Ynske schrijft

Ynske Boersma +31645192530

blancodesign
Voor de kunstenaars was geen plaats meer

27-06-2014, NRC

Vijftien jaar geleden begonnen kunstenaars te bouwen aan Kunststad, Europa's grootste broedplaats. Op de NDSM-werf - nu dé plek voor hoofdkantoren, festivals, hippe horeca. Voor de kunstenaars zelf was steeds minder plaats. En geld

Een busje, een tang en een haspel - meer heeft metaalkunstenaar Ward Kreykamp niet als hij vijftien jaar geleden aankomt in de Scheepsbouwloods, op de NDSM-werf in Noord. De voormalige scheepswerf is dan nog een echte rafelrand: een verlaten, industrieel gebied aan de overkant van het IJ waar, sinds halverwege de jaren tachtig het laatste schip de helling afrolde, eigenlijk niemand meer iets te zoeken heeft.

Op een paar krakers en kunstenaars na. Ze voelen zich verdreven uit de stad, waar hun vrijplaatsen in de oude loodsen en silo's aan de zuidoever van het IJ moeten plaatsmaken voor de bouw van luxe appartementen en kantoren. De kunstenaars luiden de noodklok: de gemeente moet zorgen voor goedkope werkruimten voor de kunstenaars, vinden zij. Het is het begin van het Amsterdamse Broedplaatsenbeleid: door de gemeente gesubsidieerde werkplaatsen waar creatieven voor weinig geld een atelier kunnen huren.

De monumentale Scheepsbouwloods, met een oppervlakte van zo'n drie voetbalvelden het grootste gebouw op de werf, is een van de plekken die in aanmerking komen als werkgebouw voor de Amsterdamse kunstenaars. ,,Het was een ruïne", zegt Eva de Klerk, initiatiefneemster van de broedplaats in de loods. ,,We hebben een plan gemaakt en daarvoor miljoenen aan leningen en subsidies binnengehaald. Daarmee wilden we met de huurders, als collectief, de loods opknappen en beheren."

Rond de eeuwwisseling beginnen de kunstenaars met de bouw van wat de grootste broedplaats van Europa zal worden: de Kunststad. Een dorp voor kunstenaars, ambachtslieden en ontwerpers, die onder het dak van de oude scheepsbouwloods naast en boven elkaar hun eigen ateliers bouwen. De loods wordt gerenoveerd en er wordt een casco geplaatst voor de ateliers. De bouw van de werkplekken betalen de kunstenaars zelf, in ruil voor een lage huur.

Ook Ward Kreykamp zoekt zijn heil in de Kunststad, waar hij zijn metaalbewerkingsbedrijf het Knutselparadijs wil vestigen. Hij tekent in voor een van de zogeheten vrije kavels aan de zuidkant van de loods. Anders dan in de rest van de Kunststad bouwen de kunstenaars hier zelf het casco, en vragen daarvoor zelf subsidie aan bij Bureau Broedplaatsen, dat voor de gemeente de subsidies beheert en toekent. In 2006 krijgt hij zijn bouwvergunning, en een toezegging voor een subsidie van ongeveer 170.000 euro.

Maar in datzelfde jaar verandert de situatie binnen de broedplaats. Stichting Kinetisch Noord, die namens de kunstenaars de loods beheert en onderverhuurt, is in ernstige financiële problemen geraakt. Vertraging bij de renovatie van de loods, uitblijven van huurinkomsten door leegstand van een deel van de loods en een opeenvolging van directeuren die te veel geld uitgeven zijn daarvan de voornaamste oorzaken.

Om een faillissement te voorkomen schiet stadsdeel Noord te hulp met een voorschot van 450.000 euro, subsidiegeld dat bij Bureau Broedplaatsen is gereserveerd voor de bebouwing van de vrije kavels, onder andere voor Kreykamp. Het voortbestaan van de stichting is daarmee voorlopig veiliggesteld, maar voor Kreykamp en de andere huurders van de vrije kavels is het nu afwachten wanneer zij het beloofde bedrag voor hun ateliers wel krijgen. Ze besluiten te wachten met bouwen, en betalen in de tussentijd een zeer bescheiden huur.

Maar Kinetisch Noord slaagt er ook na deze reddingsactie niet in om de financiën op orde te krijgen. Het stadsdeel wil van de loods af. ,,Een molensteen om onze nek", noemt een deelraadslid het aanvullen van de zoveelste financiële tegenvaller in 2010. De schuld van Kinetisch Noord aan het stadsdeel is dan al opgelopen tot ruim 1 miljoen euro. Ten einde raad maakt het stadsdeel plannen om de stichting op te heffen, en de loods dan maar zelf te beheren.

Commerciële bestemming

Wanneer Bouwe Olij begin 2011 aantreedt als interim-directeur van Kinetisch Noord, is de stichting op sterven na dood. Toch weet hij het stadsdeel te overtuigen de stichting nog één kans te geven om de loods financieel gezond te krijgen. Daarbij gaat Olij, in een vorig leven gemeenteraadslid en stadsdeelbestuurder voor de PvdA, voortvarend te werk: hij bedingt een huurverlaging bij het stadsdeel, en genereert meer inkomsten door de loods vaker te verhuren voor feesten en evenementen. Daarbij krijgt hij begin 2013 het stadsdeel zover om de huurschuld van 1,1 miljoen kwijt te schelden, als onderdeel van een ingewikkelde deal waarbij het voor Kinetisch Noord van belang is dat het eigendom van de loods overgaat van de gemeente naar de stichting. De stichting betaalt voortaan erfpacht aan de gemeente, voor een jaarlijks bedrag dat overeenkomt met de huidige huur voor de loods. Hiermee heeft de stichting de toekomst van de broedplaats in eigen hand, en hoeft de gemeente geen financiële tegenvallers meer te verwachten, aldus Olij.

Om de exploitatie van de Scheepsbouwloods rond te krijgen gaat Olij het nog ongebruikte deel van het enorme gebouw commercieel verhuren. Maar dat geldt ook voor de ruimte van de skatebaan - huurders van het eerste uur in de Scheepsbouwloods - en de nog onbebouwde vrije kavels krijgen een nieuwe, nog onbekende commerciële bestemming. De huurders van de loods, die niet betrokken zijn bij de overdracht van de loods naar de stichting, vrezen dat plekken van kunstenaars die vrijkomen, door Olij commercieel ingevuld zullen worden. Olij spreekt dat tegen: ,,Nu is ongeveer de helft van de broedplaats gevuld met goedkope ateliers. Deze blijven voor altijd beschikbaar voor de kunstenaars. Maar daarnaast zijn draagkrachtige huurders nodig om voldoende inkomsten binnen te krijgen, onder andere voor de verdere renovatie van de loods."

Maar Eva de Klerk, initiatiefneemster van Kunststad, bestrijdt dat. ,,Als de lege delen van de loods eerder waren ontwikkeld, zoals in mijn aanvankelijke plan stond, dan hadden nu nog veel meer mensen voor een lage prijs een atelier kunnen huren. Maar er is steeds weer een nieuwe directeur die de loods op zijn manier wil exploiteren. Die vertraging is de oorzaak dat het gebouw niet volledig wordt benut, waardoor niet genoeg inkomsten binnenkomen."

De Klerk is ervan overtuigd dat er simpelweg ,,flink geld verdiend moet worden met de loods". En niet alleen met de Scheepsbouwloods. ,,Het was ooit de bedoeling om alles maar te slopen op de werf, maar wij hebben erin geloofd. Nu staat het in de toptien van de hipste plekken op aarde, volgens The New York Times. En daar kan natuurlijk aan verdiend worden." Zo hebben de kunstenaars die op de vrijplaats van weleer afkwamen steeds meer commerciële festivals zien komen, een jachthaven, en hoofdkantoren van bedrijven die maar wat graag meeliften op het rauwe imago van de werf - maar dat daarmee ook steeds meer verdwijnt. Onlangs werd een driekamerhotel in een opgeknapte hijskraan geopend. Wie daar wil slapen, is minimaal 400 euro per nacht kwijt. De Klerk weet ook dat die ontwikkelingen moeilijk tegen te houden zijn. Maar de Scheepsbouwloods had als vrijplaats overeind moeten blijven, zoals de hele werf ooit was.

Conflict

Ook Kreykamp en de overige huurders van de vrije kavels krijgen te maken met de dadendrang van de nieuwe directeur. Aanvankelijk is hij blij met de komst van Olij. ,,Ik dacht, eindelijk een directeur die iets van de loods gaat maken." Behalve Kreykamp wachten ook festivalorganisator Robodock en kunstenaarsvereniging A8 tot ze eindelijk kunnen beginnen met bouwen. Maar wanneer ze hun plannen indienen, worden die steevast afgewezen door de directeur. Volgens Olij omdat de plannen financieel niet haalbaar zijn: de subsidie waar de kunstenaars aanspraak op menen te maken bestaat niet meer, aldus Olij in een brief aan de huurders in juni 2011. Als ze alsnog een atelier willen bouwen, dan moeten ze maar een nieuwe subsidie-aanvraag indienen. Maar de kunstenaars zijn het daar niet mee eens. Zij verwijzen naar eerder gemaakte afspraken, zoals de gemeentelijke subsidiebeschikking uit oktober 2010, waarin staat dat er 450.000 euro beschikbaar blijft voor het realiseren van de vrije kavels.

Door de patstelling die ontstaat, verhardt de verhouding tussen Olij en de vrije kavelaars. Maik ter Veer van Robodock gooit in 2012 na een conflict met Olij de handdoek in de ring. Maar Van Baal en Kreykamp zetten door, tot aan de rechtszaal aan toe. Uiteindelijk kan Van Baal op de werf blijven en gaan bouwen. Zij had een contract waarin de subsidieafspraak stond vermeld. Kreykamp, die voor Olij's aantreden nooit een contract had, verliest zijn zaak, en moet alsnog weg.

Toch blijkt de 4,5 ton subsidie voor de vrije kavels nog wel degelijk beschikbaar te zijn. Dat blijkt uit een interne mailwisseling tussen Olij en Jaap Schoufour van Bureau Broedplaatsen, in het bezit van deze krant. Schoufour schrijft in maart 2013 aan Olij: ,,In jouw weergave van de situatie lijkt de afspraak over de 4,5 ton geheel verdwenen. Dat gereserveerde geld wacht op een plan van Kinetisch Noord om te besteden aan vrije kavelplannen. Ik heb tot nu toe wel die reservering ondanks verstreken deadlines aangehouden." Maar Olij herinnert Schoufour aan een eerdere afspraak die zij hebben gemaakt. En die afspraak draait om het voorschot van 4,5 ton dat Kinetisch Noord zeven jaar eerder ontving om het faillissement te voorkomen, maar bedoeld was voor de vrije kavels. Stadsdeel Noord, Bureau Broedplaatsen en Kinetisch Noord verdelen dat geld nu anders. Zij spreken af dat 150.000 euro vergoed wordt voor de wel gerealiseerde ateliers op de vrije kavelstrook. Maar de overige drie ton, waarmee de rest van de vrije strook bebouwd zou worden, wordt gebruikt om de schuld van Kinetisch Noord te verkleinen. Bureau Broedplaatsen besluit overigens wel om drie ton voor andere broedplaatsen in de stad te gebruiken. Een besluit waarmee verantwoordelijk wethouder Maarten van Poelgeest pas in augustus 2013 instemt.

