Ynske schrijft

Ynske Boersma +31645192530

blancodesign
Zwendel met chemisch afval in bunkerolie

04-10-2013, AD

ROTTERDAM | Malafide handelaren voegen op grote schaal chemisch afval toe aan brandstoffen voor zeeschepen (bunkerolie) en landbouwvoertuigen. De zwendel is veel groter dan werd aangenomen, blijkt uit onderzoek dat vandaag wordt gepresenteerd aan de Politieacademie. 

In de brandstof voor schepen zijn gevaarlijke en kankerverwekkende stoffen als kwik, fenol, styreen, chloor en dioxines aangetroffen. De stoffen komen in de lucht door de verbranding in scheepsmotoren. Ook wordt de brandstof gebruikt in de glastuinbouw.

Het gaat om afvalstoffen die volgens strenge regels moeten worden verwerkt door gecertificeerde bedrijven. Die zouden ze chemisch moeten scheiden, onder speciale omstandigheden verbranden of afgesloten opslaan en bewaren.

De Tilburgse hoogleraar criminologie Toine Spapens noemt de afvalzwendel `een van de grootste problemen op milieugebied'. ,,Het gaat alleen om geld verdienen.'' In voorzichtige schattingen lopen de winsten op tot 480 miljoen euro. ,,De schade die ze aanrichten bij mensen en natuur interesseert ze totaal niet.'' Vandaag presenteert hij het onderzoek `Vuile olie' van het lectoraat milieucriminaliteit.

Spapens en zijn collega-onderzoekers putten onder meer uit opsporingsdossiers van strafzaken tegen sjoemelende oliehandelaren, brandstofproducenten en afvalverwerkers. Een deel van deze zaken moet nog voorkomen. In de afgelopen 5 jaar heeft de helft van de 66 Nederlandse verwerkers en inzamelaars van afvalolie te maken gehad met opsporingsonderzoeken en strafrechtelijke en bestuurlijke handhavingsmaatregelen. Tegen zestien bedrijven is de politie een strafzaak begonnen. ,,Een onrustbarend hoog aantal, zeker gezien de korte periode,'' vindt Spapens.

De meeste strafzaken die hij bestudeerde, draaien om vervuilde scheepsbrandstof, met de zaak tegen oliehandelaar Trafigura, bekend van het milieuschandaal met het gifschip Probo Koala, als geruchtmakendste voorbeeld.

In de zestien zaken die de afgelopen jaren zijn begonnen, heeft er naast `Probo Koala' nog een geresulteerd in een veroordeling: een boete van 5000 euro. In twee gevallen kwam het tot een schikking en moest een verdacht bedrijf 50.000 euro betalen. De meeste zaken lopen nog. Ze zijn onder meer begonnen na de eerste actie `Waakzaam' in 2011, waarbij de politie onaangekondigd tankschepen controleerde in de Zeeuwse Kreekraksluizen op de vaarroute tussen Rotterdam en Antwerpen. Bij 21 van de 28 binnenvaartschepen bleek iets mis te zijn met de vervoerde lading scheepsbrandstof.

Malafide brandstofhandelaren gebruiken graag goedkoop chemisch afval om de stroperige stookolie vloeibaarder of brandbaarder te maken in plaats van duurdere, normale mengmiddelen voor het `op specificatie brengen' van de scheeps- en landbouwbrandstof. De handelaren vergroten op deze manier hun winst.

De verleiding te frauderen is groot, zegt de Tilburgse hoogleraar. De winst is fors en de pakkans klein, ook omdat er nagenoeg geen regels bestaan. Dat maakt opsporing en aanpak via afvalwetgeving lastig, zo verklaart hij de lange procedures.

Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) maakt zich zorgen over de risico's voor werknemers op de schepen en de blootstelling van burgers aan de schadelijke stoffen. ,,Er zitten zaken in die er helemaal niet in horen,'' zegt RIVM-zegsman Harald Wychel. De risico's van bijmenging van chemisch afval in brandstof zijn echter nooit in kaart gebracht omdat dit volgens het RIVM `praktisch onmogelijk' is.

