefikst, is achterhaald."

Wie doet wat?

De gesloten jeugdzorg is bedoeld voor kinderen met zulke ernstige gedragsproblemen, dat ze tegen zichzelf en hun omgeving in bescherming genomen moeten worden. Voor opname moet de rechter een machtiging gesloten jeugdzorg voor gedwongen opname afgeven. 

Ook jeugd-GGZ heeft gesloten (crisis-) afdelingen, bedoeld voor kinderen met ernstige psychiatrische problemen die een gevaar voor zichzelf of hun omgeving vormen. Jeugdigen die daarnaast ook gedragsproblemen vertonen, kunnen hier in principe niet terecht, omdat de GGZ daar niet de benodigde veiligheid voor kan bieden. Forensische jeugdpsychiatrie kan dat wel, maar daarvoor moet een kind in aanraking zijn geweest met justitie, of die kant uit dreigen te gaan.

Een noodoproep voor elke verwarde

31-01-2014, Het Parool

Het aantal verwarde mensen dat door de politie naar de crisisdienst wordt gebracht, neemt al jaren gestaag toe. Zijn er echt meer vreemde types op straat of zijn we minder tolerant geworden?

Stel, u kijkt uit uw raam, en ziet daar een naakte man op een balkon. Hij is druk bezig - en dan niet met het winterklaar maken van zijn stadstuintje, maar met het bevredigen van zichzelf. Tamelijk luidruchtig, dat ook. Beschroomd draait u zich om, en belt 112. Even later arriveert de politie, die de man aflevert bij de Spoedeisende Psychiatrie Amsterdam (SPA), de 'eerstehulppost' voor mensen in psychische nood in West.

Het is een (waargebeurd) voorbeeld van de verwarde mensen met wie agenten in Amsterdam steeds vaker te maken krijgen. De politie bracht het afgelopen jaar 1819 mensen met acute psychiatrische problemen naar de SPA, schreef deze krant woensdag. Daarmee is het aantal mensen dat via de politie in de crisisopvang terechtkomt alweer gestegen. Zo ging het in 2008 nog om 1482 patiënten. 

Agenten zijn daarmee veel tijd kwijt aan deze psychiatrisch patiënten, die worden opgepakt omdat ze gevaar of overlast veroorzaken op straat. Volgens hoofdcommissaris van de politie Pieter-Jaap Aalbersberg gaat het veelal om 'uitbehandelde' patiënten uit de GGZ, op wie het toezicht vanuit de zorg tekort zou schieten. "Het is geen verwijt aan de GGZ, maar de nazorg moet beter worden georganiseerd om dit probleem aan te pakken," aldus Aalbersberg. 

Dat beeld wil Mariëlle Ploumen, directeur behandelzaken van de SPA, graag bestrijden. "Sinds we zijn begonnen met het afbouwen van bedden in de GGZ, en mensen vaker zelfstandig zijn gaan wonen, hebben we de mensen met psychische stoornissen juist goed in kaart. Voor het toezicht op medicijngebruik werken we samen met andere instellingen als de thuiszorg, apothekers, het Leger des Heils. Heeft iemand meer zorg nodig, dan gaat vaker een hulpverlener langs." 

Ook hoeft het feit dat de politie meer meldingen krijgt van overlast van verwarde mensen, niet meteen te betekenen dat die overlast ook werkelijk is toegenomen, aldus Ploumen. "Dat psychiatrisch patiënten zo veel mogelijk thuis blijven wonen en zo min mogelijk worden opgenomen, betekent niet zozeer dat de overlast toeneemt, maar wel dat mensen meer worden geconfronteerd met psychiatrisch patiënten in hun buurt. Het zou kunnen dat ze daar nu sneller de politie voor bellen." 

Eenzelfde verklaring geeft Louk van der Post, gepensioneerd psychiater bij de Amsterdamse crisisdienst. In 2012 promoveerde hij op een onderzoek naar spoedeisende psychiatrische consulten in Amsterdam. "Er zijn signalen dat mensen minder tolerant zijn geworden ten opzichte van psychiatrisch patiënten in hun buurt. Mensen gaan sneller piepen als de buurman zich vreemd gedraagt. In plaats van te vragen hoe het met hem gaat, bellen ze de politie." 

Van der Post: "Over het algemeen kun je zeggen dat er sinds de jaren tachtig meer verwarde mensen met de politie in contact komen, en dat ze er steeds ernstiger aan toe zijn. Maar het is niet zo dat patiënten niet de goede zorg krijgen, zoals Aalbersberg suggereert. Het grootste probleem is het gebrek aan sociale structuur in hun leven. Ze hebben weinig contacten en leven vaak van een uitkering, zonder gestructureerde dagbesteding. Daardoor is er weinig zicht op hun dagelijks leven." 