Olij is zich van geen kwaad bewust. ,,Je moet naar het totaalverhaal kijken. Er was ruim een miljoen schuld toen ik aantrad. Dat moest worden gesaneerd. Met Schoufour heb ik afgesproken dat we 1,5 ton zouden krijgen voor de vrije kavel, en dan was dat afgehandeld. Ward heeft acht jaar de tijd gehad om te bouwen, dan is het ook een keer mooi geweest."

Desillusie

In januari van dit jaar moet Kreykamp de werf verlaten. Hij krijgt vier weken de tijd om zijn kavel te ontruimen. Met 23 zeecontainers en tonnen ander materiaal is dat nogal een opgave. Vijftig vrachtwagenritten zijn nodig om alles te verhuizen. Wat Kreykamp rest is boosheid, desillusie, een schadepost van een paar ton en duizenden kilo's oud ijzer. Die liggen nu weg te roesten op een gehuurd buitenterreintje. Maar ook Olij is boos. Want onbekenden hebben de loods beklad met leuzen als 'Bouwe= fraude' en 'Olij Leugenaar'. In de zandbak die na de ontruiming overblijft is een grafheuvel gemaakt, met de tekst 'hier rust Ward'.

De plek van Kreykamp zal binnenkort verhuurd worden. Tegen een commercieel tarief.

Tekst: Ynske Boersma en Joost Zonneveld

 
'Ik ga nooit meer naar een feest'

02-01-2014, Het Parool

'Dokter? Dat groene, wat is dat?"

"Dat is je infuus."

"En dat rood?" 

"Dat is bloed." 

"Dokter? Ga ik dood als ik dat infuus eruittrek?" 

"Ja. Doe maar niet." 

Half één, op de afdeling spoedeisende hulp (SEH) van het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis. "Ik ben even poetsen hoor," roept een ambulancebroeder tegen zijn collega. "Zodat de volgende patiënt niet in braaksel hoeft te liggen," verklaart hij opgeruimd wanneer hij zijn schoongemaakte brancard terugrijdt naar de ambulance. 

De twee agenten die zijn meegekomen met de ambulance overleggen met SEH-verpleegkundige John Bijlsma. De patiënt in kwestie wilde niet 'coöperatief meewerken,' zoals dat zo mooi heet. De achttienjarige jongen van buiten Amsterdam werd vlak na de jaarwisseling afgevoerd van de EHBO-post op een groot feest in de stad. 

"Bacardi, wodka, whisky," leest Bijlsma hoofdschuddend op van een patiëntstatus. Uit de behandelkamer klinken braakgeluiden. Vermoed wordt dat de jongen ook andere middelen heeft gebruikt, maar dat ontkent hij stellig. 

De feestvierder is niet de enige met een 'alcohol intox', de term van de hulpverleners op de SEH voor een alcoholvergiftiging - één van de meestvoorkomende problemen op avonden als deze. Even voor elven, ruim voor het champagnemoment, wordt de eerste binnengereden, liggend in foetushouding. 

De afdeling werkt vanavond met een bijna dubbele bezetting. "Op een normale zaterdagavond zien we rond de twintig patiënten. Op een nieuwjaarsnacht zijn dat er veertig tot zeventig," zegt SEH-teamleider Pim Philipse, wanneer hij om elf uur de dienst overdraagt aan de nachtploeg. Het zijn vooral gevallen van alcohol- en drugsmisbruik, gevolgd door verwondingen door valpartijen en gevechten. Ongeveer een derde is slachtoffer van vuurwerk. 

Tegen middernacht is de afdeling nagenoeg leeg. Stilte voor de storm. De sfeer onder de artsen en verpleegkundigen in de met oliebollen en kinderchampagne gevulde koffiekamer is er één van jolige gespannenheid. "Om tien over twaalf barst het los," zegt ervaringsdeskundige Philipse. 

Dat valt mee. Om half één komt de stroom patiënten pas echt op gang. Ambulances rijden af en aan en aan de balie melden zich de eerste vuurwerkslachtoffers. Uit een behandelkamer klinkt een luid jammerend gehuil. "Nou, die heeft geen zin in 2014," concludeert een verpleegkundige onaangedaan, en spoedt zich naar de volgende patiënt. 

Voor een behandelruimte verderop staat een groepje jongemannen, de aanhang van een patiënt die is verwond in een vechtpartij. "Dokter, onze vriend heeft last, hij kan niet ademhalen," tiert één van hen. Bijlsma loopt erheen, en legt de jongen uit dat het druk is. Daar neemt de jongen geen genoegen mee. "Wat is dit voor kutziekenhuis? Hij ligt daar dood te gaan, waarom doen jullie niets?" 

Bijlsma laat het verder over aan de twee mannen van de beveiliging, die deze nacht onwelwillende patiënten en vooral de emoties van hun aanhang in toom proberen te houden. Het gezelschap wordt, als zij zich ook in de wachtruimte niet weten te gedragen, verzocht het ziekenhuis te verlaten. 

Toch blijven de gemoederen relatief bedaard tijdens deze jaarwisseling, een nacht die traditioneel berucht is om geweld en agressie tegen hulpverleners. Een enkele patiënt die tegenstribbelt, familieleden die zich kwaad maken over lange wachttijden of medicijnen die niet zomaar mee worden gegeven. Het team kan zich er weinig druk om maken. 

"Agressie is hier geen groot probleem," zegt Philipse. "Oké, er wordt wel eens geduwd en getrokken en er probeert wel eens iemand een rolstoel door het raam te gooien als alles niet snel genoeg gaat. Maar meestal blijft het bij schelden, en ach, dat doet geen pijn. We maken eigenlijk alleen een melding bij fysiek geweld, als ze tegen de koffieautomaat gaan aanschoppen bijvoorbeeld." 

Echt druk zal het niet worden deze nacht. De SEH ziet 45 patiënten, niemand met ernstig letsel. Vijftien van hen hebben lichte brandwonden door vuurwerk. Vier feestvierders blijven overnachten om hun roes uit te slapen. 

De dronken achttienjarige is, drie uur na aankomst, al flink ontnuchterd. "Sorry iedereen," roept hij vanachter het gordijn, tegen niemand in het bijzonder. "Dat siert hem dan wel, ondanks zijn toestand," zegt een beveiliger. Zo probeerde de patiënt eerder in te loggen op de computer van het personeel en trok hij herhaaldelijk zijn infuus uit zijn arm. 

Arts-assistent van de interne geneeskunde Serge Zweers overlegt wat te doen met de jongen. Hem in deze staat de straat op sturen lijkt de artsen geen verantwoord idee. "Dan loopt hij zo onder een tram." Opnemen dan maar? Dat is wel erg duur voor een uit de hand gelopen stapavond. Zweers: "Dan jaag je er in één keer je eigen risico doorheen." Hij stelt de meegekomen vriend van de patiënt voor om een taxi te bellen. "Maar dan moet jij wel met hem mee naar huis." De vriend knikt, met beteuterd gezicht. 

Uiteindelijk wordt besloten de ouders in te lichten en hun te verzoeken hun zoon te komen ophalen. Het duo verhuist naar de wachtkamer, de patiënt gewapend met een spuugbak. "Ik ga nooit meer naar een feest," verklaart hij plechtig, wankelend en met een vinger in de lucht.

Foto: Maarten Brante

Groen van geluk

12-07-2013, Het Parool

Mijn hoofd gloeit en ik voel me wegzakken in een roes. Ik tel van één tot tien, telkens weer. Bang om te worden overvallen door het onbekende. Naast me duikt een meisje voorover. Ze begint onbedaarlijk te beven en huilt zachtjes. Ik staar naar de overkant, waar gezichten groen verkleuren. Niet spreekwoordelijk, maar echt. Of hallucineer ik nu?

We zijn bij een eredienst van de Amsterdamse afdeling van de Santo Daimebeweging, in de Maarten Lutherkerk in de Rivierenbuurt. Bij het sacrament van deze van oorsprong Braziliaanse kerk wordt een plantenbrouwsel gebruikt: daime, een hallucinogene oerdrug afkomstig uit het Amazonewoud. 

Daime staat beter bekend onder de indiaanse naam ayahuasca. Naar verluidt gebruiken de indianen het spul al duizenden jaren voor sjamanistische en therapeutische rituelen. Liaan van de ziel betekent ayahuasca in het Quechua, verwijzend naar de onverwerkte emoties die de ayahuasca naar boven kan halen tijdens de trip. 

Ayahuasca is een thee, getrokken van de blaadjes van de struik rainha en de fijngestampte liaan jagube. Behalve de hallucinogene stof DMT bevat ayahuasca ook zogeheten MAO-remmers, die delen van het afweersysteem uitschakelen en daardoor het effect van de DMT versterken. 

De Santo Daimekerk werd in de jaren twintig van de vorige eeuw opgericht door de Braziliaanse rubbertapper Raimundo Irineu Serra. Het verhaal gaat dat hij na een acht dagen durende ayahuascatrip in het regenwoud een visioen kreeg van de heilige maagd Maria, die hem opdroeg een kerkorde rond het geestverruimende goedje te stichten. Hij doopte het daime: Portugees voor 'geef mij'. 

De Santo Daimereligie is een vreemde melting pot van rooms-katholieke gebruiken en Afrikaanse en indiaanse tradities. De rituelen draaien om het drinken van daime en het zingen van Portugese hymnen. Toen Mestre Irineu in 1971 stierf, had hij ruim honderd van deze eenvoudige liederen doorgekregen van de maagd Maria en de daime. Deze hymnen zijn verzameld in een groen boekje dat ze het Derde Testament noemen. Voor de erediensten, werken genoemd, houdt de kerk zich aan de roomse kalender. 

Sinds de jaren negentig verspreidde de beweging zich ook over de rest van de wereld, waaronder Nederland. Behalve in Amsterdam (125 leden) is er ook een vestiging in Den Haag. De kerkgemeenschap, met een vaste kern van een paar honderd ingewijden, was lang omstreden. In 1999 deed de Amsterdamse politie een inval tijdens een eredienst en arresteerde twee kerkleiders op verdenking van het overtreden van de Opiumwet. Maar dankzij een beroep op de vrijheid van godsdienst kreeg de Daimekerk twee jaar later toch toestemming om ayahuasca te gebruiken bij de rituelen. 

Tegen half acht vult de kerkzaal zich met discipelen die elkaar uitgelaten omhelzen. Alle nieuwkomers zijn gekleed in het wit, de ingewijde mannen en vrouwen zijn te herkennen aan respectievelijk donkerblauwe broeken en dito plissé rokken. Het werk van vandaag is een zogeheten concentratie. Behalve het gebruikelijke liederen zingen en daime drinken staat daarom ook een stiltemeditatie op het zes uur durende programma. 