De `normale uitstoot` van scheepsbrandstof is volgens wetenschappers verantwoordelijk voor zestigduizend doden per jaar, wereldwijd maar geconcentreerd in kustgebieden en havens. Hoeveel doden daarbij opgeteld moeten worden door toedoen van gifmengers, durft het RIVM niet te zeggen. Ook instituten als TNO zeggen geen uitspraken te kunnen doen, omdat er totaal geen zicht is op wat en hoeveel er wordt bijgemengd.

Er wordt gewerkt aan het schoner maken van stookolie, reageert directeur Erik de Vries van NOVE, de brancheorganisatie van brandstofhandelaren. ,,De discussie is logisch. Nadat het lood uit benzine is gehaald, zijn ook strengere eisen gesteld aan de brandstof in de binnenvaart en nu is de stookolie aan de beurt.''

Bunkerhavens 

Hij benadrukt dat de eisen internationaal moeten worden vastgesteld. ,,Als we alleen in Nederland restricties opleggen aan stookolie, zal de handel uitwijken naar Antwerpen en Hamburg.''

De Rotterdamse haven is nu een van de grootste bunkerhavens ter wereld. Jaarlijks wordt er 13 miljoen ton stookolie overgeslagen, waarmee zo'n 6 miljard euro wordt omgezet.

De Vries vermoedt dat het nog 10 tot 15 jaar duurt voor de internationale regelgeving zover is. ,,Het kost tijd, maar het is niet zo dat we niet willen. De bulk van de handelaren doet zijn werk gewoon netjes en wil een betrouwbare leverancier zijn. De handelaren die de fout in gaan moet je aanpakken.''

De SP pleit voor strengere wetten, maar de politiek zegt in navolging van NOVE niet te willen vooruitlopen op internationale regelgeving. Spapens: ,,Economische belangen wegen blijkbaar zwaarder dan het milieu.''

Bij een omzet van 74 miljard maakt een boete niet uit

Hoogleraar criminologie Toine Spapens ziet de aanpak van de afvalfraude via het strafrecht niet tot gedragsverandering bij de branche leiden. ,,De boetes zijn zo laag in Nederland, daar laten zulke bedrijven zich echt niet door weerhouden. Celstraffen voor directieleden komen bijna nooit voor.''

Hij noemt Trafigura, dat een geldstraf van 1 miljoen euro kreeg omdat het niet eerlijk was over de lading van de Probo Koala. Die giftige lading is later in 2006 gedumpt in Ivoorkust. Volgens de gezondheidsdienst van het Afrikaanse land gingen 26.000 mensen naar het ziekenhuis. Er is melding gemaakt van tien doden. ,,Trafigura heeft een omzet van 74 miljard, die zijn echt niet onder de indruk van een miljoen meer of minder. Alleen al aan juristen en eigen onderzoeken in deze zaak heeft het bedrijf waarschijnlijk al veel meer uitgegeven.''

Anders dan in de drugscriminaliteit, zijn hier onderwereld en bovenwereld vaak met elkaar verweven, stelt Spapens. ,,Het zijn legale bedrijven. Niet zelden zijn toezichthouders bereid mee te denken met bedrijven waar overtredingen zijn geconstateerd. Ze gunnen bedrijven de tijd om de boel weer op orde te krijgen. Situaties kunnen zo jaren voortduren.

Pompen kunnen niet tegen vervuilde olie

Spapens en zijn collega-onderzoekers stuitten niet alleen op dossiers over vervuilde scheepsbrandstof, maar ook op stukken die melding maakten van vastgelopen pompen van een poldergemaal in Nederland door vuile gasolie, zaken die wellicht nog directere gevolgen voor de Nederlandse volksgezondheid zouden kunnen hebben.

In de politiedossiers wordt ook melding gemaakt van verkoop van vuile olie aan glastuinders. Onder meer de Amsterdamse afvalverwerker APS, (dat inmiddels MAIN heet), is verdacht van het leveren van vervuilde stookolie aan tuinders. In de vuile brandstof bleek spoelolie te zitten, een goedje waarmee motoren worden schoongemaakt.