Ook het totale aantal mensen dat op de crisisdienst terechtkwam, nam fors toe. Zo zag de SPA in 2012 6505 mensen met acute psychische problemen, tegen 4771 in 2008. "Een mogelijke verklaring voor de stijging is dat er meer mensen met psychiatrische problemen in de stad wonen. Maar dat kan ook komen doordat de SPA als eerstehulppost voor psychiatrie meer bekendheid heeft gekregen in de stad," zegt Ploumen. 

De EHBO voor spoedeisende psychiatrie, in de Eerste Constantijn Huygensstraat in West, werd in 2003 opgericht als centrale crisisopvang voor alle acute psychiatrische gevallen in de stad, en is een samenwerking van de politie, GGD, en GGZ. Daarvoor waren er drie verschillende opvangplekken. 

Wanneer de politie in aanraking komt met psychisch ontregelde mensen, wordt eerst de afdeling Vangnet en Advies van de GGD Amsterdam ingeschakeld om te beoordelen of iemand inderdaad naar de crisisopvang moet, of wellicht meer gebaat is bij een andere vorm van hulp, zoals bijvoorbeeld verslavingszorg. 

Afgelopen jaar kwam de GGD 5876 keer in actie op verzoek van de politie. Ook die verzoeken zijn de afgelopen jaren flink toegenomen, zegt Michael Willemsen, teamleider van Vangnet. Een oorzaak daarvoor is lastig aan te wijzen. "Er zijn vast mensen die meer zorg nodig hebben dan ze nu krijgen, maar of dat nu voor de stijging heeft gezorgd? Wel kunnen de toegenomen kosten van de zorg een hogere drempel opwerpen voor bepaalde mensen. Of mensen sneller de politie bellen voor de doorgedraaide buurman? Ja, dat ook." 

Het gaat overigens niet alleen om psychische problemen, benadrukt Willemsen. "Het is echt niet zo dat er nu opeens allemaal verwarde mensen op straat lopen. De verzoeken van de politie gaan ook over andere problematiek: van huiselijk geweld tot verslavingen en schulden. Ook die problemen zijn toegenomen." 

Ongeveer een derde van de mensen die worden beoordeeld door Vangnet krijgt een doorverwijzing naar de spoedeisende psychiatrie. Bijkomend probleem is dat die de toestroom niet altijd aankan. Willemsen: "We proberen het te voorkomen, maar het gebeurt wel eens dat patiënten in de politiecel moeten wachten tot er een plek vrijkomt." 

Ploumen zegt dit probleem niet te herkennen. "De doorstroming is meestal goed maar het gebeurt, net als bij de EHBO in het ziekenhuis, wel eens dat de SPA vol zit. We kijken dan wie het acuutst zorg nodig heeft, en wie moet wachten. Soms moeten ze daarvoor in de cel blijven, maar dat gebeurt niet vaak."

Psycholance

Sinds 2003 worden alle patiënten in acute psychische nood overgebracht naar de Spoedeisende Psychiatrie Amsterdam, de crisisopvang aan de Eerste Constantijn Huygensstraat in West. Ongeveer een derde van hen komt binnen via de politie, na beoordeling door de afdeling Vangnet en Advies van de GGD. 

Hoewel deze samenwerking tussen politie, GGZ en GGD wordt beschouwd als een succes, is het vervoer van de patiënten door de politie naar de opvang al jaren een doorn in het oog van de hulpverleners. Nu worden psychiatrisch patiënten nog geboeid achter in de politiebus naar de opvang gereden, soms na een verblijf in de politiecel. Voor de toch al verwarde patiënten kan dat zeer traumatiserend zijn, aldus politie en hulpverleners. 

Half april beginnen politie, GGD, SPA en Ambulance Amsterdam een proef met een psycholance, een ambulance voor psychiatrisch patiënten, bemand door hulpverleners van de Spoedeisende Psychiatrie. Agenten zijn daardoor minder tijd kwijt aan het vervoer van patiënten, die op hun beurt eerder de juiste zorg krijgen, is de gedachte. 

Het idee is niet nieuw - zo was het in de Sovjet-Unie al heel gebruikelijk verwarde mensen met een ambulance te vervoeren. 

De Amsterdamse ambulance voor psychiatrisch patiënten is gebaseerd op de psycholance in het Noorse Bergen, opgezet door de Nederlander Arjen van Dijk.

Foto Maarten Brante

Gods marketingmensen slaan nieuwe wegen in

26-01-2013, Het Parool

Een meisje bij de ingang van bioscoop Kriterion deelt dropveters uit. "Niet opeten!" zegt ze. "Het wordt je straks wel duidelijk waar het voor bedoeld is." 

Het is zondagochtend elf uur, Driekoningen. Rond de vijftig jonge Amsterdammers hebben zich verzameld voor de dienst van de geloofsgemeenschap Stroom. Hoewel die afkomstig zijn uit de vrijgemaakt gereformeerde kerk, een zeer orthodoxe hoek, is de manier waarop Stroom het geloof belijdt tamelijk onorthodox. De leden zijn zoekende, naar 'nieuwe manieren om de vrijheid van Jezus te leven'.