Vanavond zijn er ongeveer vijftien nieuwelingen. Uitzonderlijk veel, vertrouwt een vrouw van de organisatie ons later toe. Vriendin Vanessa en ik melden ons bij de inschrijftafel. Na het betalen van veertig euro krijgen we een formulier in onze handen gedrukt waarop we invullen psychisch oké te zijn en geen alcohol te hebben gedronken in de afgelopen dagen. Ook adviseert de kerk drie dagen voor en na de dienst geen seks te hebben. 

Hierna volgt een korte introductie over wat ons te wachten staat. "We gaan daime drinken!" zegt onze instructrice, terwijl ze een weids gebaar maakt. Ze geeft een korte uitleg, zonder zich te wagen aan aardse termen als drugs of hallucineren: wij gaan een spirituele reis maken naar de diepere lagen van onszelf, de wereld en de kosmos. 

De reis is bovenal een persoonlijke ervaring, benadrukt ze. "Concentreer je op jezelf; niet op de mensen om je heen. Alleen zo kan de daime zijn werk doen." Dan de bijwerkingen. "Omdat de daime blokkades opruimt in je lichaam, kan het zijn dat je moet overgeven, of naar de wc moet." 

Ook kunnen er allerlei angsten bovenkomen tijdens de trip. "Het is niet altijd leuk wat je tegenkomt, maar uiteindelijk is het goed." En ten slotte: "Neem wat er ook gebeurt ook het tweede glas daime. Daar zijn we hier tenslotte voor." 

Nog een paar regels. Voortijdig weggaan is verboden. Net als het kruisen van armen of benen, want alleen met een open houding kunnen lichaam en geest optimaal gezuiverd worden. Overgeven dient te gebeuren aan de zijkanten van de zaal, waar om de paar stoelen kotsemmertjes staan opgesteld. 

In een omslachtige stoelendans (mannen en vrouwen gescheiden en op volgorde van lengte) krijgen we twee plekken op de achterste rij aangewezen. De stoelen zijn opgesteld in concentrische cirkels rondom een stervormige tafel met daarop kaarsen, een kruis en foto's van heiligen. "Dat is waar het allemaal gaat gebeuren," zegt de vrouw naast ons, wijzend naar de tafel. 

'Een medicijn van de ziel' noemt een 32-jarige vrouw het plantenbitter. Ze komt al vijf jaar naar de diensten en beschouwt de kerk als haar redding. "Het ging vijf jaar geleden heel erg slecht met mij. Dus toen ik hoorde over daime, dacht ik: dat kan ik er ook nog wel bij hebben." De ayahuasca confronteert haar in de diepere lagen van haar bewustzijn met de dingen die haar dwarszitten, verklaart ze. "Ik kom daar dingen tegen die ik eigenlijk niet wil zien." Wat die dingen zijn, wil ze liever niet vertellen. 

De kerkgangers zien er, nou ja, normaal uit. Er zijn zo'n honderd volgelingen afgekomen op de dienst van vanavond, van jong tot heel oud, en van onopvallende types tot verstokte new age-hippies en yuppen. De regie is in handen van een aantal oudere vrouwen, die eruit zien alsof ze zo uit een boek van Roald Dahl zijn weggelopen. 

De dienst begint met het zingen van wat hymnen en katholieke gebeden. Dan mogen we in de rij voor ons eerste shotje high tea, geserveerd in een duralex borrelglaasje. Op het altaar staan twee grote karaffen met een donkerbruine troebele vloeistof. Daaromheen branden een paar kaarsen en prijkt een foto van de eerdergenoemde Mestre Irineu. 

Opeens voel ik hoe mijn hart tekeer gaat. Ik ben doodsbenauwd. Wat als ik een bad trip krijg? Maar er is geen weg meer terug. Ik haal een paar keer diep adem en sla dan een half glaasje van de bittere bruine prut achterover. 

Weer terug in de cirkel sluit ik mijn ogen, in een poging de wereld om me heen buiten te sluiten. Mijn maag rommelt onheilspellend, en ik word overvallen door een intense vermoeidheid. Een gaap is niet te onderdrukken.

Maar verder gebeurt er niet echt veel. Ook niet wanneer het gezang ophoudt en de lichten uitgaan voor de meditatie. Wel voel ik me beetje high, als na een joint. Ik doe mijn ogen weer open, en kijk om me heen. De één kijkt gelukzalig omhoog, bij de ander stromen de tranen over de wangen. Sommigen lijken in slaap te zijn gevallen.

Na zo'n anderhalf uur schuifelen de discipelen naar voren voor hun tweede dosis daime. Complementair is het 'consacreren van de heilige maagd Maria,' oftewel pure wiet. Een helper deelt joints rond, waarna overal rookpluimen opstijgen in de zaal. Hier en daar slaat iemand een kruis alvorens een ferme trek te nemen. 

De consecratie van Santa Maria komt hard aan bij de trippende kerkgangers. Er klinkt een doffe klap van een man die met stoel en al achterover kukelt. De groene gezichten gaan één voor één over hun nek. Anderen spurten met vertrokken gezichten en rommelende darmen naar de wc. 

De fiscals, de ingewijden die bij toerbeurt toezicht houden, lopen rond met glaasjes water, rollen keukenpapier en schone emmers. Her en der worden mensen neergevlijd op matrasjes, waar ze in foetushouding de dienst voortzetten. 

Ondertussen gaat het gezang, begeleid door gitaren, een dwarsfluit en sambaballen, onverminderd verder. De vrolijke, maar eentonige muziek dient als houvast en leidraad tijdens de trip, zal één van de ingewijden ons later uitleggen. 

Onze buurvrouw zingt vol overgave mee, haar hand verwrongen in een soort klauw. Ik probeer me te concentreren, klaar voor een ontmoeting met mijn demonen. Maar hoewel mijn roes ditmaal dieper is dan na de eerste serving, blijft het verwachte visueel spektakel uit. Het voelt als een anticlimax. 

Naast me zie ik Vanessa aandachtig haar vingertoppen bestuderen, als in trance. Bij haar heeft de daime wel het beloofde geestverruimende effect, zo zal achteraf blijken.

Vrolijk konijntje

"Het was na de tweede dosis. Ik verzette me nog steeds, want ik was misselijk. Toen deed ik mijn ogen dicht, en luisterde naar de muziek. Het was een snelle hymne. Opeens zag ik een loopje naar beneden veranderen in een watervalletje, dat op het einde weer veranderde in een heel vrolijk konijntje. Ook nam de muziek psychedelische vormen aan, als een soort van kleurige draaiende kurkentrekkers." 

"Maar ik had al die tijd wel het gevoel dat ik het kon sturen. Ik had niet het idee dat ik me erin zou verliezen en als ik mijn ogen opendeed, was het weg. Al met al duurde het hooguit tien minuten." 

Tegen half twee in de ochtend is het werk ten einde. Na een applaus beginnen de volgelingen elkaar wederom uitgebreid te omhelzen. Hoewel eenieder de 'reis' alleen heeft gemaakt, heerst nu een gevoel van harmonie en geborgenheid. Ook wij worden aan de borst gedrukt en bedankt, en uitgenodigd om nog eens terug te komen. 

Bij de vraag of ik weer terug op aarde ben, moet ik helaas bekennen die nooit verlaten te hebben. Een kwestie van controle, aldus een zakenman die sinds drie jaar wekelijks meedoet aan de rituelen. 

"Ik geloof niet, ik weet," antwoordt hij op de vraag of hij gelovig is. De daime maakte hem duidelijk dat er meer is. Zo ziet hij vaak tijdens de trip lichtstralen de hemel ingaan vanaf de ster, het epicentrum tijdens de werken. Ook andere ingewijden zeggen eenzelfde visioen te hebben ervaren na het drinken van daime. 

Volgende keer beter, bezweert hij mij. "Hoe vaker je het neemt, hoe gevoeliger je ervoor wordt." 

Ik moet leren om me open te stellen voor de werking van de heilige drank. Hij besluit met een wijsheid: "De beste vorm van controle is dat je die ook kunt verliezen wanneer je dat wil."

'Ik sta nu anders in het leven'

Drugsonderzoeker en schrijver Arno Adelaars dronk tussen 1995 en 2011 zo'n vijftig keer mee met de Daimekerk en schreef een boek over ayahuasca. Wat maakt deze drug volgens hem zo bijzonder? 

"Ten eerste ben ik van mening dat ayahuasca geen drug is, maar een medicijn. Aya­huasca bestaat uit twee planten, die elkaars werking versterken. De liaan zorgt ervoor dat bepaalde stoffen in je lichaam, zoals serotonine, niet meer worden afgebroken. Dat in combinatie met de DMT uit de andere plant, is een typisch voorbeeld van synergie, van 1+1=3. 

Het drinken van ayahuasca is een heel persoonlijke ontmoeting tussen jou en de planten. Het klinkt vreemd, maar de planten willen communiceren met jou, je iets laten zien. Waar gaat het nou eigenlijk om in ons leven? Wat is echt belangrijk? Het geeft je de mogelijkheid om heel diep bij jezelf naar binnen te kijken. Bij andere hallucinerende stoffen, zoals paddo's, is het juist meer alsof je naar buiten kijkt. 

Mensen zijn gewoontedieren, willen alles altijd maar hetzelfde blijven doen. Maar dat kan ook tegen je werken. Vaak is er iets rots gebeurd waar je lange tijd niet naar wilde kijken. Dat gaat net zolang goed tot er iets begint te wrikken. De ayahuasca kan dan zeggen: dit hoort bij jou, kijk ernaar. 

Zo helpt de ayahuasca je bij het helingsproces. Maar na ongeveer honderd keer krijg je geen nieuwe inzichten meer. Daarna gaat het erom of je er iets mee doet. Ja, dat is een stuk moeilijker. 

Ik ben ook anders in het leven gaan staan door de ayahuasca. Zachter, positiever. En ik houd mezelf niet meer voor de gek. Als ik in de spiegel kijk, kan ik mezelf recht aankijken. Dat is waar het mij om gaat. 

Of er ook gevaren zijn? Voor mensen met een zware psychiatrische aandoening is het een no-go. Maar het wordt al minstens een paar eeuwen gebruikt, en daarvan zijn geen sterfgevallen bekend. Het gebeurt wel dat mensen de weg kwijtraken tijdens de ceremonie. Daarom valt of staat ayahuasca bij hoe je wordt begeleid."

 
'We komen helpen, niet straffen'

01-06-2013, Het Parool

Voor de buitenstaander is het een verwarrend tafereel. Dertig in zwart leer gestoken motorrijders kijken ontroerd naar een medebiker die in een diep gesprek lijkt te zijn met een knuffelbeer. Dan drukt hij een kus op het berenhoofd en geeft de knuffel met een plechtig gebaar door aan de motormuis naast hem.

Vele natte kussen later overhandigt biker Job (58) de beer aan Kim (11). "Deze beer is nu gevuld met bikerliefde," zegt de kolossale motorrijder tegen het meisje. "En als de beer leeg is, dan komen we hem gewoon weer vullen." Het meisje pakt het speelgoeddier stevig vast en laat het niet meer los. 