Tuinderskoepel LTO Glaskracht zegt echter nog nooit meldingen te hebben gehad van tuinders met vastgelopen motoren, wat zou kunnen wijzen op vervuilde olie. ,,Het merendeel van de kassen draait op gas, slechts een enkeling verwarmt nog met gasolie, zegt milieuman Guus Meis van LTO. ,,Dan gaat het vooral om kassen die niet het hele jaar warm gestookt hoeven te worden.''

De meeste waterschappen zeggen Europese kwaliteitseisen te stellen aan hun brandstof voor poldergemalen en pompen. In de contracten met leveranciers zijn die vastgelegd.

Door Ynske Boersma en Leon van Heel

Foto: Alf van Beem (Wikimedia Commons)

De rotte kies van het verpleeghuis

20-07-2013, Het Parool

Op vrijdagmiddag rinkelt de telefoon bij Mondzorgpraktijk De Gezonde Lach in West. Aan de lijn is een medewerker van verpleeghuis De Poort, een vestiging van Amsta. Hij moet helaas de afspraak van een bewoner afzeggen, want er is geen personeel om hem naar de praktijk te brengen. 
 
Tandarts Angela Stoel kijkt zorgelijk. Die afspraak kan eigenlijk niet wachten, meent ze. "Er moeten kiezen bij deze meneer getrokken worden, dus het kan goed zijn dat hij nu met veel pijn het weekend ingaat."
 
De praktijk behandelt de bewoners van De Poort. Volgens eigenaar Nathaly Scharinger zijn de gebitten van de bewoners vaak slecht, wat in de meeste gevallen te wijten is aan gebrekkige mondverzorging in het verpleeghuis, of zelfs een totaal gebrek daaraan. "Veel patiënten moeten hier maandelijks terugkomen om hun gebit te laten schoonmaken." 
 
Ware horrorverhalen zijn er ook. Een bewoonster wiens kunstgebit een jaar niet uit haar mond was gehaald door de verzorgenden. Nee, we willen inderdaad niet weten wat daar uitkwam. En de man met een dusdanig verwaarloosde ontsteking in zijn mond dat zijn kaak was weggerot. 
 
"Dat kan gebeuren," zegt Robbert Kamerling, verpleeghuisarts bij Amsta. "Het zijn geen gangbare gevallen, maar wel een signaal dat er iets aan de hand is." Maar dat is niet alleen bij Amsta het geval, benadrukt hij. "Bij Amsta valt het nog mee. In al onze verpleeghuizen komt een keer per week een tandarts langs, dat is echt niet overal zo." 
 
Het probleem van slechte mondzorg in verpleeghuizen is niet nieuw. In 2003 sloeg het College van Zorgverzekeringen (CvZ) alarm over de snel verslechterende gebitten van verpleeg-huisbewoners. Verzorgers bleken maar weinig kennis te hebben op dit gebied, constateerde het CvZ. Tanden werden nauwelijks gepoetst, en bewoners zagen slechts zelden een tandarts, bleek uit onderzoek. 
 
In tegenstelling tot vroeger behouden steeds meer ouderen hun tanden en kiezen. Had in de jaren negentig nog het overgrote deel van de verpleeghuisbewoners een kunstgebit, nu komt ruim een derde met eigen tanden en kiezen het verpleeghuis binnen, zegt Ad van Andel, docent aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam en verpleeghuistandarts.
 
Goed nieuws, maar eenmaal in het verpleeghuis blijkt dat goede gebit eerder een nadeel voor de zorgafhankelijke oudere. Tenslotte vergen echte tanden en kiezen aanzienlijk meer onderhoud dan een kunstgebit, aldus Van Andel. Bij veel zorginstellingen blijkt dat besef nog altijd niet doorgedrongen. 
 
"Gebitsverzorging is het ondergeschoven kindje," zegt een docente van de ROC-opleiding tot verzorgende. Ze wil liever niet met haar naam in de krant. "Het is een terugkerend probleem. Af en toe worden er wat reminders opgehangen in de verpleeghuizen, maar dat verwatert na verloop van tijd dan weer." 
 