De dienst trapt af met de Grote Kerstquiz: een stoomcursus kerstverhaal in negen meerkeuzevragen. Met instinkers. Bij elk goed antwoord mag je een knoop in je veter leggen, de winnaars (met ieder zes goede antwoorden) krijgen een overgeschoten kerstkrans.

Ook de preek van theoloog Reinier Sonneveld is voor dit deel van christelijk Nederland enigszins onalledaags te noemen. De dienst staat in het teken van 'geloof en wetenschap'. Gaan die twee wel samen? Ja en nee. "Doen alsof de wereld pas zesduizend jaar oud is, en in zes dagen is geschapen, dat is natuurlijk evidente flauwekul," zegt hij. Uit de zaal klinkt gelach. 

Maar het geloof kan de wetenschap ook versterken, aldus Sonneveld. Zo acht hij de kans op de hand van God in de ordening van de wereld groter dan de kans dat die alleen maar berust op toeval. 

Hipsterchristendom noemt theoloog Martijn Horsman (35) het ook wel op zijn blog. Sinds vier jaar is hij voorganger van Stroom. "Het bijzondere aan Stroom is de manier waarop we invulling geven aan het christendom," zegt hij na afloop van de dienst. "In onze geseculariseerde cultuur is er een voortdurende spanning tussen het oude christelijke verhaal en de moderne stadscultuur. Bij Stroom proberen we een verbinding te leggen tussen die twee." 

Dat is ook wel nodig. Een eeuw geleden noemden bijna zeven op de tien Amsterdammers zichzelf christen. Vandaag voelt ongeveer één op zeven zich verwant met het christendom; nog maar één op de drieëndertig Amsterdammers is ook met regelmaat in de kerkbanken te vinden. 

Vooral de katholieke kerk heeft het zwaar te verduren. Haar aanhang is met acht procent nog relatief groot in Amsterdam, maar katholieken zijn de minst trouwe kerkbezoekers: slechts zeven procent van hen gaat wekelijks naar de dienst. 

En dat is te weinig om alle kerken in de stad overeind te kunnen houden. Een aantal sloot reeds zijn deuren - ze vonden een bestemming als tentoonstellingsruimte, kantoor of zelfs als moskee. Die ontwikkeling is voorlopig nog niet ten einde. 

Zo viel eind vorig jaar het doek voor de Magdalenakapel in de Spaarndammerstraat. Kerk De Liefde aan de Da Costakade gaat in de loop van dit jaar ook dicht. Een derde, de Augustinuskerk, heeft nog een paar jaar uitstel gekregen. Er zijn te weinig kerkgangers om de drie kerken open te houden, aldus het bisdom Haarlem-Amsterdam. 

Het bisdom wil de komende jaren ook parochies samenvoegen om zo de gemeenten weer levensvatbaar te maken. "Verdrietig, maar iedereen is vrij om zijn eigen weg te gaan," zegt woordvoerder Wim Peeters over de leegloop in de katholieke kerk. "Als dat betekent dat de kerk verdwijnt, dan is dat zo. Het enige wat we kunnen doen, is verkondigen waar we voor staan." 

De protestantse kerken zit eveneens in de verdrukking. Hun aanhang onder de Amsterdammers is de afgelopen twintig jaar gehalveerd en schommelt nu rond de vijf procent. Maar in plaats van de leegloop lijdzaam te aanschouwen, besloten de leden - zoals de vrijgemaakte broeders en zusters - te kijken hoe ze de godverlaten Amsterdammers terug in de kerk konden lokken. 

Zo besloten de noodlijdende Stadshartkerk en de Amstelgemeente (ook uit de orthodoxe hoek) het roer om te gooien en over te gaan op een zogeheten herplanting. Onder andere door de diensten laagdrempeliger te maken, wisten ze mensen van buiten de kerk te trekken en weer een bloeiende gemeenschap op te bouwen. 

Daarbij stichtten ze nieuwe, experimentele dochterkerken in (bijna) alle delen van de stad. Het voordeel van zo'n nieuwe gemeente is dat je niet vastzit aan voorschriften en vastgeroeste tradities. De laatste tien jaar zijn er rond de tien van zulke wijkkerken bijgekomen - kleine gemeenschappen van vijftig tot driehonderd leden. 

De nieuwe stadskerken richten zich op specifieke doelgroepen - jonge, hoogopgeleide stedelingen, of juist wijkbewoners met uiteenlopende culturele achtergronden - en spelen daar handig op in. Zo organiseert het multiculturele Oase in Nieuw-West elke zondag een gratis buurtlunch, waar ook halal eten wordt geserveerd. Stroom, dochter van de Oosterparkkerk, koos ervoor de diensten te houden in een bioscoopzaal, om zo de drempel voor nieuwe gelovigen te verlagen. 