We zijn op pad met de Bikers Against Child Abuse (Baca). Motorrijders die, de naam zegt het al, opkomen voor kinderen die slachtoffer zijn van misbruik of mishandeling. De bikers maken motorritjes met de kinderen, maar staan ook paraat wanneer een kind zich bedreigd voelt. Hun motto staat op de achterkant van op hun motorjacks, 'No child should live in fear'. 

Vandaag worden Kim en haar broer Wesley (13) symbolisch lid gemaakt van de bikersfamilie. De twee zijn misbruikt door hun vader, die daarvoor nu nog in voorarrest zit. Via via hoorde hun moeder over de activiteiten van Baca en ze besloot haar kinderen aan te melden. 

Ongeveer dertig motorrijders, de twee kinderen en hun familie hebben zich verzameld voor het 'adoptieritueel,' in een bowlingcentrum in Hoorn. 

Job neemt het woord. "Vandaag krijgt onze motorfamilie twee nieuwe leden." Voor beide kinderen haalt hij een motorjack tevoorschijn met daarop het Baca-embleem en hun zelfgekozen roadnames: Deaf Micky en Big B. Ten slotte leert hij ze de bikergroet, waarmee ze officieel lid worden gemaakt van de familie. 

Dan gaat de hele groep naar buiten, waar blinkende motoren al klaar staan voor het allerleukste onderdeel: de rit achterop. Even later glijdt een colonne van dertig motoren door het stadje, de kinderen aan kop. Motorrijders in gele hesjes regelen het verkeer, zodat de stoet de gehele tocht bij elkaar blijft. "Gaaf," aldus Big B. 

Ook krijgen Kim en Wesley twee buddy's toegewezen, die af en toe langsgaan bij de kinderen en altijd hun telefoon aan laten voor het geval er iets aan de hand is. Moose en Muis heten hun nieuwe maatjes. In het echte leven gaat dit stel door het leven als Bert en Ria (beiden 53), vrachtwagenchauffeur en thuiszorgwerkster uit Hoorn. 

Voorafgaand aan de adoptie verzamelen de Baca-leden bij een tankstation langs de snelweg. Ria, gezeten aan een picknicktafel, rolt nerveus een shagje. Met haar kleine postuur en zachte gezicht is ze een opvallende verschijning tussen de ruige bikers. Motorrijden doet ze al dertig jaar, voor Baca sinds een paar jaar. Nu wordt ze voor het eerst ook buddy van een kind. 

Afgelopen tijd gingen zij en haar man al een paar keer langs bij het gezin. "Het klikte meteen," zegt ze. Waar ze over praatten met de kinderen? "Over school, hun hobby's, en of ze het eng vonden om te gaan motorrijden." 

Het misbruik bleef tot nog toe onbesproken. "Daar praten we alleen over als de kinderen er zelf over beginnen. Nu gaat het erom dat ze een beschermd gevoel krijgen." 

Of het helpt? "Bij alles wat van belang was voor de kinderen, waren ze erbij," zegt hun moeder. "Sinds hij contact heeft met zijn buddy's, slaapt Wesley weer 's nachts." De motorhelm die hij kreeg, hing hij aan zijn bed. "Hij voelt zich niet meer alleen." 

Ook bij de rechtszaak tegen haar ex-man waren de bikers present. "Toen ik aan de beurt was, konden zij Wesley opvangen. Zo hoefde hij er niet bij stil te staan dat ik daarbinnen was." 

Ria is in haar jeugd ook misbruikt. Andere tijden, zegt ze. "Toen werd dit soort dingen in de doofpot gestopt." Ze is blij dat kinderen nu wel gehoord worden. 

Muis is niet de enige met 'een verleden' onder de bikers. Voor menigeen zijn ervaringen met ontucht een belangrijke reden om lid te worden. In het geval van Job (niet zijn echte naam, vanwege bedreigingen in het verleden) was dat het misbruik binnen zijn schoonfamilie. "Ik ben ermee getrouwd," zegt hij, wijzend op zijn vrouw. 

De namen Kim en Wesley zijn om privacyredenen gefingeerd

Baca werd in de jaren negentig opgericht door de Amerikaanse psycholoog en motorrijder John Paul Lilly. Als achtjarig en misbruikt jongetje was Lilly bevriend geraakt met een groep bikers, die hem in bescherming namen. Toen Lilly merkte dat zijn gesprekken de angst van een misbruikt jongetje niet weg konden halen, besloot hij weer de hulp van motorrijders in te roepen. 

Sindsdien groeide Baca uit tot een internationale organisatie met ruim dertigduizend leden, verdeeld over chapters in zeven landen. De Nederlandse tak, opgericht in 2008, telt zo'n 170 leden, die meer dan zeventig kinderen onder hun hoede hebben. 

De kinderen vinden hun weg naar Baca via kennissen, maar ook via politie en hulpverleningsinstanties. 

Na een aanmelding wordt eerst gecheckt of het kind wel in aanmerking komt: is het inderdaad misbruikt dan wel mishandeld en is aangifte gedaan tegen de dader? "Wij willen niet in een vechtscheiding terechtkomen," zegt voorzitter Johan Jong, aka Condor. 

Rijden voor Baca is weliswaar vrijwillig, maar bepaald geen vrijblijvende bezigheid, aldus de bikers. Alle kosten komen voor rekening van de motorrijders, en de full members worden geacht bij tachtig procent van alle activiteiten aanwezig te zijn. Ook moeten ze regelmatig een verklaring omtrent het gedrag overleggen. 

"Het is een zware opgave, waar je honderd procent achter moet staan," zegt Jong (60). De voormalige metaalbewerker stopt naar eigen zeggen tot tachtig uur per week in Baca. Maar het is het waard, vindt Jong. "Je ziet de kinderen opknappen en meer zelfvertrouwen krijgen. Daar doe je het voor." 

De leden spelen niet voor eigen rechter. "We zijn er om de kinderen te helpen, niet om de daders te straffen," zegt Job. Maar haalt een ontuchtpleger het in zijn hoofd een kind lastig te vallen, dan kan hij wel een delegatie bikers tegenover zich verwachten. Zoals een dader die zich tegenover het huis van zijn slachtoffer had opgesteld. "Hij doet niets, zei de politie," vertelt Job. "Dus toen zijn wij ertussen gaan staan, om ook niets te doen." Net zolang tot de stalker zijn nietsdoen staakt.

Foto Maarten Brante

Politie heeft handen vol aan 'rustig' nieuwjaar'

02-01-2013, Het Parool

“Zag je wat er gebeurde?” Henk-Jan Kerkhoff, één van de platte petten vanavond op het Leidseplein, is nog steeds in alle staten. “Die Fransoos probeerde een kapot glas in mijn nek te steken.” 

Nieuwjaarsnacht, een uur of drie. De massa door drank en drugs benevelde feestgangers op en rond het Leidseplein begint er genoeg van te krijgen. Van de striemende regen, de overvolle kroegen, maar vooral van elkaar. Hier en daar sussen de overal aanwezige agenten kleine opstootjes: ruzies over een verkeerde aanraking in de kroeg, tussen geliefden- over al wat menselijk is eigenlijk. 

Dan rent een groep ME’ers voorbij: vechtpartij in café De Waard. De politie haalt de Franse vechtersbazen uit het café en wil ze wegsturen. Kerkhoff geeft eentje een ferme duw en roept dat hij nu echt moet wegwezen.  Diens vriend, waas voor de ogen, staat klaar met het glas. “Hij, met die rode trui!” roept de portier. Het inmiddels gearriveerde team ME’ers grijpt in en slaat hem in de boeien. Ook zijn twee maten mogen mee naar het bureau. 

“We probeerden alleen maar te bemiddelen,” zegt Kerkhoff. Tevergeefs. “Ze zijn onder invloed van weet ik wat. Maar hier komt hij niet mee weg. Dit is een poging tot doodslag.” 

Agent Kerkhoff is niet de enige die (bijna) klappen krijgt deze jaarwisseling. Bij een vechtpartij in de Jimmy Woo krijgt collega Marvin een stomp in zijn gezicht. “Niet hard, maar dan ben je wel van mij,” zegt hij even later bij het Mok (mobiel onderkomen, de witte politiepost op het Leidseplein). Marvin taait af, hij gaat ‘tikken’-  oftewel een proces-verbaal opstellen voor het agressieve baasje. Weer een ander blijkt even later een vinger te hebben gebroken bij de aanhouding van een tegenstribbelende verdachte. 

Toch valt het aantal geweldsincidenten gericht tegen de politie mee dit jaar: dat zijn er drie, aldus de politie. Wel krijgen de agenten flink wat verbale agressie te verwerken. Vooral Marokkaanse agenten worden onophoudelijk gesard door types van dezelfde afkomst. “Ik verdien meer geld dan jij en ik werk er niet voor,” roept een van hen bij een opstootje voor de McDonalds. De agent laat het over zich heen komen. 

Maar ook ‘gewone’ scheldpartijen laten de agenten aan zich voorbij gaan. Niet de moeite waard. Een man die beweert door vijf man in elkaar geslagen te zijn krijgt het advies zijn roes te gaan uitslapen en dan aangifte te doen. Dat valt niet in goede aarde bij het slachtoffer, die er overigens opvallend ongeschonden uitziet. Hij gaat steeds dichter op de agent staan en vertelt hem dat hij daar toch zeker politie voor is.  Uiteindelijk weet de agent hem te overtuigen de aftocht te blazen. 

‘Een drukke weekendnacht-plus,’ noemt algemeen commandant Olivier Dutilh de oudejaarsnacht. We zijn in de commandokamer, het zenuwcentrum van waaruit een man of twintig zich bezighoudt met het in goede banen leiden van één van de drukste nachten van het jaar. Hij oogt ontspannen- tot nog toe hebben zich weinig incidenten voorgedaan. En ze zijn goed voorbereid, aldus Dutilh. 

“Bij geweld tegen agenten wordt altijd opgetreden,” zegt hij. “Dat is absoluut uit den boze.” Voor de ‘gewone’ relschoppers geldt een lik-op-stukbeleid. “De kans is groot dat als je vannacht rottigheid uithaalt, je morgenmiddag puin staat te ruimen.” 

Op een van de grote schermen zien we hoe het Oosterdok langzaam volstroomt met mensen die straks om middernacht de vuurwerkshow gaan bekijken. Op het scherm daarnaast verschijnen doorlopend updates over de situatie in de stad. ‘Buitengewoon rustig overal,’ staat daar om elf uur te lezen. Een reeks kleinere schermen tonen beelden van de rest van de stad, zoals Floradorp, waar zojuist de enorme stapel kerstbomen in de hens is gegaan. 

Even na middernacht zijn we terug op het Leidseplein. Een dronken Brit staat met bebloede neus voor de Satellite Sportsbar. Zijn witte t-shirt is besmeurd met rode vuurwerkprut. Hij rilt. Hij is eruit gegooid door de portier, die weigert hem nog binnen te laten. Een agent doet verwoede pogingen zijn jas te vinden. Tevergeefs. De Brit blijft reddeloos achter, tegen niemand in het bijzonder klagend dat het not fair is. 