Het is geen onwil van de verzorgers, benadrukt ze. "Maar er is gewoon geen tijd. Zeker nu in de zomerperiode gaat het fout. Er is te weinig personeel en onervaren leerlingen staan zonder begeleiding op de afdeling. Tandenpoetsen heeft dan voor ze minder prioriteit dan een bewoner die naar de wc moet." 
 
"Klinkklare nonsens," noemt hoogleraar Cees de Baat, specialist in mondproblemen bij ouderen, het argument dat verpleeghuispersoneel geen tijd heeft voor mondverzorging. "Waarom is wel vanzelfsprekend dat de onderkant wordt schoongemaakt, maar de bovenkant niet? Het probleem is dat het niet in hun systeem zit. Als het een vast onderdeel is van de verzorging is er altijd tijd voor." 
 
Toch is er volgens De Baat de laatste tien jaar veel verbeterd op het gebied van gebitsverzorging voor ouderen. Zo geldt er sinds 2007 een richtlijn mondzorg voor verpleeghuisbewoners waar de instellingen zich aan dienen te houden. Daarbij zijn er cursussen mondzorg beschikbaar voor verzorgenden en hebben nu bijna alle verpleeghuizen een contract met een tandarts. 
 
Desondanks zijn er nog steeds verpleeghuizen 'waar je je opa of oma niet aan wil toevertrouwen', aldus De Baat. "De kwaliteit van de mondzorg wordt voornamelijk bepaald aan de top van de verpleeginstellingen. Als het management het niet belangrijk vindt, gebeurt er niets." 
 
Het kan dan ook per locatie sterk verschillen in welke mate er aandacht is voor de gebitten van de bewoners, blijkt uit een kleine rondgang onder medewerkers van verpleeghuizen. 
 
"Tandenpoetsen en het schoonmaken van gebitsprothesen zijn zaken die er nogal eens bij inschieten," erkent Rosaida Cristina, zorgcoördinator van het Dr. Sarphatihuis, een verpleeginstelling van Amsta. "Ik werk alleen overdag, dus ik heb geen zicht op wat er 's avonds gebeurt. Maar ik zie regelmatig de etensresten van de avond ervoor nog tussen de gebitten van de bewoners zitten." 
 
Ze wijt het probleem aan het structurele personeelstekort in het verpleeghuis en het vervangen van vast personeel door flexwerkers. "Vaak sta je alleen op de afdeling, want negen van de tien keer komen flexers en uitzendkrachten niet opdagen." 
 
Daarbij ontbreekt het bij veel verzorgenden aan kennis over de bewoners en het belang van mondverzorging. "Het is wel een aandachtspunt op de werkvloer, maar dat heeft weinig zin met onervaren personeel dat niet bekend is met de zorgplannen van de bewoners," aldus Cristina. 
 
Elke maandag komt er een tandarts langs bij het Sarphatihuis, dat daarvoor een ruimte beschikbaar heeft. Voor grote behandelingen moeten de bewoners naar de praktijk toe. Echter, ook deze vestiging is afhankelijk van mantelzorgers of vrijwilligers om de patiënten naar de tandarts te begeleiden. Christina: "Het kan voorkomen dat een patiënt daardoor niet naar de tandarts kan." 
 
"Mondzorg, wat is dat?" zegt een medewerker van verpleeghuis Slotervaart, een vestiging van Cordaan. Ze wil niet met haar naam in de krant. "Oh, tandenpoetsen. Ja, dat doen we elke avond, en gebitten worden er ook uitgehaald. Maar ik moet er bij zeggen dan mijn afdeling een vast team heeft, dat onderscheid moet je maken. Wij kennen onze bewoners, zo kun je ook goede zorg leveren." 
 
Een zorgcoördinator van het kleinschalig wonenproject Gerrie Knetemannlaan, tevens van Cordaan, meldt dat de mondzorg ook op die locatie goed geregeld is. "Wij hebben medewerkers die daarvoor een cursus hebben gevolgd, en erop toezien dat het personeel de regels naleeft. En als de bewoners naar de tandarts moeten, schakelen we hun familieleden in om ze ernaartoe te brengen." 
 