Ook het kerkenverband van de progressievere Protestantse Kerk Amsterdam (PKA) experimenteert met nieuwe vormen. De nadruk ligt op veelal op het vinden van zingeving en spiritualiteit - ofwel het 'ietsisme' dat nu in opkomst is onder de geseculariseerde stedelingen. Deze 'pioniersplekken' in West, Oost en Zuid hebben namen als Licht & Zinnig, Zingeving Zuidas en Heilig Vuur West. Een beetje misleidend is dat wel, want uiteindelijk blijken deze initiatieven toch vooral bedoeld om de Bijbelse boodschap aan de man te brengen. 

Daarbij opende een netwerk van Amsterdamse pastors begin dit jaar het Loket Levensvragen, waar eenieder die daar behoefte aan heeft, antwoord kan krijgen op prangende vragen over leven, dood, de liefde - wat dan ook. Ook rituelen als een trouwerij en een uitvaart zijn hier los verkrijgbaar, voor vijfhonderd euro. 

Het loket is bedoeld voor mensen die geen lid van de kerk zijn of willen worden, aldus pastor Arjette Kuipers. "Dit is iets wat we graag willen doen voor de mensen in de stad. Alle mensen hebben wel eens levensvragen. We hebben een groot netwerk van pastors, die goede gesprekken kunnen voeren." 

Zonder die mensen meteen te willen bekeren, benadrukt Kuipers. "Het loket is losgekoppeld van de kerk. Wie wil, kan vrijblijvend gebruikmaken van onze diensten. De eerste keer is dat gratis, de tweede keer vragen we om een gift." 

Het gaat overigens om een virtueel loket, met een website en een facebookpagina. Het initiatief wordt betaald uit het Durffonds van de PKA, een potje voor vernieuwende projecten binnen de kerk. 

Niet iedereen is even blij met deze vernieuwingsdrift. Zo luidde de aanvraag van Stroom tot aansluiting bij het kerkverband van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv) tot een golf van protest onder GKv-leden die Stroom niet vrijgemaakt-gereformeerd genoeg vonden. Bijvoorbeeld omdat Stroom wel vrouwen in de leiding toestaat. Uiteindelijk besloot Stroom de aanvraag in te trekken. 

Jammer, vindt Horsman. "Uiteindelijk zijn we wel christenen. En daarom willen we graag verbonden zijn." 

Gewenst of niet, Stroom lijkt er wel in te slagen zowel afvallige als nieuwe gelovigen voor het geloof te interesseren. "We hebben de seculiere cultuur omarmd en gekeken hoe we nu verder moeten," zegt Horsman. "Ongeveer de helft van alle christenen die naar Amsterdam verhuizen, breekt met de kerk. Wij bieden een alternatief."

 

Minder christenen, meer moslims

Zo'n vijfendertig procent van de Amsterdammers zegt zich verwant te voelen met een godsdienst of een andere levensbeschouwelijke stroming, volgens cijfers van het gemeentelijke onderzoeksbureau O+S. 

Met ongeveer één op de vijf gelovigen zijn de autochtone Amsterdammers het verst verwijderd van de kerk. Onder de Amsterdammers met een Turkse of Marokkaanse achtergrond is het omgekeerde het geval: onder hen is het aandeel gelovigen tachtig à negentig procent. 

De aanhang van de christelijke religies neemt al sinds de jaren zestig af. De islam daarentegen is sinds de jaren zeventig bezig aan een gestage opmars. Tussen 2008 en 2010 waren er ongeveer evenveel christenen als moslims in Amsterdam, rond de dertien procent. In 2000 was dit nog respectievelijk zeventien en tien procent. 

Verwantschap met een geloof is iets anders dan het geloof werkelijk praktiseren. Vooral de katholieken blijken slechts incidentele kerkgangers te zijn: zeven procent gaat wekelijks naar de dienst. Protestanten zijn iets trouwer in hun kerkbezoek. Van de moslims gaat zo'n veertig procent wekelijks naar de moskee. 

Daaronder scharen zich steeds meer jonge moslims, signaleerde het Sociaal en Cultureel Planbureau vorig jaar. 42 procent van de Amsterdammers van Turkse of Marokkaanse afkomst tussen 18 en 29 jaar gaat één keer of vaker per week naar de moskee. In 1998 was dat nog 28 procent. 

Het is onduidelijk waarom in een tijd van voortgaande ontkerkelijking deze jonge moslims juist vaker de moskee bezoeken dan voorheen. Aan de andere kant is het aantal moslims dat nooit naar de moskee gaat, ook toegenomen.

Foto Marc Driessen

Farid leert problemen op te lossen

22-09-2012

'Jij bent de man van het huis, Farid. Je moeder kan niet alles in haar eentje. Ook jij kunt voor je broertjes zorgen, en je moet de briefjes die komen, wel lezen - niet laten liggen. En als je iets niet snapt, dan vraag je het aan mij."