Dan dient een meisje zich aan. Beroofd. Snel wordt het signalement van de dader doorgegeven. Zilverkleurig bomberjack, kleine man. Ze is bepaald niet de enige; bij het Mok en de balie van bureau Lijnbaansgracht is het een komen en gaan van mensen die tassen, portemonnees en I-phones kwijt zijn. ‘Gelegenheidsroven’ noemt commandant Vincent Verheij het. Er valt met deze drukte weinig aan te doen, de meesten wordt gevraagd de volgende dag aangifte te komen doen. 

Op een avond als deze zijn op het Leidseplein ongeveer twee keer zoveel agenten en ME'ers als normaal. 

Vanaf twee uur rennen ze van de ene naar de andere melding. Opstootje voor de McDonalds. Ruzietje voor de Burger King. Terug naar een vechtpartij in de Leidsestraat. “Hij heeft een vuurwapen,” roept iemand. Een kluwen ME werpt zich op de twee vechtersbazen en zet ze tegen de muur. De ene bloedt uit zijn oog, de ander beweert te zijn aangevallen door een groep van zes mannen. Die zijn nergens te bekennen. Ze mogen allebei gaan. 

Volgende melding: ruzie in de Heineken Hoek. De portier zet een jongen eruit, die van de weeromstuit een raam kapot te gooit met zijn glas. De jongen weet te ontkomen, zijn vriendin wordt staande gehouden. “Hij werd aangevallen door zes Albanezen” schreeuwt ze herhaaldelijk.  Getuigen kunnen het verhaal niet bevestigen. Er wordt besloten om het maar te laten zitten. 

Na vieren, wanneer de kroegen leegstromen, neemt ook de drukte voor de politie af. In groepjes kijken ze toe hoe de laveloze feestvierders huiswaarts gaan. 

Opstootjes, vechtpartijen, af en toe een klap. “Het hoort bij dit werk,” zegt Kerkhoff. Wat niet wil zeggen dat het niets voorstelt. Het kan in een split-second misgaan, zo’n avond.”

 

Kader: Oud en Nieuw rustig verlopen in Amsterdam

Oud en Nieuw is dit jaar relatief rustig verlopen in Amsterdam. De politie in Amsterdam verrichtte na middernacht 107 aanhoudingen, voor mishandeling, openlijke geweldpleging en vernieling. Vorig jaar waren dat er 180. Ook de brandweer had het minder druk dan vorig jaar: zij rukten 270 keer uit, tegenover 298 in 2012. De ambulance kwam 190 keer in actie, veelal om dronken mensen bij te staan. 

Ook het aantal gevallen van geweld tegen hulpverleners was dit jaar relatief laag. De politie sprak van drie geweldsincidenten. De brandweer is tijdens oudejaarsnacht bestookt met vuurwerk tijdens het blussen van een containerbrand in Noord, maar noemt verder geen incidenten. Ambulancemedewerkers kregen niet met geweld te maken. 

Vermoedelijk ligt de daling van het aantal incidenten aan het slechte weer. 

 

 

 

 

 

 

 
De tijd van de Aussies is voorbij

17-12-2012, Het Parool

“Gabber ben je voor het leven, niet voor even,” zegt Anton (42). Zijn wangen zijn ingevallen, op zijn kale hoofd prijkt een petje met de tekst ‘hardcore.’  Zijn vriendin Bianca (49) heeft een soortgelijke boodschap. Ze draait zich om en trekt haar top omhoog. Slave to the rave staat daar afgebeeld, even boven haar stuitbeen. 

De twee (‘we zijn als broer en zus’) gaan sinds een jaar of acht samen alle hardcorefeestjes af. Vanavond zijn ze op het uitverkochte Thunderdome in de RAI. De allerlaatste, want organisator ID&T stopt na twintig jaar met het legendarische dance-evenement. “We willen met een grote klap op het hoogtepunt stoppen,” zei organisator Gerard Zwijnenburg voorafgaand aan het feest. ID&T zal zich nu meer toeleggen op concepten als Sensation en Mysteryland, waar nog wel groei inzit. 

Jammer, maar het was toch al niet meer zoals vroeger, aldus Anton. “De feesten waren kleiner, anders. Er was nog saamhorigheid, nu staat iedereen in groepjes. Ik denk niet dat dit de beste editie ooit wordt.” Niet dat ze dat weerhoudt om er een memorabel afscheid van te maken. “We gaan helemaal los,” zegt Anton. Bianca valt haar gabber bij. “Dat is al veel te lang geleden, hè Anton!” en klapt in haar handen. “Bring it on!” 

Maar van vergane glorie is niets te merken bij deze Thunderdome-finale. Velen van de veertigduizend  bezoekers gaan al ‘hakkend’ de RAI binnen, als koeien die na een winter op stal weer de wei in mogen. Al beheerst niet iedereen het enigszins spastisch aandoende danspasje. Het is elf uur, de meeste feestvierders zijn er vroeg bij.  Al snel staan de enorme hallen van de RAI vol met dansende, springende en trippende hardcoreliefhebbers. 

De feestgangers zien eruit als, nou ja, gabbers dus . Alsof ze zo uit een clip van Technohead zijn weggelopen, de happy hardcore hit uit de jaren negentig. Op de kale koppen een petje of een gekleurd John Lennonbrilletje, al dan niet losjes in de nek gedragen. De onvermijdelijke trainingsjasjes worden direct uitgetrokken en om de heupen geknoopt. Wat rest is een ontbloot torso, hooguit versierd met een schakelketting of dogtag en bij de echte fanatiekelingen een tatoeage van het Thunderdome-logo: The Wizard. 

De vrouwen, die hier in de minderheid zijn, houden het bij dezelfde Aussie en een sportbeha, met hun haren in een strakke staart, eventueel verdeeld in gepommadeerde vlechtjes. Een enkeling heeft de helft weggeschoren. 

Opvallend veel bezoekers komen uit het buitenland, waar de Thunderdomefeesten ook al jaren een fenomeen zijn. Zoals de Deense hardcoreproducer Daniël (27). Hij vindt het Nederlandse dancefeest gemoedelijk. “Iedereen is hier vrienden met iedereen.” Dat het de laatste keer is, dat wil er bij hem niet in. “Ik denk dat ze het concept verkopen aan een andere organisatie. Hardcore will never die.” 

Thunderdome-veteranen Derk (38) en ‘zeg maar Johan’ (45) uit Almelo raven al sinds hun jonge jaren. “Wij hebben alle feesten wel gezien,” zegt Derk, die in het dagelijks leven tatoeëerder is. “In 1994 kreeg je nog een ontbijtje aan het einde van het feest.” Mooie tijden. Nostalgie? “Ach, voor hetzelfde geld ga ik straks naar buiten en denk ik, wat een teringherrie. Dus dat is achteraf gelul.”

Aan ‘hakken’ doen de twee niet. “Ik heb mijn eigen pasje,” zegt Johan. Ook de Aussies zijn in de kast blijven liggen, die tijden zijn voorbij.  Maar ook  Johan weigert te geloven dat dit de laatste keer zal zijn. “Er komt vast een riejoenjon.” 

 

Foto Eddy Bosland

 
Swingen zoals oma

13-10-2012, PS van de Week

“Hij…zakt…af!” In de rij voor de toiletten staat een meisje verwoed aan haar petticoat te sjorren. Met haar wijd uitstaande roze-wit gestreepte jurk en kunstig gedraaide kuif lijkt Tessa (25) zo uit een aflevering van Happy Days te zijn weggelopen. Al zit het nu even tegen. Met verbeten rukken probeert ze het nylon gevaarte op de gewenste hoogte te krijgen. Dan  schuift ze resoluut de petticoat naar beneden. Ze trekt de band die de lagen stof bij elkaar houdt een beetje strakker en zegt: “En dan zal je zien dat ik hem zo dus niet meer omhoog krijg.” 

Het is zaterdagavond. Theaterhuis de Brakke Grond is deze avond het toneel van een heuse rock ’n roll dancing. Op de roodverlichte dansvloer zien de mannen eruit als hun opa’s in hun jonge jaren, met bretels en zorgvuldig gepoetste schoenen. De vrouwen wiegelen bevallig met hun polkadotjurken. Op het podium speelt een bigband met een stuk of tien blazers, een contrabas en een bekoorlijke zangeres. Als ware het de jaren vijftig, en dat is dan ook precies de bedoeling. 

Het danspubliek heeft zich verzameld voor Radio Modern, het fiftiesfeest van het Belgische agentschap Neo Retro. In België zijn de Radio Modern feesten al jaren een begrip. Maandelijks doft een duizendtal Belgen zich op voor een ouderwetse avond swingdansen op de hits van Jerry Lee Lewis, Ray Charles en Elvis Presley. Nu is het de beurt aan de Hollanders om de stramme ledematen los te gooien. In Amsterdam zijn de Vlamingen in ieder geval met open armen ontvangen: Het feest in de Brakke Grond is strak uitverkocht. 

Dat is niet zo gek: Ook wij dompelen ons maar al te graag onder in het warme bad van nostalgie. Zonder te zeiken dat het vroeger allemaal beter was, maar door die mooie tijden van weleer te reconstrueren en romantiseren onder de noemer retro of vintage. Niet alleen de jaren vijftig zijn geliefd, ook andere decennia zijn terug te zien in deze trend. Zoals de roaring twenties, decor van de populaire serie Boardwalk Empire. Of de jaren zestig, waarin de al even goed bekeken serie Mad Men zich afspeelde. 

Het retrovirus heeft ook Amsterdam in zijn greep. In alle negen straatjes zijn inmiddels vintagewinkels te vinden, met ‘authentieke’ kleding, tassen, meubels en wat al niet meer. Omdat echte vintage- dus de originele stukken uit de jaren ’20-’70, steeds schaarser wordt, verkopen veel winkels tevens ‘vintage-geïnspireerde’ kleding. Namaak, dus. Zaken die we in de jaren negentig nog afdankten als ouderwets en achterhaald- vinylplaten, analoge camera’s, zijn zo’n beetje even gewild als de nieuwste iPhone. 

Maar ook een beetje café of kapsalon is tegenwoordig niet meer af zonder een weldoordachte retrotouch. Zoals Bar Oldenhof, een jazz bar aan de Elandsgracht waar je diep weggezakt in een fluwelen armstoel een klassieke cocktail geserveerd krijgt door een al even zo galante en goed geklede barkeeper. Een sigaartje erbij roken mag ook. In dezelfde Jordaan huist sinds kort de vintage-stijl scheersalon Barber, waar mannen plaats kunnen nemen voor een scheerbeurt met Vergulde Hand en opa’s scheermes. Kost een paar tientjes, maar dan heb je wel die retrobeleving van ‘mannen onder elkaar.’ Er is zelfs whisky. 