Een ziekenverzorgende van woonzorgcentrum Sint Jacob, een vestiging van Amstelring, schetst een heel ander beeld van de mondverzorging op haar werkplek. Ook zij blijft liever anoniem. "Kunstgebitten worden 's avonds vaak heel vies in het water gelegd, en ik vind ze zelfs wel eens terug op de grond." 
 
Ook tandenpoetsen wordt soms 'vergeten', zegt de verzorger. "Dat ligt niet alleen aan de werkdruk, maar ook aan de laksheid van de verzorgenden. Ook die van de vaste medewerkers; het is niet terecht om altijd maar de flexwerkers de schuld te geven." Vanuit het management is er weinig aandacht voor goede mondverzorging, zegt ze. De richtlijn voor mondzorg in verpleeghuizen is haar onbekend. 
 
Het onwelriekende gevolg van gebrekkige mondverzorging laat zich eenvoudig raden. De Baat: "Het is uitermate vervelend voor een oudere als de familie een meter afstand houdt vanwege de stank." 
 
Maar de verwaarlozing kan ook ernstiger gevolgen hebben. Van plak, gaatjes, tandvleesontstekingen en uitvallende kiezen door slecht poetsen, tot slijmvliesontstekingen en schimmelinfecties in de mond, veroorzaakt door vieze kunstgebitten. 
 
Deze problemen kunnen weer tot complicaties leiden. Zo kan pijn door gebitsproblemen ervoor zorgen dat ouderen ondervoed raken. Daarbij werken infecties in de mond in interactie met de rest van het lichaam, zegt De Baat. Met soms fatale gevolgen: "Als de bacteriën in de bloedbaan terechtkomen, kunnen die verspreid worden naar andere delen van het lichaam. Ook kan bij een verslikking rommel in de longen komen en daar ontstekingen veroorzaken. Dat overleeft een oudere vaak niet." 
 
Terug naar de Gezonde Lach. De maandag na het weekend zegt De Poort weer een afspraak af. "We brengen het wel in rekening, dus uiteindelijk kost het ze alleen maar geld," zegt eigenaar Nathaly Scharinger. 
 
Geld waar de praktijk doorgaans lang op moet wachten, want Amsta is volgens De Gezonde Lach een wanbetaler. Wat met het aanmeten van dure kunstgebitten flink in de cijfers kan lopen voor de praktijk. 
 
Woordvoerder Sanne Hekman van Amsta zegt niet bekend te zijn met de problemen. "In de genoemde verpleeghuizen komt één keer per week een tandarts langs. Volgens het secretariaat van de medische dienst verlopen deze procedures goed."
 
Verscherpt toezicht
 
De tandheelkundige verzorging van verpleeghuisbewoners valt onder de AWBZ. De verpleeghuizen zijn derhalve verplicht om hun cliënten tandheelkundige voorzieningen aan te bieden. Bewoners van verzorgingshuizen zijn daar zelf verantwoordelijk voor.
 
Sinds 2007 geldt er een richtlijn voor mondzorg aan verpleeghuisbewoners, waarin staat uitgelegd waar goede mondzorg aan zou moeten voldoen. 
 
Zo moet iedere cliënt binnen zes weken na opname door de tandarts gezien worden voor een mondzorgplan. Ook moet in elk verpleeghuis een coördinator mondzorg aangesteld worden, die toeziet op een goede mondverzorging. 
 
Tot zover de theorie, want in de praktijk blijken maar weinig verzorgenden op de hoogte van de voorschriften uit de richtlijn, volgens verschillende bronnen. 
 
De Inspectie voor de Gezondheidszorg houdt sinds vorig jaar verscherpt toezicht op de naleving van de richtlijn voor mondzorg in verpleeghuizen, nadat was gebleken dat niet alle verpleeghuizen zich evenveel aantrokken van de voorschriften uit deze richtlijn. Resultaten van dit onderzoek worden eind dit jaar verwacht.