Farid B. (20) knikt. De vermanende woorden komen van Moustapha Aemarouch, hulpverlener van het team van 'Samen doen in de buurt', in de Kolenkitbuurt. Dit buurtteam van sociale hulpverleners bezorgt hulp aan huis bij mensen met een opeenstapeling van problemen van wie gebleken is dat ze er zelf niet uitkomen.

Anders dan voorheen zien zij nog maar één hulpverlener, als vast aanspreekpunt voor al wat er mis is. Het team werd een jaar geleden in het leven geroepen als 'frontlijnteam,' naar het voorbeeld van Rotterdam, waar al langer op deze manier gewerkt wordt, maar dat deed de initiatiefnemers toch wat te veel aan oorlog denken. 

Samen doen, dus. Sinds een paar maanden komt Aemarouch bij het gezin B. over de vloer. Wat hij daar aantrof, was niet best. Hun kleine huis was 'een beetje vies', het gezin zat diep in de schulden, moeder spreekt alleen Marokkaans en zoon Farid heeft geen werk of opleiding - en is vermoedelijk laagbegaafd. 

Toen Aemarouch voor het eerst aanbelde bij het gezin, lag Farid nog te slapen. Toch liet hij de hulpverlener binnen. Dat Aemarouch dezelfde etnische achtergrond heeft als het gezin, is geen toeval. Het team heeft speciaal voor de traditionele gezinnen, waar het doorgaans moeilijk binnenkomen is, Marokkaanse en Turkse raadsheren van Streetcornerwork aangesteld. Aemarouch spreekt dezelfde taal en begrijpt de cultuur van de moeder van Farid, die na een half leven in Nederland nog steeds nauwelijks geïntegreerd is. 

Geen onwil, maar het is voor een analfabete vrouw die lange tijd werd binnengehouden door haar man nu eenmaal lastig 'de weg te vinden', benadrukt Aemarouch. De man vertrok een jaar of tien geleden, het gezin berooid achterlatend. 

Nu, een paar maanden later, is er al een hoop verbeterd. Waar mogelijk worden oplossingen gezocht in hun eigen netwerk. Zo hielp een neef met het opknappen van het huis. Nieuw behang, wat kleedjes over de doorgezakte banken, net genoeg om het weer leefbaar te maken. Al ontbreekt er nog steeds een hoop aan, maakt de moeder heftig gesticulerend duidelijk. Geen wasmachine, een kapotte koelkast, en ook haar bed, waar ze samen met de jongste van acht slaapt, heeft het begeven. 

Voor Farid heeft Aemarouch een baan weten te regelen. Hij werkt nu als beveiliger, en kan langzaamaan zijn schulden gaan afbetalen. Waar hij schulden heeft? Tja, waar niet eigenlijk. Zijn zorgverzekering, zijn telefoonprovider, de sportschool - allemaal willen ze geld van hem hebben. En dat heeft hij niet. 

Ook heeft Farid vorige week een iq-test gedaan. "Zodra we daar de uitslag van hebben, kunnen we kijken wat voor opleiding hij zou kunnen doen," zegt Aemarouch. "De middelbare school ging niet zo goed," zegt Farid. "De basisschool ook niet." 

Multiprobleemgezinnen als de familie B. komen veel voor in de Kolenkitbuurt. Velen zijn arm, leven met te veel mensen in de krappe naoorlogse portiekflats, hebben schulden, spreken geen Nederlands en hebben problemen met opvoeden. 

Voorheen kreeg dit soort gezinnen met uiteenlopende hulpverleningsinstanties te maken. Iemand van jeugdzorg voor de kinderen, een ander van de Dienst Werk en Inkomen voor de centen, en zo verder. Eenieder werkte strikt volgens zijn eigen protocol en was geneigd de overige problemen te negeren, in de hoop dat de volgende in de rij die zou aanpakken. 

De sociale hulpverlening was verworden tot een institutioneel doolhof. Niet het zorgaanbod, maar het 'praktische probleem van het gezin' moest het uitgangspunt vormen, aldus wethouder Lodewijk Asscher. 

En dat is precies wat het buurtteam doet. Het team, dat bestaat uit hulpverleners van uiteenlopende zorginstellingen, werkt 'achter de voordeur': bij de mensen thuis, aan de keukentafel. 

Hier bespreekt het teamlid met de verschillende gezinsleden wat hun problemen zijn, wat de oorzaak daarvan is en hoe ze daar uit kunnen komen. Bij voorkeur zelf, of met hulp van hun eigen netwerk. 

"We moeten ervoor zorgen dat mensen leren het weer zelf te doen," zegt projectleider Carolien de Jong. "Veel mensen hebben geen idee hoe ze hun geldzaken moeten regelen of hoe ze hun kinderen moeten opvoeden - dat het niet goed is wanneer die 's nachts nog op straat rondrennen." 