Wat maakt terugkijken zo leuk? Ben Mouling, initiatiefnemer van de Radio Modern-avonden noemt zijn feesten een reactie op het inwisselbare moderne uitgaansleven. Van ‘bloedloze technofeestjes’ moet hij niets hebben. “Daar staat iedereen maar met gedrogeerde ogen te kijken.” We moeten weer uitgaan zoals onze opa’s en oma’s dat vroeger deden, aldus Mouling. Waarin we ons ‘mooi opkleden’ en de vrouwen veroverd worden door galante mannen. Want dat is een beetje verdwenen, denkt Mouling. “Veel mensen spelen dat veroverspelletje juist graag. En wie vindt het nu niet leuk om een mooie broek of jurk aan te trekken?”

Daarbij is rock ’n roll en andere swingmuziek tijdloos, zegt Mouling. “Over twintig jaar hebben we het echt niet meer over Lady Gaga, maar wel over Sinatra. Deze muziek heeft een bepaalde beat waarop iedereen kan bewegen, en maakt dat je gaat dansen. Iedereen hier loopt met een glimlach rond- ga maar checken!”

Het Radio Modern feest trapt af met een spoedcursus lindyhop van de Amsterdamse dansschool Lindyspirit. Deze Amerikaanse swingdans, ontstaan in de jaren twintig, is een steeds populairdere dansstijl aan het worden in Nederland. Ook in Amsterdam is het aantal lindyhopcursussen sterk gegroeid de laatste paar jaar. 

“En quick quick slow,” zeggen instructeurs Quinten en Sarah terwijl ze de basispassen voordoen op het podium. Door de jongere debutanten wordt in het begin nog wat onwennig gegiecheld, wanneer ze herhaaldelijk op de tenen van hun partner gaan staan. Lang duurt die schroom niet, en kort daarna worden de al eerste rondjes gedraaid. 

Het publiek is van alle leeftijden. Van fiftiesfetishisten tot fanatieke dansers en van enigszins stoffige types tot jonge hipsters. Dansen doet iedereen, op zijn eigen onbeholpen of juist ervaren manier. Change partners, klinkt het om de zoveel tijd. De ouwe bokken, die dit vaker gedaan hebben, geven hun jonge concurrenten het nakijken door het vrouwvolk rond hun as te laten tollen en in de meest onmogelijke hoeken te gooien. 

Terug naar Tessa. Ook zonder afzakkende petticoat is zo’n fiftiesoutfit nog een hele organisatie, zo blijkt. Ze demonstreert haar pettipants: een soort van zalmroze boxershort met ruches. “Zodat niemand je billen ziet wanneer je ronddraait.” Haar vintagejurk liet ze op maat maken door een Turkse kleermaker. De resterende stof heeft ze in een strik om haar hoofd geknoopt. De kuif? “Geleerd van een filmpje op YouTube.” 

Dan komen haar drie vriendinnen binnen, allen met zweet op het voorhoofd. De vier zijn lid van de rock ’n roll-vereniging Gel, waar ze wekelijks les krijgen in deze dans. Ze zitten erop, kortom.  Wat maakt rock ’n roll zo leuk? “Ik word er gewoon heel erg blij van. Als ik na een avond dansen naar bed ga, dan kan ik niet stil liggen.” Rock en rollen doe je voor je plezier, aldus Tessa, die in het normale leven studeert en toeristen rondleidt door Amsterdam. “Het gaat niet om het showen, zoals bij salsa. En daarbij, als je het naar je zin hebt, dan ziet het er vanzelf leuk uit.” 

Eigenlijk vindt ze de hele fiftieshype maar niets. “Wij dansen niet omdat het mode is. Op onze vereniging zitten mensen die dit al tientallen jaren doen.” De hele entourage ziet ze meer als een extraatje. “Je mag er helemaal voor gaan, dat is leuk. Maar het hoeft niet.”

Voor Susie en Linda (beiden 28) is die entourage juist de raison d’être van deze retroavond. “Alleen de voorpret al maakt het zo leuk,” zegt radiojournaliste Susie. Als ware bakvissen hebben de vriendinnen samen jurken uitgezocht, zich opgetut en danspasjes geoefend voor de spiegel. Ook hier diende YouTube als dankbare bron voor vintage-inspiratie. 

Susie liet zelfs speciaal voor dit feest haar blonde haren in de krul zetten bij de kapper. “Ja dit krijg ik zelf niet voor elkaar hoor.” Aan elk detail is gedacht. Een lichtroze jurk waarmee verleidelijk gezwierd kan worden, een bijpassend minuscuul tasje, felrood gestifte lippen en een ferme streep eyeliner. 

“Het is leuk om weer moeite te doen om er mooi uit te zien,” zegt Susie. “Lekker optutten, alsof je weer zestien bent.” En de muziek? “Oh ja, nu je het zegt, die is ook heel leuk natuurlijk.” 

Terug naar de danszaal. Swingband ZooT heeft zijn laatste toegift gegeven, waarna het de beurt is aan de Radio Modern huisdj’s. De dansvloer staat inmiddels bomvol. Stilstaan is er niet bij, ook niet voor de verslaggever. Een uitgestoken hand volstaat om iemand ten dans te vragen. “Niet zo onzeker, niemand kijkt naar je. Gebruik je heupen!” zegt de Rotterdamse Lamri (28). Hij demonstreert de charleston, en doet ingewikkelde dingen met zijn knieën. Geleerd van, hoe kan het ook anders, YouTube. Nog een wijsheid van Lamri: “Alle meisjes houden van draaien.”

Dan klinkt Etta James’ I just wanna make love to you, ook wel bekend van de Coca Cola Light-break van weleer. Een goed excuus om het meisje waarmee je net nog zo wild hebt gedanst, nu dicht tegen je aan te trekken voor een onvervalste slow. Kom daar maar eens om op een technofeest.

Retro Stijlgids (zonder pretentie om compleet te zijn)

Dans: 

Lindyhop, Charleston en andere jaren ’20 en ’30 swingdansstijlen leer je bij de dansscholen Swingstreet en Lindyspirit, met lessen in Oost en West. Lindyspirit organiseert ook crashcourses en een maandelijkse Lindy Playground, waar je je pasgeleerde pasjes kunt oefenen samen met andere beginnende Lindyhoppers. De eerstvolgende is morgenmiddag van 15 tot 18 uur. 

Jive en Rock ’n Roll, de populaire dansstijlen uit de jaren ’50 leer je bij één van de Rock ’n Roll verenigingen in Amsterdam: Jive55, Gel en Cruise Inn. Deze laatste heeft ook een eigen café op de Zuiderzeeweg, waar naast de lessen ook feesten gegeven worden. 

Uitgaan:

Het Vlaamse retrodansfeest Radio Modern komt weer terug naar de Brakke Grond, en wel in de lente van het komend jaar. Wie niet zolang wil wachten kan naar één van hun feesten elders te lande. 

In Pacific Parc kunnen de heupen elke week losgegooid worden op de rock ’n roll van DJ’s en soms ook een band.  Van donderdag tot en met zaterdag 

Met enige regelmaat zijn er ook Burlesque feesten, een stijl  uit jaren ’40 en 50. De eerstvolgende  Burlesque Freakout is 10 november in Club 8. 

Meer zin in een goed glas whisky in een rokerig, slecht verlicht jazzcafé? Bar Oldenhof aan de Elandsgracht, geheel in de stijl van de roaring twenties, heeft het allemaal. Plus cocktails en sigaren. 

Kleding & opsmuk:

Voor je retro-outfit ga je naar een van de talloze vintagewinkels in de stad, of naar de Noordermarkt op maandag, het Waterlooplein en de maandelijkse vlooienmarkt in de IJ-Hallen. 

I love Vintage heeft zich gespecialiseerd in retrojurken, schoenen, tassen en petticoats. Voor elke periode van 20’s tot 60’s is een apart kledingrek. Er zijn zowel originele stukken als nieuwe ‘vintage’ kleding. 

Voor mannen is het iets lastiger om een strak retropak te vinden, maar je maakt een goede kans bij Laura Dols en Bij Ons Vintage. Bij deze laatste vind je ook retromeubels en –gadgets. 

Bij de retro-totaalbeleving hoort ook een antieke bril. Hiervoor ga je naar het Brillenwinkel van het Brilmuseum, waar je je een origineel exemplaar uit een tijdperk naar keuze laat aanmeten. 

Haar: 

Terug van weggeweest: De barbier, waar mannen terecht kunnen voor hun wekelijkse scheerbeurt- met ouderwets mes, dat spreekt voor zich, koffie, whisky en een goed gesprek. Verboden gebied voor vrouwen. Neem plaats in een vintagezetel bij scheersalon Barber in de Jordaan, of ga naar een écht authentieke barbier: De 77-jarige Figaro Pasquale met een salon nabij het Spui. 

Voor de vrouwen (en ook mannen) is er de pas geopende Hairsalon Parlour, waar je je in een fiftiesinterieur een dito kapsel kunt laten aanmeten.  

Foto Daniël Cohen

Slapend rijk worden

24-05-2012, Het Parool

Een studentenkamertje in Uilenstede of een grachtenpand aan het Singel, maar ook een slaapbank in Oud-West en een aftandse camper in Noord; al deze plekken zijn te huur via de vele websites waarmee mensen hun huis verhuren aan toeristen.

Een groeiend aantal Amsterdammers ontdekt deze lucratieve bijverdienste: alleen al op de verhuursite Airbnb levert een zoektocht op Amsterdam 1738 kamers op.

Kunstenaar Tom (47) is één van die Amsterdamse verhuurders. In 2004 begon hij met de verhuur aan toeristen. Hij vraagt ongeveer vijftig euro per kamer. "Eerst woonde ik hier samen met mijn vriend, maar die relatie is uitgegaan. Het is een duur huis, daarom ben ik een bed and breakfast begonnen," zegt hij. "Zo verdien ik wat extra. Maar ik doe het ook omdat ik het leuk vind en het is goed te combineren met mijn kunst."

Zijn inkomsten geeft hij netjes op aan de belasting. "Eerst deed ik dat niet, maar toen kreeg ik een inval van de Belastingdienst." Dat hij als huurder geen B & B mag uitbaten, is hem onbekend. "Ik heb het nooit gevraagd aan de woningbouwvereniging," zegt hij. De gemeente heeft evenmin weet van zijn onderneming had hij zijn B & B daar willen aanmelden, dan was hem waarschijnlijk verteld dat hij niet aan de voorwaarden voldoet.

Zijn ontbijt is fantastisch, aldus eerdere bezoekers van zijn bed & breakfast in de Dapperbuurt. Voor de Californische Roberta en Penny was dit genoeg om een kamer bij hem te boeken via het Duitse Ebab, een gay-vriendelijke kamerverhuursite.

Inderdaad ontbreekt het de twee aan niets. Op de ontbijttafel staat een mand gevuld met kaiserbroodjes, meergranenpuntjes en croissants. Daarnaast een bordje met plakken ham en kaas. Ook aan zoet beleg is gedacht, net als het obligate glaasje jus en de vers gezette koffie. "Best coffee so far," zegt Roberta (58).

Verhuren kan op uiteenlopende manieren. De één runt een professionele bed and breakfast, de ander drukt de kosten van zijn vakantie door een toerist op zijn huis te laten passen. En voor studenten die in het weekend toch bij hun ouders de was doen, is het verhuren van hun kamer een fijne aanvulling van de toch al niet zo riante studiebeurs.

Ook minder conventionele woonvormen blijken prima te verkopen. Zo adverteert ene Dan met zijn 'Old timer camper' in Noord, met wervende teksten als 'Dicht bij het BP- tankstation waar lekkere koffie en snacks verkrijgbaar zijn' en: 'Mocht je een keer naar de wc moeten, dan kan dat gewoon!'

En dat voor dertig euro per nacht. Tegen de verwachting in zijn de reviews op zijn pagina lovend. Dan is een goede gastheer en een Duits stel vond de locatie aan de Metaalbewerkersweg 'lekker rustig'.

Adverteren is eenvoudig, meer dan een paar foto's en een informatief tekstje zijn niet nodig.

De websites waarop verhuurders hun huis aanbieden, zijn in eerste instantie een marktplaats. Er zijn twee soorten sites te onderscheiden. Bij de één worden al dan niet tegen betaling contactgegevens geplaatst, waarna huurder en verhuurder het verder zelf kunnen regelen. Voorbeelden zijn Homeaway en de algemene adverteersite Craigslist.

Websites als Airbnb, Wimdu en Housetrip treden op als bemiddelaar. Zowel de communicatie als betaling bij een boeking gaat via deze sites en als er iets kapot gaat, is de verhuurder daarvoor verzekerd. Daarbij vormen de sites een sociaal netwerk; zo linkt Airbnb gegevens aan Facebookprofielen, zodat beide partijen meer te weten komen over elkaar. De reservering gaat alleen door als de verhuurder akkoord gaat.

De verhuur van de sociale huurwoning van Jonas (39) is illegaal. Dat hij het toch doet, heeft een paar redenen, aldus Jonas. Ten eerste de veiligheid. "Er is hier in één jaar tijd drie keer ingebroken. Dus als ik weg ben, wil ik dat er iemand op mijn huis past. Ik kan ook iemand uit mijn vriendenkring vragen, maar die kunnen niet altijd."

Binnenkort gaat hij acht dagen naar Lissabon. Ook dan zal hij zijn huis verhuren, via Airbnb. Het levert hem zestig euro per nacht op. "Maar goed, ik verhuur het hooguit vier weken per jaar. Van die extra inkomsten heb ik het huis een beetje kunnen opknappen. Daarbij kan ik er een schoonmaakster van betalen, en iemand die mijn financiën regelt. En dat is allebei hard nodig: Ik ben manisch-depressief, dus ik heb moeite met die dingen."

Wel zegt hij zeer selectief te zijn als het gaat om wie zijn huis mag huren. Bovenaan zijn zwarte lijst staan de alom beruchte Russische toeristen. Ook barcrawlers zijn niet welkom. "Via Airbnb kun je precies zien met wie je te maken hebt: Naam, adres, waar ze vandaan komen en wat ze doen. Bij de minste of geringste twijfel verhuur ik niet."

"Natuurlijk is het scheef als je de helft van de tijd je sociale huurwoning verhuurt en zelf in Thailand gaat zitten, maar dat doe ik niet. Ik vind dat ik een goed argument heb om te verhuren; het helpt me om mijn huis schoon en veilig te houden. Ik word er zeker niet rijk van. Dus moet de woningbouwvereniging daar nu moeilijk over doen?"

Adverteren op de sites is gratis, wel wordt provisie gerekend. De verhuurder draagt doorgaans drie procent van zijn verdiensten af aan de bemiddelaar, de bezoeker betaalt tot twaalf procent bovenop de kamerprijs.

Het aantal listings groeit elke dag, zeker nu de zomer eraankomt en mensen hun huis verhuren voor de tijd dat ze op vakantie zijn. Hotels mogen niet adverteren op de sites, maar dat is eigenlijk de enige beperking die er is.

Architect Holger Gladys en zijn vrouw Petra (beiden 50) zijn een B & B begonnen om 'economische redenen'. "We hebben allebei een baan, maar de inkomsten zijn niet continu," zegt Holger. "Soms hebben we te weinig werk, soms te veel, zo is dat gewoon."

Een vriendin in Berlijn vertelde hun over Wimdu. Ze besloten het ook te proberen. Sinds acht weken verhuren ze de bovenste verdieping van hun huis aan de Amstelveenseweg aan toeristen, via Wimdu en Airbnb. Twee kamers zijn te huur, voor 59 en 74 euro per nacht.

Ze hebben niets te vrezen van gemeente of belastingdienst: hun B & B voldoet aan alle regels.

"Het voegt iets toe aan je leefomgeving," zegt Holger. "Vroeger hadden wij altijd een open huis, met veel vrienden en kennissen die kwamen logeren. Nu hebben we dat ook, maar op een andere manier. Je komt interessante mensen tegen."

Tot nu toe vinden ze het leuk. "Maar vraag het over zes jaar nog maar eens," zegt Petra. "Ik vind het met de twee kamers die we nu verhuren prima, maar met vier of zelfs tien kamers zou het echt een hotelletje worden. Dan vind ik het te veel."

Een dag eerder heeft een Zweedse haar intrek genomen in huize Gladys, met haar zeventienjarige dochter. Ze blijven tien dagen, want dochter loopt een week stage bij een kapper in de stad. Ze is heel blij met de kamer, en met haar gastheer en -vrouw. "Very nice."

De namen Tom en Jonas zijn gefingeerd.

Mag dat?

Het onderverhuren van een kamer, bank of huis aan toeristen is in veel gevallen illegaal, zeker in een sociale huurwoning. Wie betrapt wordt, loopt de kans zijn huis kwijt te raken. Maar ook huiseigenaren mogen niet zomaar toeristen in huis halen, zij moeten toestemming vragen aan hun hypotheekverstrekker.

De websites waarop geadverteerd wordt, bemoeien zich hier niet mee, het risico is voor de verhuurder.

Als je wel alles volgens de regels wilt doen, komt er heel wat bij kijken. De regels voor kamerverhuur aan toeristen verschillen per gemeente. In vrijesectorhuurwoningen is kort verblijf toegestaan: een verblijf van minimaal week tot maximaal een half jaar. Korter dan een week ziet de gemeente als toeristisch verblijf en dan gelden dezelfde (brand)veiligheidseisen als voor een hotel.

Huiseigenaren kunnen een bed and breakfast beginnen. B&B-houders mogen tot veertig procent van hun woonoppervlak verhuren aan maximaal vier personen per nacht. Verder moeten ze inkomsten- en toeristenbelasting betalen. Dat maakt het al een stuk minder lucratief dan de gouden bergen die Wimdu belooft met zijn slogan 'Wimdu earns you money while you sleep'.

De figuren op de foto horen niet bij het verhaal maar waren ooit couchsurfers van de verslaggeefster

Euforisch tussen plasjes zweet

03-03-2012, Het Parool

'Als je denkt dat je flauw gaat vallen, is dat een goede reden om even te gaan zitten. Loop niet naar buiten, er is hier genoeg zuurstof,” zegt instructrice Therèse Aartsen (44). Dat valt te bezien.

De matjes van de vijftig leerlingen die vandaag op deze les Bikram Yoga zijn afgekomen, liggen hooguit twintig centimeter uit elkaar. In het zaaltje is het tropisch warm. Een essentieel onderdeel van deze tak van yoga is dat de oefeningen uitgevoerd worden in een ruimte met een temperatuur van tegen de veertig graden.

Niet iedereen houdt het vol. De jongste van de klas breekt de regel door toch de les te verlaten. Maar wanneer een collega hem achterna wil gaan, zegt Aartsen: “Laat hem maar, hij is twaalf.” Een paar anderen gaan af en toe even op hun knieën zitten. Ze zijn hier voor de eerste of tweede keer, en nog niet gewend aan de vochtige hitte waarin de yogaoefeningen worden gedaan.

Een sessie Bikram Yoga bestaat uit 26 houdingen en twee ademhalingsoefeningen. De oefeningen worden uitgevoerd in een vaste volgorde en zijn altijd dezelfde. De eerste is staand, goed voor hart en longen, aldus Aartsen. “Handen onder je kin, ellebogen omhoog, hoofd in je nek en blaas uit!” De collectieve ademtocht van de groep gaat als een windvlaag door het lokaal. Het klinkt als een zwangerschapscursus.

De hitte is een belangrijk onderdeel van Bikram Yoga: de warmte zou ervoor zorgen dat spieren verder kunnenworden opgerekt en zou blessures voorkomen. Rondom de voeten van een man in zwembroek ontstaat een plas. Niet voor niets wordt dit ook wel zweetyoga genoemd. Het weldadige gezweet heeft ook een keerzijde. Hoewel gezegdwordt dat verszweet niet stinkt, is de lucht van deze ploeterende kluwen mensen niet te harden.

Het lijkt niemand te deren. Ook uiterlijk vertoon is hier niet van belang. Iedereen gaat schaars gekleed, overhangende vetrollen zijn geen bezwaar. Tijdens de les wordt niet gepraat, alleen door Aartsen. “Toen ik zestien jaar geleden begon, was ik zo stijf als een lat,” zegt ze halverwege de les. “Ik ben blij dat ik op deze manier jong kan blijven.”

Aartsen volgde haar eerste les in de VS, waar ze werkte als massagetherapeut. “Ik had veel fysieke klachten. Van alles heb ik geprobeerd, maar niets hielp. Een vriendin raadde me om te gaan ‘bikrammen’. De eerste les viel me heel zwaar, maar voelde wel goed. Na een tijdje voelde ik me zowel fysiek als mentaal sterker worden.”

Ze ging in de leer bij Bikram Choudhury, grondlegger van deze vorm van yoga. Deze opleiding is verplicht voor iedereen die een school wil openen: Choudhury heeft het patent op de serie oefeningen.

De negen weken durende opleiding kost 6600 euro. “Al had die opleiding maar een week geduurd, dan had ik het dat geld al waard gevonden,” zegt ze. “Ik leerde veel over mezelf, het verandert je leven.”

Aartsen heeft nu twee scholen in Amsterdam, en oud-leerlingen van haar openden scholen in andere steden in Nederland. Minder dan één op de tien gaat door na de eerste les, aldus Aartsen.

“Het zijn vooral oudere mensen die terugkomen. Die hebben ook het meest te winnen: met Bikram Yoga kunje de klok terugdraaien. Jongere mensen hebben minder last van kwaaltjes, voor hen is het lijden tijdens een les vaak te veel.”

My torture chamber, noemt Choudhury zijn verwarmde yogaruimte ook wel. Negentig minuten of een leven lang lijden, is volgens hem de keuze. “De juiste manier is niet altijd de makkelijkste,” zegt Aartsen. “Je krijgt er heel veel voor terug.”

Dat vindt ook muzikant Rodrigo Reijers (36). Sinds 2007 ligt hij wekelijks op het yogamatje in Aartsens school op de Ceintuurbaan. “Vaak wordt gezegd dat Bikram Yoga niet spiritueel zou zijn. Maar ook zonder mantra’s kun je heel dicht bij jezelf komen, door de pure beoefening van de yoga. Sommigen worden er bijna high van, euforisch. Dat vind ik juist heel spiritueel.”