Doordat deze hulpverlener, in de aanpak ondersteuner genoemd, werkt namens alle instellingen in het team, heeft hij een breed mandaat om te handelen, zonder protocol. "We proberen eerst het vertrouwen te winnen. Omdat ze nu nog met maar één hulpverlener te maken hebben, gaat dat een stuk makkelijker dan eerst," zegt De Jong. Ook onorthodoxe oplossingen zijn geoorloofd, als het maar werkt. 

En dat werkt. 

De Jong vertelt over een vrouw die eigenlijk nooit buiten kwam en met niemand contact had. Dat ze geen woord Nederlands sprak, hielp ook niet echt. Haar buurvrouw, die vermoedde dat er meer speelde, meldde haar stiekem aan bij het buurtteam. Eén van de ondersteuners ging eropaf. 

De vrouw bleek een tiran van een man te hebben, die haar onderdrukte en financieel kaalplukte. De hulpverlener wist binnen te komen en haar ervan te overtuigen dat ze moest scheiden. Het uiteindelijke gesprek hierover met haar man voerde ze zelf. "Spannend," zegt De Jong, "want we wisten niet hoe hij zou reageren." De man stemde in met een scheiding. Haar kind kon de vrouw houden, ze heeft nu Nederlandse les en werkt als schoonmaakster. Dat alles heeft zich voltrokken in een half jaar. 

Nog een verschil met vroeger is dat het hulpverleningstraject niet meer eindig is. "Wij blijven tot het probleem is opgelost," zegt De Jong. Ook wanneer een gezin in rustiger vaarwater is, blijven de ondersteuners op de achtergrond aanwezig. Door af en toe een praatje te maken, of misschien eens aan te bellen, kunnen ze meteen actie ondernemen wanneer een gezin terugvalt in oude patronen. 

"Als het gaat om een enkelvoudig probleem, huisvesting bijvoorbeeld, verwijzen we ze gewoon door het sociaal loket. Want we willen ook niet te veel hulp inzetten." 

De doorgaans arme huishoudens worden veelal aangemeld door de Dienst Werk en Inkomen, maar ook door bezorgde buren of familie, of door henzelf. Zo werd één van de teamleden op straat gevolgd door een vrouw. Op een gegeven moment sprak ze hem aan. Ze bleek een moeilijk opvoedbaar kind te hebben en had geen idee wat ze daarmee aan moest. 

Ook het gezin B. zal ooit weer op eigen benen moeten staan. Aemarouch: "Ik zal ze wel blijven volgen, maar ze kunnen niet eeuwig hulp blijven krijgen. Kunnen ze iets niet zelf, dan kijken we of er in hun omgeving iemand is die kan helpen. Een familielid, of een buurman. Eigen verantwoordelijkheid, daar gaat het om. In Marokko zeggen we: je bent de enige die jouw rug kan kriebelen." 

De naam Farid is gefingeerd.

Het monster van Frankenstein

Veertig intakes, evenzoveel hulpverleners, twintig plannen van aanpak. In één gezin, in zes jaar tijd. Of de problemen daarmee verholpen waren? Helaas niet. Het inmiddels roemruchte onderzoek Systeem in beeld uit 2008 naar het geld in de jeugdzorg en het jongerenwelzijn in Amsterdam maakte pijnlijk duidelijk tot welke excessen de versnippering van de sociale hulpverlening had geleid. Het monster van Frankenstein, noemde wethouder Lodewijk Asscher het jeugdbeleid. "De Amsterdammer die hulp nodig heeft, komt terecht in een doolhof van organisaties en instellingen." 

Om het tij te keren, begon stadsdeel West een jaar geleden met de nieuwe aanpak. Ongeveer vijftien hulpverleners van uiteenlopende hulpverleningsinstanties werken samen in één team, met één zogenoemde regisseur per huishouden, en in de toekomst ook vanuit één budget. Efficiënter, want het voorkomt dat instellingen langs elkaar heen werken, en daarmee ook goedkoper. "Meer doen met minder geld," aldus teamleider Carolien de Jong. 

Een noodzaak, want er moet nu al 25 procent op de sociale hulpverlening worden bezuinigd. "Dan moet dat wat overblijft, wel beschikbaar zijn voor mensen die het echt niet zelf kunnen." 

Naar schatting veertien procent van de Amsterdamse huishoudens kan als kwetsbaar bestempeld worden. In de Kolenkitbuurt, in 2009 nog uitgeroepen tot de slechtste wijk van Nederland, zijn dat er meer. De laatste jaren is hier een wildgroei aan hulpverleningsprojecten ontstaan. Een deel daarvan is inmiddels geschrapt, wat wel werkt, wordt geïntegreerd in het Samen doen-team. 

Het project is begonnen als proef in de Kolenkitbuurt. En het lijkt te werken - reden voor de gemeente om ook in de rest van de stad zulke teams in te stellen. Eind dit jaar moet elk stadsdeel er twee hebben.

Elvis, Jimi of gewoon God.

05-01-2012, Het Parool

De één verstopt zich in een vuilcontainer, op de vlucht voor een groep mensen. De ander vecht al zevenhonderd jaar in de oorlog en wil naar Berlijn om zich bij het leger te melden. Sommigen denken dat ze God zijn, of Elvis Presley.

Vele zwervers in de Amsterdamse straten zijn psychotisch of kampen met andere psychiatrische problemen. De politie vreest dat de overlast van deze groep op straat zal toenemen. Twintig tot dertig procent van het politiewerk wordt besteed aan mensen met psychische problemen, zei de nieuwe korpschef, Pieter-Jaap Aalbersberg, dinsdag in zijn eerste nieuwjaarsspeech.

En dat percentage zal volgens hem mede door de bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg (ggz) toenemen. Zo komt er een eigen bijdrage van tweehonderd euro per jaar. Die eigen bijdrage geldt niet voor mensen die voor 'bemoeizorg' in aanmerking komen, zoals psychoten, verslaafden of mensen met een verstandelijke handicap wie de hulp als het ware wordt opgedrongen. Dat zijn er in Amsterdam ongeveer vijftienhonderd, van de circa tienduizend ggz-patiënten.

Het team van Mentrum Rehab ontfermt zich over mensen die hulp nodig hebben, maar die niet willen ontvangen. De klantenkring van het team is op zijn zachtst gezegd ongebruikelijk te noemen. De cliënten zijn allen dak- of thuisloos, kampen met zware psychische problemen - vaak een ernstige vorm van schizofrenie - en zitten in de meeste gevallen helemaal niet op de hulp van het team te wachten.

Kenmerkend voor patiënten met dergelijke psychiatrische stoornissen is dat ze denken dat ze geen zorg nodig hebben. Zij zijn normaal; het is de rest van de wereld die gek is, en die heeft het op hen gemunt.

Het zogenoemde bemoeizorgteam biedt deze groep psychiatrische patiënten hulp. Dit houdt in dat de hulpverleners hun klanten opsporen en actief blijven volgen, en daarbij al het mogelijke doen om de vaak psychotische daklozen zo ver te krijgen dat zij hulp aanvaarden. De zorg beperkt zich niet tot psychiatrische problemen. Ook het vinden van onderdak, een inkomen of uitkering, werk of dagbesteding rekent het Rehabteam tot zijn taken.

Charlotte van der Vring, (30), één van de sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen van het Rehabteam, heeft net als haar twaalf collega's ongeveer dertig dak- en thuislozen onder haar hoede. In de meeste gevallen zoekt zij deze op in de opvanghuizen en sociale pensions waarmee het team samenwerkt, of gewoon op straat.

Zo ook vandaag. Op weg naar haar wekelijkse spreekuur in inloophuis De Kloof ontdekt ze de fiets van Johnny, één van haar cliënten die het meest hun best doen om zich aan hulp te onttrekken.

De fiets is een bezienswaardigheid. Alles wat Johnny bezit, is erop en eraan vastgemaakt: jassen, twee paar legerkisten, een veldfles - alles in camouflagekleuren. Dan treffen we Johnny zelf. Van der Vring vraagt hoe het met hem gaat, maar krijgt niet echt een reactie. Hij staart wat verloren voor zich uit, terwijl ze informeert hoe het is afgelopen met zijn treinkaartje naar Berlijn. Daar moest hij een paar weken geleden heen om zich bij het leger te melden. Althans, dat dacht hij. De Duitser Johnny denkt al zevenhonderd jaar in de oorlog te vechten. In 1964, tevens zijn geboortejaar, is hij zes minuten dood geweest, om te worden herboren als lid van de Militärpolizei. Maar hij is ook wel eens Johnny Cash, of Elvis Presley.

Wil hij misschien langskomen om zijn natte kleren te drogen? Of om te douchen? Van der Vring geeft het op. Johnny wil echt niets vandaag.

Onorthodoxe methoden om patiënten van straat te plukken worden niet geschuwd. Zo gaat Van der Vring soms letterlijk de bosjes in om haar patiënten op te zoeken, die bijvoorbeeld in tentjes aan de rand van de A10 slapen. "De blubber in," zegt ze. Bijna alles is geoorloofd om de psychotische daklozen tot zorg te verleiden. Tenslotte zitten ze daar helemaal niet op te wachten en dus moet er wel wat tegenover staan.

Met een sigaret, een tramkaartje, of het vooruitzicht van een uitkering probeert ze haar patiënten over te halen een keer langs te komen op de thuisbasis van het Rehabteam, in de Sarphatistraat. Hier kunnen ze terecht voor een gesprek met hun behandelaar, maar ze mogen ook komen voor een kop koffie, een douche of de lunch die elke dag door ex-daklozen wordt verzorgd. Ook de medewerkers schuiven aan bij deze lunch.