Er alles letterlijk uitzweten, was wat Vanessa van Ast (29) met de Bikramlessen voor ogen had. Hoewel ze nogal sceptisch tegenover yoga stond, bevielen de lessen goed. “Na twee keer voelde ik me al beter.Enik merk dat ik me de dag erna beter kan concentreren. Je leert je geest controle te hebben over je lichaam. In die zin is het spiritueel.”

Na negentig minuten lijden in de martelkamer is het tijd voor de laatste ademhalingsoefening. Met de lichten uit komen de cursisten liggend en puffend weer tot zichzelf.

Zevenhonderd scholen

De Indiër Bikram Choudhury (66) vestigde zich in de jaren zeventig in Amerika om de door hem bedachte vorm van yoga te verbreiden. Met succes. Over de hele wereld zijn inmiddels Bikram Yogascholen, meer dan zevenhonderd in totaal.

Amsterdam heeft er twee, waar dagelijks vier lessen worden gegeven.

Foto Dingena Mol

De Pool zwijgt: "Boss is there'

16-02-2012, Het Parool

Als we de PVV mogen geloven, brengen de Oost-Europeanen niets dan ellende. Op onderzoek langs een rafelrand van de stad

L angs de Osdorperweg zijn al jaren meer caravanstallingen en autosloperijen dan boerenbedrijven te vinden. En de laatste tijd heeft deze stedelijke rafelrand langs Nieuw-West, ooit een agrarische strook dicht bij de stad, een grote aantrekkingskracht op de nieuwe bevolkingsgroepen van Amsterdam. Wie een ritje maakt over de Osdorperweg en door de straten daaromheen, ziet vele auto's met Oost-Europese kentekenplaten. Hier geen NL, maar PL en BG. Het gebied lijkt het Oostblok van Amsterdam te worden.

Bij een villa op nummer 931 staan vijf Poolse auto's. 's Avonds zijn het er nog veel meer, weet een buurtbewoner te vertellen, want de Polen die de villa bevolken, zijn nu aan het werk. Zelf wil hij liever niet met zijn naam in de krant.

De villa wordt gehuurd door uitzendbureau Eurojob. Volgens de buurtbewoner woonden daar vorige zomer 32 Polen. Dit weet hij van de Poolse werknemer die hij in dienst heeft. "Ze sliepen tot op de vliering." Brandgevaarlijk, denkt hij. Hoeveel mensen nu in het pand wonen, is onbekend. "Dat wisselt."

Het huis heeft geen bel, maar na een paar keer aankloppen wordt toch opengedaan. Een Poolse man en een vrouw. Ze lijken een beetje angstig, de deur blijft half dicht. Ze werken inderdaad voor Eurojob, maar de vraag met hoeveel ze in het pand wonen, willen of mogen ze niet beantwoorden. Wel zeggen ze dat de eigenaar in het naburige huis woont. "Boss is there," wijst de Poolse.

Ook daar geen warm welkom. De eigenaar bevestigt dat hij het pand verhuurt aan Eurojob. Hij beweert geen flauw idee te hebben wie of hoeveel mensen in zijn huis wonen. "Dat regelt Eurojob. Ik krijg netjes mijn geld en verder bemoei ik me er niet mee." Maar met Eurojob is niets mis, aldus de huisbaas. "Een heel net bedrijf, dat regelmatig controles uitvoert."

Ook hij wil absoluut niet vermeld worden in de krant. Wel geeft hij graag zijn visie op het immigratieprobleem. "Je zou iets moeten schrijven over die 400.000 mensen die alleen maar de klauwen kunnen ophouden. Toen ik nog een rozenbedrijf had, kon ik ook alleen maar Polen vinden die wilden werken. Daarom komen ze hier."

Op de website van Eurojob staat te lezen dat het hun werknemers kleinschalige huisvesting biedt. Nu is dit huis is fors, maar zou zo te zien toch niet aan meer dan vijftien mensen onderdak moeten bieden.

Volgens Ronald van Adrichem, directeur van Eurojob, wonen nu zeventien Polen in het pand. "Maar het voldoet aan de wettelijke norm van twaalf vierkante meter per persoon." Hij ontkent dat er 32 mensen zouden hebben gewoond. "Onmogelijk, dan raken we onze vergunning kwijt." Van Adrichem beaamt wel dat het pand enigszins overbevolkt is. "Het is krap, maar het is in Amsterdam moeilijk geschikte huizen te vinden."

Op nummer 565 staat een vervallen, dichtgetimmerd pand. Er zouden hier onlangs nog vijftien Roemenen hebben gewoond, die overdag als straatartiest in het centrum hun geld verdienden. Een week of drie geleden zijn ze vertrokken, zegt de buurvrouw. "Het was altijd een komen en gaan van die Roemenen, maar opeens waren ze weg."

Woordvoerder Bien Seffinga van het stadsdeel bevestigt dat er te veel mensen in het huis woonden. "We hebben de eigenaar daarop aangesproken. Daarna waren ze verdwenen."

De eigenaar van een rijtje huizen op nummer 575 zegt geen Oost-Europeanen meer te willen huisvesten. Het deze week door de PVV geopende meldpunt voor klachten over Oost-Europeanen komt voor hem als geroepen, lijkt het. De Roemenen die zijn huis huurden, werden opgepakt voor pasfraude, zegt hij. Polen vindt hij asociaal: "Ik ben een tegenpool." Ook hij wil anoniem blijven.

Op een bedrijventerrein een eindje verderop zouden de ruimtes boven de loodsen illegaal worden bewoond. Voor sommige dakramen hangen gordijntjes. Er staan auto's met Bulgaarse nummerplaten geparkeerd en in een busje om de hoek zitten vijf rokende Bulgaren. "Hier is dag en nacht beweging," zegt de eerder genoemde buurtbewoner. "Ook de politie komt hier vaak."

Een medewerker van een garage op het terrein bevestigt dat er mensen wonen boven de loodsen. Maar de vraag wie daar wonen, wil hij niet beantwoorden. "Ik werk hier alleen maar. Vraag maar aan mijn baas."

De baas heeft een ander verhaal. "Die loodsen worden gehuurd door bedrijven. Er woont niemand." De eigenaar van de loodsen kan er meer over vertellen, zegt hij. Die woont op hetzelfde terrein. "Daar, met die BMW voor de deur. Maar doe wel voorzichtig." De stemming is intussen zo dreigend dat we maar niet meer aanbellen.

Het terrein is inderdaad bewoond, zegt woordvoerder Femina Hoekstra van de politie. "Maar het is niet aan ons daar iets aan te doen."

De illegale bewoning en overbevolking van panden rond de Osdorperweg zorgt niet alleen voor overlast, maar levert ook brandgevaar op, denken leden van de Dorpsraad Oud-Osdorp. Al een tijd geleden kaartten ze het probleem aan bij stadsdeel Nieuw-West. Dat stuurde slechts een bedankbriefje, met de mededeling dat het er te zijner tijd naar zou kijken.

Het stadsdeel neemt de meldingen echter wel degelijk serieus, zegt Seffinga. Ook het bedrijventerrein heeft een bezoek gehad van controleurs van de dienst wonen. Die konden toen niets vinden. Maar: het stadsdeel zal de zaak nog eens bekijken.

Overigens: niet alle meldingen blijken gevallen van illegale bewoning. "Bij één huis stonden de bewoners gewoon netjes ingeschreven."

 

Amsterdam is niet makkelijk voor Oost-Europese klusjesman

Volgens de Amsterdamse Dienst Onderzoek en Statistiek woonden eind 2011 twaalfduizend Oost-Europese EU-migranten in de stad, twee keer zoveel als de zesduizend die zich in 2007 lieten registreren. Aangezien velen zich niet inschrijven, ligt het werkelijke aantal vermoedelijk veel hoger.

Twee maanden geleden publiceerde de gemeente het onderzoek Effecten van EU-migratie naar Amsterdam. Daarin signaleren de onderzoekers problemen met vooral niet-geregistreerde Oost-Europeanen op het gebied van integratie en inburgering, criminaliteit en overlast. Ook is sprake van toenemende illegale huisvesting van Oost-Europese arbeidsmigranten.

Voor zowel de geregistreerde als de niet-ingeschreven nieuwelingen is het moeilijk een huis te vinden op de dichtgetimmerde Amsterdamse woningmarkt. De stad lijkt niet berekend op de toestroom van de Oost-Europese werkers, die daardoor in alle mogelijke vormen van illegale behuizing terechtkomen.

Zo heeft Johan Mandemaker, veiligheidscoördinator van stadsdeel Nieuw-West, de laatste jaren het aantal gevallen van illegale bewoning door Oost-Europeanen zien toenemen. "Het stadsdeel is dusdanig ingericht dat deze mensen makkelijk kunnen opgaan in de anonimiteit."

Veel Oost-Europeanen wonen in onderhuur, ook in sociale huurwoningen, zegt hij. Vaak werken deze mensen als zelfstandige, vooral in de bouw. De illegale verhuur leidt in sommige gevallen tot problemen op gebied van brandveiligheid en hygiëne. Ook is sprake van overlast door drankmisbruik. Mandemaker: "Ze zijn potentiële slachtoffers van uitbuiting. Maar doordat ze verspreid over de stad wonen, valt het niet zo op."

Ook in kraakpanden worden de laatste jaren Oost-Europeanen aangetroffen. Woningcorporatie Ymere heeft vorig jaar veel last gehad van flitskraken, zegt woordvoerder Iris Schmöhl. Velen doen een beroep op de daklozenopvang: vorig jaar was 39 procent in de winterkoudeopvang afkomstig uit Oost-Europa, tegenover 24 procent in 2010, blijkt uit cijfers van de gemeente.

Die stelt dat overigens wel dat in vergelijking met Den Haag en Rotterdam huisjesmelkpraktijken minder voorkomen in Amsterdam. Zij wijt dit aan de hoge huizenprijzen.

Maar vooral aan de rafelranden van de stad zijn woningen en bedrijfsruimtes te vinden die worden verhuurd aan Oost-Europeanen, wat in sommige gevallen neerkomt op illegale verhuur, te volle panden en criminele praktijken.

Een nog op te zetten werkgroep van de gemeente moet de illegale huisvesting gaan opsporen en aanpakken. De gemeente veronderstelt wel dat de krappe woningmarkt een rem zal vormen op de toestroom van nieuwkomers.

"Het is niet wenselijk EU-migranten een uitzonderingspositie te geven," aldus wethouder Eric van der Burg, coördinator EU-migratie in Amsterdam. Ze zullen net als andere woningzoekenden in de wachtrij moeten aansluiten.

Ook Mandemaker vindt niet dat EU-migranten voorrang zouden moeten krijgen bij het vinden van een huis. Maar, zegt hij, de gemeente moet wel uitbuiting en andere malversaties tegengaan. "Ze leven en wonen vaak onder slechte omstandigheden. Daar is nu geen zicht op."