Patiënten kunnen op vele manieren worden aangemeld bij het Rehabteam. Meestal gebeurt dit door één van de vele instellingen waarmee het team samenwerkt, zoals de politie, de GGD, en de daklozenopvang en -inloophuizen. "Maar ook een burger die een zwerver in de bosjes aantreft, kan bij ons terecht," zegt Van der Vring. Zo werd Ahmed een paar maanden geleden doodsbenauwd aangetroffen in een container en aangemeld bij het Rehabteam. Inmiddels gaat het wat beter met hem. Hij woont weer bij zijn ouders en neemt medicijnen tegen de psychosen.

Van der Vring vraagt of de groep mensen het hem nog steeds zo lastig maakt. Dat blijkt het geval te zijn. "Het gaat niet zo fijn," zegt Ahmed. Hij heeft weinig vertrouwen in de medicijnen. "Ja, misschien als ik vijftien van die pillen in één keer zou nemen. Die mensen blijven; daar is nu eenmaal niets aan te doen." Van der Vring probeert hem gerust te stellen. De medicatie zal de groep mensen in elk geval aardiger maken, maar dan moet Ahmed wel de pillen blijven nemen.

De volgende op het programma is de Griek Dimitrios (38). We gaan met hem mee naar zijn bootje in West, waar hij woont. Een foto vindt Dimitrios geen probleem. Hij is vroeger zelf fotograaf geweest en hij begint uit te weiden over de gewenste sluitertijd voor de foto in het bootje. "It's very dark there, you know."

Het bootje kocht hij voor vijfhonderd euro, op afbetaling - hij krijgt geld van zijn ouders. Het ziet er vervallen uit en voordat de fotograaf erop mag, is hij druk in de weer met een hoosblik. In ruil voor de foto vraagt Dimitrios of we onderweg even kunnen stoppen bij de coffeeshop? Helaas, de joint kan hij vergeten. Hij moet het doen met een sigaret. En vijf euro.

Het Rehabteam behandelt ook onverzekerden, zoals Dimitrios. Met het openstellen van de Europese grenzen is ook het aantal patiënten van buiten Nederland toegenomen. Medicijnen krijgt het Rehabteam van apotheken en instellingen die ze over hebben, verouderde partijen bijvoorbeeld. Zo kan de Griek toch medicijnen nemen om zijn wanen en hallucinaties te onderdrukken. "Because I'm mental," zegt hij af en toe.

Ondanks zijn goede Engels is hij moeilijk te volgen. Hij springt van de hak op de tak en valt tussendoor een tijdje stil, wat kenmerkend is voor schizofrene patiënten. Dimitrios spreekt onder andere over zijn Byzantijnse afkomst en de totstandkoming van Europa en vertelt dat hij voor een meisje naar Nederland kwam. "A blonde, yes of course."

We gaan verder.

Bij een inloophuis op de Wallen zit Eddie. De bijna dove Belg is een bekendheid op de Wallen, waar hij al dertig jaar leeft. Hij is reeds anderhalf jaar bekend bij het Rehabteam, maar moeilijk te behandelen. De psychiatrische problemen waar hij van jongs af aan onder lijdt, hebben hun tol geëist in zijn hersenen, net als de alcohol. Het Leger des Heils heeft hem een plek toegewezen in een opvanghuis in Noord, en nu is het aan het Rehabteam hem daarheen te krijgen. Maar Eddie wil niet. De Wallen, daar is hij thuis. Wel belooft hij maandag op zijn afspraak te komen.

Bij het spreekuur in De Kloof komt Johnny weer ter sprake. "Meestal loopt hij boos weg als ik hem aanspreek, maar ik blijf het proberen. Laatst ben ik letterlijk achter hem aan gerend," vertelt Van der Vring. "Uiteindelijk haalde ik hem over mee naar binnen te gaan voor een kop koffie. Dat was voor het eerst in jaren. Maar een paar weken later stond hij weer buiten te schreeuwen, en ik hoor van inloophuizen dat hij daar overlast veroorzaakte."

Zijn toestand is dusdanig verslechterd dat een gedwongen opname onvermijdelijk lijkt te zijn. "Je hebt een lange adem nodig in dit vak," zegt Van der Vring, terwijl ze op haar fiets springt op weg naar de volgende afspraak. "Ik bijt me in een geval als Johnny vast en laat het niet meer los. Het zijn heel kleine stapjes waarmee je blij moet zijn. Dat ik in staat ben contact te krijgen met Johnny, is al heel wat."

Ook zij verwacht, net als korpschef Aalbersberg, dat de bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg tot grotere problemen zullen leiden. Het is niet ondenkbaar dat een deel van de psychiatrische patiënten zich aan hulp zal onttrekken en op straat zal belanden. "Wellicht komen die dan bij ons terecht."

De namen van de patiënten zijn vanwege hun privacy gefingeerd.

Foto maarten bezem